Essays

Zingeving

Home - Columns - Politiek en maatschappij - Filosofie en psychologie - Wetenschap - Cursussen - Computer - Diversen | Printversie

(nautische historie zeiltijd - historie stoomtijd - zeilcursus - motorbootcursus - evolutieleer - evolutie mens - groepsgedrag)



(Lambert No.1 ©Schrijf.be copywriting)


De zin van het individuele leven

Bij de discussie naar de zin van het leven spelen de begrippen geest en ziel vaak een belangrijke rol.
Laat mij die daarom voor eigen gebruik als volgt definiëren:
 ▪De geest is het materiegebonden bewustzijn, vastgelegd in de hersencellen, dat met ons lichaam zal
   sterven.
 ▪De ziel is het niet-materiegebonden bewustzijn.

Met name het ziels-begrip is natuurlijk onderhevig aan speculatie.
Ik heb zelf geen behoefte aan het geloof in een esoterische ziel, niet voor mijn innerlijke rust, en niet
voor het antwoord op de grote levensvragen.
De ziel bestaat voor mij uit de gedachte en de herinnering aan de bezitter van die ziel, een ziel die hij
blijkens de definitie overigens niet echt bezit omdat hij gelegen is in de geest van anderen. En zolang
hij nog in leven is ook in die van hemzelf waar geest en ziel in zijn zelfbeeld samenvallen. Na overlijden
zal een als herinnering gedefinieerde ziel bij de meesten van ons geleidelijk vervagen.
De gekozen definitie maakt de ziel overdraagbaar. Van mens op mens, langs overlevering, of zelfs
door geschrift, bij leven en na de dood van het subject. Ook een kunstwerk of een emotioneel beladen
voorwerp, of niet-stoffelijke zaken als een filosofie of een ideologie zouden binnen deze definitie een
ziel kunnen hebben. Zo men wil, via degene die er aan de basis van heeft gestaan.
Uit deze definitie volgt ook dat de ziel meerdere verschijningsvormen omvat, omdat elk van de dragers
ervan een andere relatie tot het subject heeft.

Zolang er in mijn wereldbeeld geen noodzaak is voor een hogere sturende hand, speelt geloof voor mij
als agnost bij de vraag naar zingeving geen rol, want kan je het bestaat van God verantwoorden als je
nergens een teken van zijn aanwezigheid of noodzakelijkheid kunt aantonen?
De huidige stand van wetenschap verschaft voldoende inzicht in het ontstaan van de materie en van
het leven, om God niet nodig te hebben voor de verklaring ervan. Natuurlijk zijn er gaten in onze kennis
van de vermoede processen, grote gaten zelfs, maar gaten zijn inherent aan elk onderzoek. Er zullen
altijd lacunes in onze kennis blijven, eenvoudig door steeds dieper te kijken. En gebrek aan bewijs is
echter niet hetzelfde als het bewijs van een gebrek.
Ik realiseer mij dat dit inductieve logica is, die op de schop moet als er zich onverhoopt toch tekenen
van God's hand zouden voordoen.
De religieuzen onder ons zou ik overigens de stelling in overweging willen geven of God niet in diepste
zin de eveneens alles scheppende Big Bang is.
God zou dan slechts een fractie van tijd hebben geëxisteerd, zou geen bemoeienis meer hebben met
zijn schepping, en verwacht dus ook geen eredienst. Die eredienst dient dan als moment van bezin-
ning alleen de gelovige.
In het essay De paradox van de liefdevolle, maar onverschillige God ga ik eveneens in op zingeving
maar dan vanuit een culturele en antropologische invalshoek.

Om de vraag naar de zin van het leven te kunnen beantwoorden, moeten wij eerst die naar het doel
van het leven onderzoeken. En dat vereist weer een definitie:
 ▪Het doel van het leven betreft het levensmotief in diepere zin. 
 ▪De zin van het leven betreft een objectieve beoordeling van de waarde van het levensmotief.

Het doel van het leven is het streven naar het eeuwige leven door het doorgeven van de genen (bio-
logisch) en door opname in het collectieve geheugen (cultureel, de ziel), en bestaat verder uit per-
soonlijk ingegeven motieven (de geest):
 ▪Voortbestaan via de genen is afhankelijk van het al dan niet uitsterven van de bloedlijn, genen die
   bovendien steeds verder verdund raken.
 ▪Voortbestaan via de ziel door opname in het collectief geheugen is slechts voorbehouden aan
   personen die lang in het gedachtengoed blijven hangen. Dat kan door martelaarschap, heilig-
   verklaring, groot kunstenaarschap, topsport (waarvan records en kampioenschappen in de boeken
   zijn beland), politiek, filosofie etc. In alle andere, dus in de meeste, gevallen zal de ziel snel ver-
   vagen. En dat zou de desperate neiging kunnen verklaren tot sociaal-psychologisch exhibitionisme
   van die enkelen die ten koste van hun privacy op t.v. hun "Fifteen Minutes of Fame" consumeren.
   Semantisch aardig is dat iemand zelfs na eeuwen nog "bezield" kan raken door een persoon of een
   gedachte. Dit is echter slechts een semantisch spel en filosofisch zonder betekenis. Het is wel een
   voorbeeld waarin de onsterfelijkheid enigszins wordt benaderd.
 ▪Voortbestaan via de geest is binnen de gegeven definitie niet mogelijk.

Voor het individu zelf verliezen dergelijke mechanismen en strevingen na de dood natuurlijk hun
waarde, wat op zichzelf echter niets zegt over de zingeving, en wat ook niet wegneemt dat de
levensdrang er in diepste zin zijn kracht aan heeft ontleend. 

Persoonlijk ingegeven motieven als liefde, kinderen, idealisme, carrière, geld, respect en macht zijn
veranderlijk en afhankelijk van de levensfase.
Bovendien vallen zij onder het begrip "geest" en zijn het in wezen werktuigen bij het streven naar bio-
logisch of cultureel voortbestaan. Zij zijn mijns inziens dan ook levensbeschouwelijk niet relevant als
aparte groep. 
Neurotische motieven sorteren onder pathologie en vallen daarmee buiten het kader van deze be-
schouwing.
Overigens beschouw ik modieuze one-liners als "Het doel van het leven is het leven zelf" en "De zin
van het leven is de zin in het leven" als semantische platitudes.

Filosofisch impliceert de beschreven redenering dat het doel van het leven dan wel de onsterfelijkheid
mag zijn, maar dat de zin van het leven, doordat de individuele genen al snel sterk verdunnen en op-
name in het collectieve geheugen maar voor weinigen is weggelegd, voor slechts een enkeling meer
dan een uiterst beperkte betekenis heeft. En zelfs voor die enkeling kan je je de vraag stellen of zulk
een zingeving naar de menselijke maat wel echte zingeving is.
En nu doet zich de ogenschijnlijke paradox voor dat verder abstraheren tot een diepere en een per-
soonlijker beleving van de probleemstelling kan leiden.
Ik zou de vraag naar de zin van het eigen leven namelijk willen opwaarderen door haar te vervangen
door die naar de zin van het leven in het algemeen.
Deze nieuwe context voegt biologisch weinig toe aan de beoordeling van het levensmotief omdat
evolutie in essentie geen doel en motief kent. Biologisch blijft de zingeving dus minimaal.
Maar zij heeft wel degelijk invloed op de manier waarop wij de zin van het leven ondergáán.
Ook hier kan ik gebruik maken van de biologische en culturele deelelementen die ik al eerder aan de
zingeving had toegekend:
 ▪Biologisch door een diep doorvoeld begrip voor de zin van onze geëvolueerde levensprocessen,
   zoals de zin van voortplanting, selectie, adaptatie, veroudering en dood.
 ▪Cultureel door meer aandacht te schenken aan de verantwoordelijkheid voor onze sociale leef-
   omgeving. In diepste zin is dit natuurlijk eveneens een biologisch motief, omdat die zorg door zijn
   wederkerigheid jezelf, maar ook de kansen van de eigen genen gunstig beïnvloedt. Altruïsme is dan
   ook een product van de evolutie, wat ethiek de exclusiviteit van de tot voor kort louter cultureel be-
   schouwde onderbouwing ontneemt.

Bij deze zienswijze ligt de zin van voortplanting voor de hand. Die van veroudering, dood, en wellicht
ook ethiek, vraagt echter om toelichting.

Veroudering en dood Bij de vraag naar de zin van het leven hoort dan ook die naar de zin van de dood, en die naar de zin van de veroudering die aan de dood vooraf gaat. Ik denk dat ik deze zingeving het beste kan benaderen vanuit de evolutieleer. Een trage generatie- wisseling beperkt de genetische diversiteit doordat zij te weinig gelegenheid biedt de genenpool door spontane mutaties te verrijken. En diversiteit is essentieel voor het voortbestaan van een soort. Langdurige verandering in voedsel- aanbod of klimaat kan een soort immers wegvagen, tenzij die over mutanten beschikt die onder de nieuwe leefomstandigheden kunnen overleven. Zo is ook de mens biologisch voorbestemd tot een optimale en dus beperkte levensduur, althans in zijn natuurlijke staat zonder het voordeel van de huidige medische en culturele verworvenheden. Bij alle soorten behalve de mens sterft een vrouwelijk dier kort na het verlies van haar vruchtbaarheid. Bij de mens leeft de vrouw na de menopauze als enige soort nog decennia voort. Mannen werden al ouder omdat hun blijvende vruchtbaarheid de levensspanne binnen het bereik van de evolutie bracht. Het was voor een cognitieve soort als de onze evolutionair gunstiger enige tijd door te leven na een beperkte periode van voortplanting. Dat voegde immers aan het voordeel van een korte generatie- wisseling de mogelijkheid toe van kennisdoorgifte naar de jongen door de oudere kaste. Deze kaste kon bovendien de jongen verzorgen en zo de actieve stamleden vrijhouden voor hun specifieke taken. En dat alles verhoogde de kans op reproductief succes van de aan hun kleinkinderen doorgegeven genen. Ouderen functioneerden ook als het collectief geheugen van de groep. In droge tijden kenden alleen zij nog de oude waterbronnen en de alternatieve voedselbronnen. De leiders volgden hen dan zonder hiërarchische conflicten. Een evolutionair voordeel voor de groep. Maar deze extra levensspanne, die volgt na de op voortplanting gerichte levensfase, moest natuurlijk beperkt zijn om te voorkomen dat de oudere kaste met zijn door veroudering verminderende rende- ment een te grote belasting ging vormen voor het beperkte voedselaanbod. Want er moest sprake zijn van veroudering. Anders zou er geen oudere kaste ontstaan, maar zouden de oudere individuen de jongere uit hun voortplantingskansen drijven dankzij de combinatie van hun behouden jeugd en de verworven levenservaring. En dat zou de generatie-wisseling ongunstig ver- tragen. Het evolutionaire voordeel dat de cognitieve vermogens ons gaven, kreeg dus zijn grootste rendement door een iets verlengde, maar toch beperkte, levensduur met degeneratieve veroudering, en dat kan men zien als de biologische zingeving van veroudering en dood.
Ethiek Wat betekent dit alles nu voor de individuele mens in een moderne samenleving? De conclusies met betrekking tot de zin van het individuele leven betekenen niet dat het leven er niet meer toe doet. De voorgestelde verruiming van de levensvraag geeft het individu behalve de beleving van zijn plaats in de biologische levensprocessen immers ook betekenis voor het welzijn van zijn medemens, al was het maar vanuit het principe van wederkerigheid naar hemzelf of naar zijn genen. Het genetische aspect in de onderbouwing van ethiek. Het gecompliceerde web van biologische en culturele motieven maakt het individu uniek, en vrij in zijn handelen. Het wederkerig belang zal hem er echter onder normale omstandigheden van bewust doen zijn dat die vrijheid niet buitenproportioneel ten koste mag gaan van die van zijn medemens. Het is jammer voor de kwaliteit van onze samenleving dat dit laatste alléén blijkt op te gaan voor de individuele mens en niet voor de mens in groepsverband. Binnen de groep is de onderlinge zorg ook groot, zéér groot zelfs, maar die extra aandacht gaat ten koste van de betrokkenheid met mensen buiten de groep. Daarin doet zich juist een verharding voor, en ontwikkelt zich een vorm van groeps- gedrag dat sterk leunt op biologisch ingegeven reflexen, en waarvan ik voor aard en ontstaans- mechanisme zou willen verwijzen naar het essay Groepsgedrag, een erfenis uit ons verleden. Nu is dergelijk groepsgedrag natuurlijk niet iets permanents, maar eerder een steeds terugkerende toestand in een verder individueel leven. Gelukkig maar, want een mens is eigenlijk alleen in de indi- viduele fase zinvol aanspreekbaar op zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid in ruimere zin, de fase waarin de culturele zingeving de beperking van de biologie overstijgt.
Naar boven Meer essays


# menno kater - Zingeving
Advertenties