Essays

De V.S. een democratie en een rechtsstaat?

Home - Columns - Politiek en maatschappij - Filosofie en psychologie - Wetenschap - Cursussen - Computer - Diversen | Printversie

(nautische historie zeiltijd - historie stoomtijd - zeilcursus - motorbootcursus - evolutieleer - evolutie mens - groepsgedrag)



(Corona No.3 ©Schrijf.be copywriting)


De democratie

In de Verenigde Staten ligt de macht niet bij een uit het Congres voortgekomen en volledig onder
haar controle staande regering, maar bij een telkens voor vier jaar direct gekozen president. Die
staat weliswaar onder parlementaire controle, maar kan toch vrij veel macht uitoefenen op beleids-
terreinen waarop pas achteraf correctie mogelijk is.
Anderzijds hebben Amerikanen de neiging een machtige overheid te voorkómen door voor het Huis van
Afgevaardigden en voor de Senaat anders te stemmen dan voor het presidentschap.

Het controleren van de macht De president van de V.S. is geen premier, en deelt dus niet als primus inter pares de macht met een ministerraad. De president regeert door zijn ministers te voorzien van de nodige directieven en wordt daarin bijgestaan door niet gekozen, maar door hemzelf aangetrokken adviseurs en lobbyisten. Daarmee is het beleid potentieel weinig transparant, slecht controleerbaar en gevoelig voor willekeur, vooroordelen en een tijdens die slopende jaren neurotische persoonlijkheidsontwikkeling. Natuurlijk zal de parlementaire controle in de meeste gevallen bevredigend verlopen, maar eenmaal op ramkoers zou het parlement tegen een presidentieel veto aan kunnen lopen. Het parlement kan dan proberen de toewijzing van de voor het betwiste beleid benodigde fondsen te blokkeren, maar dat leidt doorgaans slechts tot een patstelling, waarbij men noodgedwongen achter de gebeurtenissen aan loopt in plaats van deze aan te sturen. Bovendien kan de president de zaken bewust uit de hand laten lopen om vervolgens de schuld van de daarop ontstane crisis bij het "dwarsliggende" parlement te leg- gen. Doorgaans gaat de regeringspartij voor dat scenario wel overstag. En mocht de oppositie zich tot de rechter willen wenden, dan zal dat in de loop van de presidentiële ambtsperiode steeds moeizamer verlopen, omdat de samenstelling van het hooggerechtshof geleide- lijk in het voordeel van de president verandert. Die heeft namelijk het recht in een opengevallen plaats binnen dat college te voorzien met een door hemzelf gekozen kandidaat, en dat zal dan natuurlijk altijd wel een loyale partijgenoot zijn. Daarmee oefent hij overigens zelfs over zijn ambtsperiode heen nog invloed uit op het regeringsbeleid. Maar een president heeft nog dubieuzere manieren om de parlementaire controle te frustreren. Zo kan een president een conflict over een beleidsvoornemen of over een benoeming in zijn voordeel beslechten door die er onder het mom van het landsbelang tijdens een parlementair reces door te drukken. Achteraf correctie door het parlement komt dan veelal te laat. De gebeurtenissen laten zich niet altijd terugdraaien. Verder kan de president door media-exposure en een goed getimed buitenlands beleid gevoelens van nationale trots of zelfs hysterie oproepen, zodat de individuele parlementariërs om electorale redenen weinig anders rest dan in de betwiste beleidsvoornemens mee te gaan. De geschiedenis kent ook Amerikaanse presidenten die falend binnenlands bestuur aan de publieke aandacht probeerden te onttrekken door op onverantwoorde wijze internationale spanningen te creëren of zelfs een militair avontuur aan te gaan, in de wetenschap dat de publieke opinie een president in oorlogstijd als het erop aankomt altijd terzijde zal staan. Daarbij gaat het niet om het landsbelang, maar puur om het belang van zijn presidentschap en van zijn partij. Maar ook de parlementaire geschiedenis kent krasse staatjes van politiek opportunisme. Als de regeringspartij geen parlementaire meerderheid heeft, hebben met name de Republikeinen de neiging de president te gijzelen op een totaal ander dan het voorliggende issue, bijvoorbeeld door het terugdraaien van een wetswijziging te eisen in ruil voor het accorderen van de begroting of voor het vrijgeven van het wettelijke plafond van de staatsschuld, zelfs als het betreffende wetsvoorstel na een zwaar bevochten compromis beide huizen al heeft gepasseerd...
De verkiezingen De Verenigde Staten hebben als gevolg van een districtenstelsel met het principe "the winner takes it all" in de praktijk een tweepartijenstelsel. De vóórverkiezingen van de presidentskandidaat van de Democratische en van de Republikeinse Partij (de primaries) werken op basis van een gewogen uit- slag per district, waardoor er althans in het begin van de voorronden meestal wat meer te kiezen valt. Ervan uitgaande dat het de essentie van democratie is dat zij haar minderheden respecteert, wekt een feitelijk tweepartijenstelsel op zijn minst verbazing. Er valt voor minderheden maar weinig te kiezen, laat staan dat zij na de verkiezingen nog iets van de hun gedane beloften zullen terugvinden. Bovendien kiest men in de V.S. niet voor een politiek programma, maar voor een fysieke president, en dan meestal in de kleur van de eigen partij. Dat geldt met name voor diegenen voor wie trouw aan de partij een familiaire of streekgebonden traditie is, en dan vooral als zij er ook nog eens hun baan bij de overheid aan te danken hebben. Veel van deze Amerikanen zijn bang die baan te verliezen als er ten gevolge van alle op "Election Day" gehouden verkiezingen een nieuwe politieke wind zou gaan waaien. Op die dag in begin november vinden, behalve de "even-jarige" verkiezing van alle leden van het Huis van Afgevaardigden en een derde van de Senaat, namelijk ook de jaarlijkse verkiezingen plaats van veel (meerjarige) locale bestuurders zoals gouverneurs, burgemeesters, sheriffs etc. Om nog maar te zwijgen van de tienduizenden politici en politieke ambtenaren die weten dat zelfs een "benoemde" baan in Washington valt of staat met de uitslag van de presidentsverkiezing omdat met de scheidende president ook zijn ambtelijk apparaat vertrekt. Veel Amerikanen hebben dan ook geen idee welk beleid zij met hun media-genieke kandidaat in huis halen, omdat hun politiek en moreel oordeel van de kandidaat in meerderheid berust op partij-trouw en de telkens op de netwerken herhaalde politieke one-liners en machinaties. En dat geldt wel in het bijzonder voor de vice-president. Mocht een zittend president immers komen te overlijden, dan wordt hij zonder nieuwe verkiezingen opgevolgd door de vice-president. In de praktijk gaat het vaak om een lichtgewicht die tijdens de verkiezingen als trekker van een minderheidsstem fungeerde en dus niet speciaal is uitgezocht op zijn geschiktheid voor het landsbestuur. Hij is niet direct, maar "getrapt" gekozen, want hij liftte als benoemde - niet gekozen - running mate van de winnende presidentskandidaat mee met de stemmen die voor zijn baas zijn uitgebracht. En zijn aan- blijven kan, als hij halverwege de ambtsperiode aantreedt, oplopen tot een ambtstermijn van 10 jaar, en dat is 2 jaar langer dan bij een ordentelijk gekozen president. De kandidaat met het meeste geld kan de scherpste mediacampagne voeren, zodat de winst vaak gaat naar wie meeste fondsen werft en die daartoe mogelijk de meest vergaande beloften deed aan machtige consortia en belangengroeperingen. En juist de zittend president kan altijd rekenen op grote donaties van het bedrijfsleven voor zijn fonds voor herverkiezing, want hij is de veiligste investering van de twee. Bovendien vallen staten waarvan de uitslag omstreden is vaker toe aan de zittend president. De Secretary of State, onder wiens verantwoordelijkheid de verkiezingen plaatsvinden, werd immers in veel staten tijdens de vorige verkiezingen gekozen of door de gekozen gouverneur benoemd. Deze functionaris representeert dus veelal het kamp van de zittend president en heeft grote invloed op het duiden van de uitslag en de interpretatie van individuele onduidelijk ingevulde stembiljetten (Presi- dentsverkiezing Florida 2000). En tenslotte bevindt de zittend president zich ook nog eens in de best denkbare positie om door beleid en goed georkestreerde persconferenties de media te bespelen. De burger kiest zijn president dus vaak feitelijk voor een periode van acht jaar. Wie het bovendien vuil speelt en voldoende twijfel weet te zaaien met niet controleerbare verdacht- makingen en niet ter zake doende onthullingen over het privéleven van zijn tegenstander heeft een goede kans de winst naar zich toe te trekken, vooral als de onthulling goed getimed vlak voor de ver- kiezingsdag wordt uitgespeeld. En ook hier is een zittend president in het voordeel omdat hij als geen ander de middelen heeft om te graven in het verleden van zijn tegenstander. Bovendien stellen de talrijke bordes-scenes hem in staat zelf te pronken met vaderlandsliefde, toewijding aan het gezin en overgave aan God. Altijd al een sterk lobbyist geweest... Het is wel duidelijk dat er in de V.S. niet alleen teveel macht berust bij één persoon, maar ook dat het systeem niet altijd de beste man doet bovendrijven. En dat is met name gevaarlijk als hij zich gesteund weet door een partij-meerderheid in het Congres. Dat de Amerikaanse kiezer dat ook beseft blijkt uit zijn neiging bij de verkiezingen voor het Huis van Afgevaardigden en voor de Senaat op het andere kamp te stemmen dan dat van de als winnaar ge- doodverfde presidentskandidaat. Slaagt de kiezer daarin, dan ontneemt hij het systeem effectief zijn vitaliteit, want zo machtig als een president is bij enkelvoudige issues, zo krachteloos wordt zijn beleid op een termijn van jaren als een hem vijandig gezind parlement stelselmatig al zijn voorstellen afkeurt en berooft van hun financiering. Wat dan resteert is een machtige en tegelijkertijd gefrustreerde - en daardoor opportunistischer en mogelijk nog gevaarlijker - president van een vier tot acht lange jaren onbestuurbare natie.
Het rechtssysteem Veel Amerikanen beroemen zich niet alleen op het beste politieke systeem ter wereld, maar ook op het best functionerende rechtssysteem. Daar valt echter toch wel wat op af te dingen.
Het onderzoek Het Amerikaanse rechtssysteem kent de recherche onder voorwaarden verregaande bevoegdheden toe in de orde van inkijk- en undercover-operaties. Uitholling van de burgerrechten door angst voor terrorisme hebben daar recentelijk sterk toe bijgedragen. Daarbij moet niet alleen gedacht worden aan uitbreiding van de klassieke rechercheertechnieken, maar ook aan aantasting van de privacy en aan preventief rechercheren waarvan het willekeurige karakter in principe elke burger kan raken. Maar goed, daar weten wij tegenwoordig in Nederland ook het nodige van... Gevaarlijker is de politieke druk op het opsporingsapparaat, vooral van de in de V.S. gekozen burge- meester die om electorale redenen niet altijd wars is van populisme. De prestatiedruk leidt in combi- natie met geldgebrek en onderbezetting nogal eens tot tunnelvisie waarbij het "oplossen" van een misdrijf zwaarder weegt dan waarheidsvinding. Daarbij kan de eerst doorslaande verdachte, daar vaak door zijn ondervragers toe aangezet, als kroon-getuigen een substantiële strafvermindering te- gemoet zien. Dat systeem is nauwelijks betrouwbaarder dan de in de Middeleeuwen gangbare ver- hoortechnieken. En wat, om in dat laatste verband te blijven, te denken van intimiderende verhoortechnieken, fysieke mishandeling en bewuste misleiding van verdachten met name m.b.t. hun status als kroongetuige? Van deze door angst en hysterie gegenereerde afbraak van het rechtssysteem is Europa helaas ook niet vrij gebleven. Maar in de V.S. gaat het allemaal wel veel verder: Eenmaal voorzien van het etiket terrorisme of zelfs maar een vermoeden daarvan, blijkt dit een vrij- brief voor grove en grootschalige schending van de mensenrechten. Dat kan leiden tot jarenlange detentie zonder aanklacht, zonder inzage in de processtukken en zonder verdediging. Bovendien komen de media regelmatig naar buiten met goed onderbouwde beschuldigingen van discriminatie, vernedering, fysieke dwang en het hele scala van geïsoleerde detentie tot aan marteling.
De berechting Na de onderzoeksfase volgt de berechting. De strafmaat wordt weliswaar bepaald door een professionele rechter, maar de schuldvraag wordt, althans bij zwaardere vergrijpen, voorgelegd aan een lekenjury. Nu is een jury samengesteld uit door het lot aangewezen burgers die zich aan deze taak niet kunnen onttrekken en die gedurende de loop van het proces in het gerechtsgebouw moeten verblijven om beïnvloeding van buitenaf te voorkomen, zelfs als een proces maanden zou duren. Deze onvrijwillige juryleden hebben er dus alle belang bij weer snel thuis te zijn. Maar ja, de rechter staat niet toe dat een jury het geheime beraad al te snel zonder een eensluidend oordeel verlaat. Dus omdat je met een unaniem oordeel sneller naar huis kunt, is het voor juryleden met een minder- heidsstandpunt wel erg verleidelijk zich voornamelijk voor de vorm even aan de schuldvraag te wijden, om zich vervolgens - zo snel als sociaal acceptabel lijkt - te conformeren aan de meerderheid. Maar ook aan de kwaliteit van een te goeder trouw functionerende jury moet getwijfeld worden. Veel juryleden zijn te laag opgeleid om in een gecompliceerde of emotioneel beladen zaak tot een verantwoord oordeel te kunnen komen. Dergelijke juryleden zullen ook gevoeliger zijn voor een popu- listische aanpak van de openbaar aanklager en zullen door een mogelijk beperkte spanningsboog de laatst ingebrachte verklaringen en bewijzen zwaarder laten te wegen dan wat eerder ingebrachte werd. En hoe vind je trouwens een onbevooroordeeld jurylid voor een zaak die van kust tot kust alle media heeft gehaald! Mocht een jury om welke van bovenstaande redenen ook tot een volslagen ridicule uitspraak komen, dan kan de rechter weinig anders doen dan de - in de V.S. vaak toch nog aanzienlijke - minimumstraf op te leggen. Dat het stelsel ook in de praktijk faalt blijkt uit de significant vaker opgelegde doodstraf voor negers tegenover blanken na beschuldigd van een vergelijkbaar misdrijf. Maar dat verschil blijkt al eerder, namelijk bij de ongelijke toekenning van invrijheidstelling op borgtocht, voorafgaand aan het proces. En tenslotte, wat te denken van berechting door een militaire krijgsraad, slechts bijgestaan door een toegewezen militaire adviseur, in een zaak waarbij de van terrorisme beschuldigde beklaagde geen Amerikaans militair is, niet bekend is met de verdere aard van de aanklacht en de facto zonder vorm van proces onder vaak mensonterende omstandigheden wordt vastgehouden?
De strafmaat Mocht een proces uitdraaien op een vorm van detentie, dan blijkt het gevangenisregime ook niet wat wij hier gewend zijn. Meerdere gevangenen in een cel, intimidatie door bewakers, handel in drugs, bendeterreur en gedwongen (onveilige) seks zijn er dagelijkse praktijk. De spanningen culmineren met enige regelmaat in met geweld neergeslagen gevangenis-oproeren . En mocht de strafmaat in de maximale categorie vallen dat loopt de verdachte in veel staten kans op de ethisch aanvechtbare en een democratie onwaardige doodstraf.
Nawoord Het is verleidelijk de grote verschillen in kennis, macht en inkomen, en het falend beleid bij onderwijs, volkshuisvesting, gezondheidszorg, criminaliteit, veiligheid en buitenlandse betrekkingen voor de Verenigde Staten te verklaren vanuit het staats- en rechtssysteem. Al was het alleen al door de macht van de steenrijke, volkomen legale en diep in het politiek systeem geïnfiltreerde lobby's. Zoals de invloed van de machtige lobby van de National Rifle Association op de criminaliteitsbestrijding dat de steden tot de onveiligste ter wereld heeft gemaakt. En die van de industrie- en energie-lobby op het buitenlands beleid, dat opvallend vaak de tekenen vertoont van economisch machtsmisbruik en niet-legitiem militair ingrijpen in staten waar de Verenigde Staten handels- of oliebelangen hebben. Mocht u nu denken dat de problemen met de rechtsstaat slechts een probleem voor de Amerikanen zelf is, bedenk dan dat de invloed van de V.S. niet bij de landsgrenzen ophoudt. De V.S. blijken daarbij niet alleen voorbij te gaan aan het eigen rechtsstelsel, zij laten ook weinig gelegen liggen aan dat van an- deren. Zo bleek uit gegevens die de Britse krant The Guardian in 2013 naar buiten bracht dat de V.S. in 2011 wereldwijd dagelijks 194 miljoen SMS'jes verzamelden (NRC, 17-01-2014). Zelfs trouwe bond- genoten zijn niet veilig voor deze inmenging in hun binnenlandse aangelegenheden, getuige het feit dat de V.S. volgens The Guardian per jaar een half miljard Duitse telefoongesprekken, mailberichten en tekstbestanden onderschepten, waarbij niet alleen werd gezocht naar politiek en maatschappelijk relevante informatie maar vanuit het nationaal belang ook economisch gevoelige informatie en zelfs bedrijfsinformatie aan het eigen bedrijfsleven werd doorgespeeld. De ongekroonde koning van de vrije markt... En dat zijn dan nog vrienden. Vijanden van de V.S. lopen het risico dat invloedrijke personen zonder vorm van proces en alleen berustend op intelligence op afstand, met behulp van drones worden geëlimineerd, overigens zonder zich al te zeer druk te maken over het lot van toevallige omstanders. De in Europa gangbare staatsvormen en rechtsstelsels doorstaan de toets der kritiek veel beter dan die van de Verenigde Staten, zij het dat zij minder scoren op het gebied van snelle besluitvorming en slagvaardigheid, vooral op controversiële beleidsterreinen. Maar dat is dan ook een kenmerk van naar totalitarisme neigende systemen... Laten wij er echter wel alert op blijven ons niet door onevenredige en opgeklopte angst voor terrorisme tot "Amerikaanse toestanden" te laten verleiden, want weggegeven burgerrechten zie je nooit meer terug.
Naar boven Meer essays


# menno kater - De V.S. een democratie en een rechtsstaat?
Advertenties