Essays

Vrije wil versus na-ijlend bewustzijn

Home - Columns - Politiek en maatschappij - Filosofie en psychologie - Wetenschap - Cursussen - Computer - Diversen | Printversie

(nautische historie zeiltijd - historie stoomtijd - zeilcursus - motorbootcursus - evolutieleer - evolutie mens - groepsgedrag)



(Hammond 2 Universal ©Schrijf.be copywriting)


In hoeverre voeren wij de regie over ons handelen? Nemen wij echt planmatige beslissingen waarna
wij dat plan uitvoeren? Of zijn wij een door evolutie, opvoeding en ervaring diepgeprogrammeerde
biologische computer die ons lichaam op een ontstellend complex niveau zelfstandig buiten ons be-
wustzijn om laat handelen?

Ter verduidelijking een korte beschrijving van een opmerkelijke proef van de Engelse neurochirurg 
W. Grey Walter in 1963:
Hij liet enkele proefpersonen plaatsnemen in een dia-projectieruimte en gaf hen een knop in de hand
waarmee zij zelf de dia's konden wisselen. In hun premotorische cortex waren elektroden geïmplan-
teerd die de hersenactiviteit zichtbaar maakten, en die electroden werden voor analyse gekoppeld
aan een computer. Zodra deze computer eenmaal door had welke hersenactiviteit het indrukken van
de knop aanstuurde (het bereidheids-potentiaal), ontkoppelde men heimelijk de bedieningsknop en
stuurde men de projector aan met de nu op het bereidheids-potentiaal opererende computer.
De proefpersonen leken niets van deze omzetting te merken. Achteraf klaagden de meesten echter
over een gevoel alsof het beeld sneller wisselde dan zij bedoelden. De hersenen namen eerder het
besluit de dia te wisselen dan het bewustzijn...

Een ander experiment is dat van de Amerikaan Benjamin Libet in 1979:
Libet verzocht zijn proefpersonen één van hun vingers te bewegen. Daarbij meette hij de tijd tussen
het moment waarop zij hun vrije wilsbesluit ervoeren, en het ment waarop bij hen het bereidheids-
potentiaal werd geregistreerd.
Ook nu bleek het bewustzijn na te ijlen, en hij slaagde erin dit te kwantificeren. Het vrije wilsbesluit
bleek 350 msec (1/3 sec) achter te lopen op het bereidheids-potentiaal.
Overigens heeft Libet ook experimenten gedaan waaruit bleek dat het bewustzijn op het laatste mo-
ment een soort veto over de beslissingen van het brein leek uit te spreken, waaruit kan worden ge-
concludeerd dat het bewustzijn de motorische respons toch zou kunnen blokkeren.

Ook een in 1997 door de Portugesen Bechara en Damasio uitgevoerd experiment wijst op de beperkte
invloed van het bewustzijn. 
Hun proefpersonen kregen vier stapeltjes kaarten voorgelegd, waarbij aan bepaalde kaarten voor- en
nadelen waren verbonden. Tijdens het spel verwisselde men voor- en nadeel zonder hen dit te laten
weten. Tegelijk werd hun galvanische huidreactie gemeten, wat een indicatie is voor emotionele re-
acties die niet tot het bewustzijn doordringen.
Nadat de proefpersonen bij zo'n regelwijziging een paar keer een strafkaart hadden genomen, ver-
toonden zij bij de intentiebeweging naar een strafkaart een huidrespons en corrigeerden hun handeling
door de gunstige kaart te nemen. En dat voordat, en bij sommigen zelfs zonder dat, zij de nieuwe
regels hadden doorgrond. Het besluit om het spel anders te spelen had zich dus onbewust voltrokken.

En dan een onderzoek van de Duitser John-Dylan Haynes, in mei 2008 gepubliceerd in Nature
Neuroscience:
Hij liet zijn proefpersonen op een door henzelf gekozen tijdstip uit twee knopjes kiezen, en bepaalde
het vrije wilsbesluit door hen te vragen welk elke halve seconde wisselend getal er voor hen gepro-
jecteerd werd op het moment dat zij de beslissing namen. Tegelijkertijd stelde een patroonherkennend
computerprogramma uit een meelopende fMRI-hersenscan het moment vast dat de hersenen
besloten. Haynes kwam tot een na-ijltijd van 7 seconden, maar hij meette dan ook, anders dan zijn
voorgangers, het moment waarop het brein de beslissing voorbereidde en niet het beslismoment zelf.

Dat het vrije wilsbesluit een illusie is kan ook aannemelijk worden gemaakt door aan te tonen dat het
te manipuleren is. Bij een experiment van de Nederlandse onderzoekers Aarts en van den Bos 
(Psychological Science, febr. 2011) werd daartoe aan proefpersonen gevraagd één van twee in een
cirkel bewegende vierkantjes stil te zetten. Hen werd verteld dat er één (niet welk) werd stilgezet door
op een knop te drukken en het andere door een voor hun hersengolven geprogrammeerde computer.
Als het tot stilstand gebrachte vierkantje vlak vóór de feitelijke uitvoering in een niet bewust waar te
nemen flits aan hen werd getoond (priming), waren zij in beide gevallen meer geneigd te geloven dat
dit "hun" vierkantje was en niet dat van de computer. En dat gevoel werd nog versterkt als hen tevoren
was gevraagd het bestaan van de vrije wil voor zichzelf te verdedigen. Het vrije wilsbesluit is dus van
buitenaf te manipuleren.

Ons bewustzijn blijkt dus als een soort droommachine na te ijlen op ons handelen, en daarbij dit
precognitief handelen van een context te voorzien die ons ten onrechte de indruk geeft dat wij er zelf
de regie over voeren (self-agency).Het fenomeen van het na-ijlende bewustzijn is overigens in het veld
van neuro-psychologen en neurofysici inmiddels algemeen aanvaard en valt absoluut niet onder
obscure wetenschap.
Aan u als lezer is het uiteindelijke oordeel, hopelijk op feiten gebaseerd en ontdaan van angst voor de
gevolgen voor uw wereldbeeld. Ik geef toe, het is even wennen...

Er zijn hoog ontwikkelde cognitieve functies nodig om een evaluatie van de uit te voeren reflexbogen
mogelijk te maken, waarmee deze op fouten kunnen worden gecontroleerd zodat door "trial and error"
zinvol aan de levenslang voortgaande programmering kan worden bijdragen.
Voor die gecompliceerde cognitieve taak heeft het brein zeer veel neuronen nodig. En dat geeft
bewustzijn, want bewustzijn wordt algemeen gezien als een bijproduct van door grote aantallen neu-
ronen gegenereerde rekenkracht. Sommigen menen overigens dat bewustzijn evolutionair voordeel
geeft, omdat het ons in staat zou stellen tot sociale manipulatie.
Bewustzijn is een emergente eigenschap, wat betekent dat het niet kan worden gereduceerd tot de
fysische processen waaruit het voorkomt. In wetenschappelijke kring wordt verondersteld dat als er
maar genoeg rekenkracht wordt gegenereerd, er ook bij een artificieel brein bewustzijn zal ontstaan.
Maar wees gerust. De techniek zal waarschijnlijk nooit tot de vereiste rekenkracht in staat zijn (11½
miljard neuronen met meervoudige bedrading!) om ons in de situatie te brengen waarin wij ons moeten
gaan afvragen of onze robots burgerrechten moeten krijgen...

Ervan uitgaande dat de evaluatie van de reflexbogen volgt op de handeling, en dat de daarbij vereiste
rekenkracht bewustzijn kan genereren, mag het eigenlijk geen verbazing wekken dat het bewustzijn
op het handelen blijkt na te ijlen.
En de illusie dat wij de regie voeren over ons leven zou het gevolg kunnen zijn van het feit dat ons
brein gewoon is informatiegaten op te vullen met informatie uit soortgelijke gebeurtenissen in het
verleden. Waarmee het als een droommachine aan de feitelijk gefragmenteerde perceptie de illusie
geeft van een continue beleving met een logische context.
(zie het essay Hoe betrouwbaar zijn waarneming en informatie?)

En daarmee lijkt het brein op het eerste gezicht een door de biologie dichtgetimmerde reflex-machine.
Gewogen besluiten over meer of minder en beter of slechter, vereisen echter een voortdurende eva-
luatie. Een besluit bestaat dan ook uit een eindeloze sequentie van kleine deelbesluiten, die een
doorlopende tussentijdse correctie met evaluatie mogelijk maken die bijdragen aan de levenslang
voortgaande programmering voor soortgelijke beslismomenten.
Dit zijn de momenten waarop cognitieve functies het proces van programmering kunnen bijsturen
(niet aansturen) en waar enige ruimte ligt voor wat wij de vrije wil zouden kunnen noemen waardoor
wij binnen bepaalde grenzen verantwoordelijk zouden zijn voor ons handelen (zie ook het door Libet 
gevonden mentale veto).
Ik ben mij ervan bewust dat hier eerder sprake is van een definitie dan van het vaststellen van de vrije
wil, en dat anderen hier mogelijk liever spreken van een nog dieper doorgevoerde programmering van
de feed-back. Ik beschouw dat echter meer als een semantische kwestie dan als een verschil van
mening.
Beide opvattingen hebben immers gemeen dat dit het moment is waarop omgevingsfactoren invloed
kunnen uitoefenen op de leerprocessen die aan de cognitieve functies ten  grondslag leggen. Het
moment waarop door jezelf of door anderen getoetst en gecorrigeerd kan worden. En in dat laatste
aspect ligt de zin van het onderscheiden van de vrije wil, hoe die ook benoemd wordt (zie het essay
Additieve programmering, de strategie achter psychotherapie).
Ook de Amerikaanse bewustzijnsfilosoof Daniel Dennett komt tot de conclusie dat er in het evaluatie-
proces ruimte moet liggen voor de vrije wil en dat het duiden van de vrije wil vooral een semantische
kwestie is (2008).
 
Dit impliceert dat iemand ter verantwoording roepen, straffen of dreigen, dan wel onderwijzen, belonen,
bevestigen of in psychotherapie nemen, kortom additieve programmering, zinvol is omdat het een
bijdrage levert aan de levenslange conditionering.


Naar boven Meer essays


# menno kater - Vrije wil versus na-ijlend bewustzijn