Essays

Politiek voor de generatie van na de Koude Oorlog

Home - Columns - Politiek en maatschappij - Filosofie en psychologie - Wetenschap - Cursussen - Computer - Diversen | Printversie

(nautische historie zeiltijd - historie stoomtijd - zeilcursus - motorbootcursus - evolutieleer - evolutie mens - groepsgedrag)



(Underwood No.5 ©Schrijf.be copywriting)


Waarom?
In 1991 kwam er met het aantreden van Boris Jeltsin als President van de Russische Republiek een
einde aan de Koude Oorlog, die risicovolle periode waarin de toenmalige supergrootmachten de VS en
de Sovjet-Unie elkaar aan weerskanten van "the Iron Curtain" (Churchills' Fultonspeech, 1946) tot de
tanden bewapend in een ijzeren greep hielden.
Inmiddels heeft een complete generatie zich aan de koude-oorlog-retoriek kunnen onttrekken. Dat lijkt
een groot goed, maar de daardoor veroorzaakte vervreemding van de klassieke politieke motieven
heeft ook veel instabiliteit en politiek opportunisme gebracht, en dat zou wel eens grote gevolgen kun-
nen hebben voor de kwaliteit van onze rechtsstaat.
Samen met het gegeven dat deze generatie zich goed thuis voelt op het web, vormt dat een krachtig
argument hier een essay te schrijven over de klassieke links-rechts doctrine van de vorige eeuw.

De muur en 9/11
Tot de val van de muur in 1989 werd het politieke denken geheel bepaald door de tijdens de koude
oorlog sterk gepolariseerde links-rechts tegenstellingen.
De politieke issues van die dagen heetten kennis, macht en inkomen. Links streefde naar een sociale
samenleving door een eerlijker verdeling ervan, en rechts meende dat dit slecht zou zijn voor de
economie en de veiligheid van het land. Deze rigide opstelling impliceerde dat wanneer er moest 
worden gekozen tussen economie en milieu, de socialisten voor werk kozen en rechts voor het belang
van de aandeelhouders. Het mag dan ook geen wonder heten dat met het groeiend besef van wat ons
met het milieu te wachten staat, het electoraat en dus spoedig ook de gevestigde partijen geleidelijk de
bakens begonnen te verzetten.
In 2001 kwam met 9/11 ook veiligheid in het brandpunt van de belangstelling te staan. De opgeklopte
angst voor herhaling van het drama met de Twin Towers leidde in de westerse wereld tot repressie
tegen verdachte staten en moslim-migranten, wat door het non-proportionele karakter ervan wereldwijd
tot uitholling van rechtsstaat en burgerrechten heeft geleid.
Reden is wellicht dat de groeiende hysterie mensen, ter linker en ter rechterzijde en zowel hoog als
laag opgeleid, tot groepsgedrag bracht. Het politieke profiel van het electoraat was zelden eerder zo
grillig en onvoorspelbaar. En opportunistisch als politieke partijen nu eenmaal zijn, begonnen natio-
nalisme, intolerantie, vooroordelen en sociale hardheid dwars door de oude partijlijnen heen te lopen,
daarmee de scheidslijnen tussen politiek links en rechts vervagend en het beleid tot op regerings-
niveau infiltrerend.
Ook internationaal gaat het al lang niet meer volgens de oude meetlat, maar om economische motie-
ven, verdragsverplichtingen en politieke overlevingsstrategieën. Er wacht ons dan ook een baaierd aan
potentiële conflictstof met motieven als welvaart, nationalisme, etniciteit, religie, kennis, energie, grond-
stoffen, water, voedsel en de gevolgen van klimaatveranderingen. Bij dat laatste moet u behalve aan de
locale gevolgen van milieurampen ook denken aan massale migraties, in de wetenschap dat de VN aan
het eind van de eeuw wereldwijd 56 miljoen klimaatvluchtelingen verwachten.
Maar de issues van deze dagen mogen dan repressie, migratie en milieu heten i.p.v. kennis, macht en
inkomen, en het oude links-rechts denken mag dan aan waarde hebben ingeboet, het vormt nog steeds
het framewerk waarin de politieke realiteit verankerd ligt en waarop de partij-politiek tot op de dag van
vandaag is georganiseerd.

Stromingen
Laat ik beginnen met een overzicht van de klassieke politieke stromingen, [L] is links en [R] rechts.
 ▪Sociaaldemocratisme [L] streeft langs democratische weg naar een sociale wetgeving en een betere
   spreiding (nivellering) van kennis, macht, bezit en inkomen.
   (vb. PvdA en Groen Links)
 ▪Anarchisme [LL] gelooft dat een geweldloze samenleving alleen mogelijk is door af te zien van de
   instelling van macht en autoriteit. Ongelukkig genoeg verstaat men onder anarchie ook wel chaos en
   wanorde in het algemeen. Anarchisme is echter geenszins chaotisch en blijkt opmerkelijk zelfreini-
   gend en zelfregulerend te zijn. Het is echter geen samenlevingsvorm die tot soms noodzakelijke
   impopulaire of infrastructurele besluitvorming in staat is. Het lijkt om die reden alleen haalbaar in
   kleine gedecentraliseerde autonome gemeenschappen, overkoepeld door een "overheid" met zeer
   gelimiteerd mandaat.
   (vb. diverse buitenparlementaire woongroepen)
 ▪Marxisme [LL] vormt de theoretische grondslag voor socialisme en communisme naar de denk-
   beelden van Karl Marx en Friedrich Engels. Binnen het marxistische gedachtengoed is de socialis-
   tische staat geen doel, maar slechts een tussenfase op weg naar het ideaal van een communistische
   samenleving.
    -Socialisme [LL] streeft naar een maatschappij die werkt op basis van gelijkheid, sociale recht-
      vaardigheid en solidariteit. Men beschouwt het als de taak van het collectief in de vorm van een
      sterke centrale staat, om via nationalisatie van nuts-bedrijven en private sector tot een betere ver-
      deling van macht en goed te komen. En omdat verschil in economische macht samenvalt met dat
      tussen arm en rijk, zou daarmee een eind worden gemaakt aan de klassenmaatschappij.
    -Communisme [LL] streeft op basis van het gemeenschappelijk eigendom van de productie-
      middelen naar een klasseloze isolationistische samenleving van arbeiders, boeren en militairen,
      waarbij ieder produceert naar vermogen en slechts neemt naar behoefte.
      In deze ideale oervorm voorzag het communisme, anders het socialisme, dus niet in een centrale
      staat. Helaas bleek het communisme echter overal te ontaarden in een zeer aanwezige totalitaire
      staat met alle macht aan de partij, het uitvoerend orgaan (politbureau) en de partijleider. En ook het
      klasseloze isolationisme sneuvelde waar het Stalinisme zich vooral oriënteerde op de industriële
      arbeiders, en het van oorsprong Chinese Maoïsme op de boeren en op de export van de met ge-
      weld afgedwongen revolutie. In West-Europa deed het communisme een tamelijk opportunistische
      concessie met het niet langer op Moskou (of op Peking) georiënteerde Eurocommunisme.
   (vb. van marxisme - SP)
 ▪Fascisme [RR] stelt, anders dan het communisme (in ideale vorm immers zonder centraal gezag),
   de staat boven het individu. Het legitimeert daartoe het gebruik van geweld, moderne propaganda-
   technieken en censuur om politieke tegenstand de kop in te drukken. Vaak worden in een dergelijk
   systeem de economie en de samenleving van bovenaf gecontroleerd, met een sterk accent op
   vooral etnisch georiënteerd nationalisme.
   (vb. de zwarthemden onder de Italiaanse dictator Benito Mussolini, 1922 -1943)
 ▪Nationaal-socialisme of nazisme [RR] is een vorm van fascisme. Het richt zich echter veel meer op
   etniciteit en rassenstrijd en kenmerkt zich ook door een sterker pre-Marxiaans "socialisme".
   (vb. de bruinhemden onder de Duitse dictator Adolf Hitler, 1933-1945)
 ▪Liberalisme [L-R] gaat uit van het individu en meent dat de overheid zo min mogelijk moet ingrijpen
   in het economisch en maatschappelijk leven. Men maakt onderscheid tussen de conservatieve stro-
   ming van het klassiek-liberalisme [R] en het sociaal-liberalisme [L].
   Het Neo-liberalisme [R] is de revival van het economisch liberalisme uit de 80-er jaren dat streefde
   naar privatisering van overheids- en nutsbedrijven en dat concessieloos geloofde in de vrije markt-
   werking.
   (vb. van sociaal-liberalisme en van neo-liberalisme - D66, respectievelijk VVD)
 ▪Conservatisme [R] is de politieke oriëntatie op traditionele waarden en op afkeer van ondoordachte
   innovatie en hervorming.
   Neoconservatisme [RR] meent dat de ongelijkheid van mensen zijn oorsprong vindt in karakter-
   eigenschappen als plichtsgevoel, doorzettingsvermogen en soms zelfs religie. Dat houdt in dat men
   een onsuccesvolle levensloop aan zichzelf te wijten zou hebben en overheidsbemoeienis daarbij dus
   niet gerechtvaardigd zou zijn.
   (vb. van conservatisme - VVD)
 ▪Confessionalisme [L-R] is politiek op basis van geloof. Het is eigenlijk geen politieke stroming in de
   links-rechts zin, maar blijkt bij grote partijen in de praktijk nogal eens centrum-rechts uit te pakken.
   Hoewel het door het brede werkingsspectrum van het geloof geen echte single-issue partijen zijn,
   hebben dergelijke partijen toch vaak het karakter van een parlement binnen het Parlement.
   (vb. CDA, CU en SGP)
 ▪Single-issue partijen (bv. voor de belangen van vrouwen, bejaarden of dieren) hebben doorgaans
   veel last van een onstabiele partijdiscipline waar het politieke vraagstukken betreft die buiten hun
   issue-bereik liggen.
   (vb. PvdD)

Verder vindt men veel samentrekkingen ter differentiatie van de politieke hoofd-stromingen:
 ▪"sociaal" ervóór               → sociaal-democratisch, sociaal-liberaal en sociaal-christelijk
 ▪"democratisch" erachter → christen-democratisch en sociaal-democratisch

Verwarrend is wellicht dat de links-rechts tegenstelling wel in de spreektaal maar niet in de politieke
arena samenvalt met de controverse tussen progressief en conservatief. Bij de laatste twee gaat het
niet om socialisme versus kapitalisme, maar om veranderingsgezindheid tegenover behoudzucht
(grondwetswijzigingen, stelselwijzigingen, Europese integratie etc.). Een partij die zich richt op de
arbeidersklasse maar Europa niet ziet zitten zou m.b.t. bepaalde issues kunnen worden geduid als
conservatief-links (vb. SP)

Een relatief nieuw verschijnsel is de parlementaire politieke beweging. Een dergelijke beweging heeft
wel zetels in het parlement (soms door af te splitsen van een reguliere politieke partij met behoud van
de zetel), maar geen leden. Zo'n beweging heeft dus slechts donateurs zonder stemrecht, maar vaak
wel met aanzienlijke macht achter de schermen. Door de ontbrekende transparantie van de geld-
stromen ligt oncontroleerbare belangenverstrengeling op de loer.
Verwar deze dubieuze constructie echter niet met de voor een democratie cruciaal fenomeen als de
buiten-parlementaire beweging.
(vb. van parlementaire politieke beweging - PVV)
Ook klassiek georganiseerde politieke partijen kunnen weinig transparant zijn m.b.t. de interne demo-
cratie, wat je merkt aan het vrijwel ontbreken van oppositie in de fractie en zelfs in de ledenvergadering.
(vb. SP)

Communisme, fascisme en groepsgedrag
Het lijkt in eerste instantie wat contra-intuïtief, maar wanneer communistisch en fascistisch georiën-
teerde bewegingen radicaliseren, gaan zij in hun handelen steeds meer op elkaar lijken.

Militante bewegingen, zowel ter linker als ter rechter zijde, die zijn geradicaliseerd tot terroristische
strijdgroepen, blijken hun acties niet te beperken tot industriële - en overheidsdoelen. Als je immers wilt
profiteren van het machtsvacuüm dat ontstaat als je er in slaagt de samenleving te ontwrichten, kun je
beter angst zaaien door willekeurige burgers te treffen dan je te richten op strategische doelen. De
bevolking voelt zich nergens meer veilig en accepteert dan graag de draconische maatregelen waar-
mee de verkrampte overheid het tij probeert te keren. Daarmee gaat op den duur de rechtsstaat te
gronde tot die rijp is voor een revolutionaire overname. En dat alles zal moeten worden gefinancierd uit
de opbrengsten van grove criminaliteit.

Radicaliserende bewegingen die niet vervallen tot terrorisme kunnen hetzelfde bereiken door op rabiaat
populistisch wijze voeding te geven aan angst en ontevredenheid, en zo een politiek klimaat te schep-
pen waarin zij al dan niet langs democratische weg de macht kunnen grijpen. Zij werken bovengronds
en krijgen hun geld dus uit schenkingen, contributies en overheidssubsidies...

Eénmaal aan de macht gekomen zullen zij, eveneens zowel ter linker als ter rechter zijde, zo snel
mogelijk hun machtspositie trachten te consolideren door het elimineren van oppositionele groepe-
ringen en media.
En verder zullen zij proberen de bevolking volgzaam te maken en af te leiden van de heersende pro-
blemen door het creëren van een vijandbeeld. Buitenlands door de bevolking te focussen op nationale
trots en de veiligheid van de grenzen. Binnenlands door haar te mobiliseren tegen alles wat als be-
dreigend wordt ervaren of wat afwijkt van de gangbare norm. En ook nu weer wordt de daarvoor
benodigde militaire en politionele expansie gefinancierd met criminele handelingen, alleen nu wat meer
sophisticated.
Uiteindelijk vervallen machtshebbers, ambtenaren en het uitvoerend apparaat tot groepsgedrag.
Zij vallen dan terug op primair defensieve gedragsvormen die geen agressie trekken en de saam-
horigheid verhogen, zoals conformeren aan de groepsnorm, onvoorwaardelijke onderlinge trouw,
xenofobie, territoriumdrift, een gemeenschappelijk beleefd vijandbeeld, simplificatie in standpunten
zonder ruimte voor nuance, groepsgebonden superioriteitsgevoel, buitenproportionele ontlading in
gedrag en meningsvorming, hysterie, en tenslotte het blind volgen van de nieuwe leider. En hoe groter
deze groep, des te groter is het aanzuigend effect van dit groepsgedrag op de andere leden van de
gemeenschap ("Groupthink", Irving Janis, Yale University, '70).
De bevolking vervalt onder deze druk tot inertie (Sovjet-Unie) of komt eveneens tot bovengenoemd
groepsgedrag (Nazi-Duitsland).
(zie ook het essay  Groepsgedrag, een erfenis uit ons verleden)

En zo ontstaan tenslotte uit van oorsprong communistische en fascistische georiënteerde bewegingen
die totalitaire staten die zich nauwelijks van elkaar onderscheiden als het gaat om het gebruik van
repressie, censuur en propaganda.
Er zijn natuurlijk wel theoretische verschillen. Het communisme tracht de samenleving te egaliseren
door nutsbedrijven, strategische industrieën en tenslotte de gehele private sector te nationaliseren.
Terwijl het fascisme alles juist zal willen privatiseren en de vrije marktwerking zal stimuleren zonder
zich daarbij veel gelegen te laten liggen aan de zwakken in de samenleving.
Verder stelt het fascisme de staat boven het individu. Het communisme uiteindelijk ook, maar dat was
niet de bedoeling. Want hoewel het socialisme zich binnen het marxistisch ideaal bediende van een
sterke centrale staat was deze samenlevingsvorm geen einddoel zoals bij een sociaal-democratie,
maar slechts een tussenstation op weg naar het communistisch ideaal zonder centraal gezag. Maar ja,
toen kreeg de partij een machtig uitvoerend orgaan in de vorm van het politbureau, en een nog
machtiger partijleider. En zo heeft het communisme zich aan het andere uiteinde van de klassieke 
politieke links-rechtsschaal genesteld zonder de uiterlijke gelijkenis met het fascisme te verliezen, 
althans oppervlakkig, want er zijn naast het reeds genoemde onderscheid nog enkele wezenlijke
verschilpunten.

Het communisme komt immers voort uit de arbeidersbeweging, waarmee het fascisme niets van doen
heeft. Het streeft daarbij naar radicalisering van de klassenstrijd, terwijl het fascisme juist aanstuurt op
samenwerking tussen proletariaat en bourgeoisie.
En beide maken gebruik van repressie, maar op een verschillende wijze. Het communisme koestert
een opportunistisch vijandbeeld dat wisselt met de politieke realiteit van het moment, de klassenvijand.
Het fascisme heeft een vijandbeeld dat wordt gekenmerkt door etnische of anderszins aangeboren 
kenmerken en dit vijandbeeld is minder aan politieke grillen onderhevig.
Het geweld jegens hen komt ook verschillend tot uiting. Bij het communisme wordt het geweld van 
bovenaf georkestreerd, terwijl  het fascisme dat overlaat aan een  zorgvuldig door propaganda ge-
manipuleerde volkswoede. Het effect is er niet minder om, want onder Stalin en Mao vielen 20 miljoen,
respectievelijk 23 miljoen etnische en politieke doden, en onder Hitler in slechts enkele jaren al ruim
6 miljoen.

De twee uitersten zijn dus niet identiek, maar vertonen blijkbaar wel genoeg overeenkomsten om
aanleiding te geven tot het concept communisme en fascisme/nazisme te laten fuseren.
Want vanuit dit idee is al in het Parijs van de jaren '30 onder extreem-linkse Russische intellectuelen
het Nationaal-bolsjewisme ontstaan, een politieke ideologie met elementen van zowel nazistische als
communistische snit (bolsjewisme verwijst naar het communisme onder Lenin, de eerste leider van de
Sovjet-Unie en de voorganger van Stalin).
Overigens kwam het in 1923, mede op initiatief van de nazi-voorman Joseph Goebbels, al eens tot een
slechts enkele maanden durende verbinding van de Kommunistische Partei Deutschlands (KPD) en de
toen juist opgerichte NSDAP van de Nationaal-socialisten. En in diezelfde periode was ook Stalin niet 
wars van nationalistische en Groot-Russische ideeën.
Het nationaal-bolsjewisme doormaakt sinds de val van het communisme een revival in Rusland en haar
aanhang bestaat daar tegenwoordig vooral uit teleurgestelde oud-communisten en jonge ontevreden
randfiguren uit extreem-linkse en extreem-rechtse hoek zonder enig politieke benul. De stroming is
populistisch en compleet opportunistisch, en valt daardoor niet meer in te delen op de politieke links-
rechts schaal.



Fascisme en nazisme En dan nu het onderscheid tussen fascisme en nazisme. Fascisme wordt van oudsher gerelateerd aan het regime van Mussolini, en nazisme aan dat van Nazi- Duitsland. Nazisme is echter geen afzonderlijke stroming, maar een vorm van fascisme. Het verschilt met het klassieke fascisme door een sterker focus op etnische kenmerken en rassenstrijd, en door de verbinding met een soort pre-Marxiaans "socialisme". Daarbij is niet de aard van de etnische verschillen bepalend of je een politieke stroming nazistisch noemt, maar het focus op een etnische geladen vijandbeeld op zich! Het maakt dan niet uit of het daarbij om joden of om allochtonen gaat. Signalen In het algemeen behoren voor een politieke partij of beweging de alarmbellen te gaan rinkelen bij het samenkomen van: ▪Door angst aangestuurd populisme ▪Sociale claims voor de eigen doelgroep ▪Dreiging met geweld ▪Etnisch vijandbeeld ▪Afweren van kritiek door opname van intellectuelen in het vijandbeeld ▪Strakke leiding en de afwezigheid van interne oppositie ▪Niet-transparante organisatie ▪Explosieve groei door toestroom vanuit het volle politieke spectrum Verder leert de geschiedenis met name alert te zijn in economisch moeilijke tijden. En hoewel de risico's dezer dagen op rechts groter zijn dan op links geldt dit in principe ongeacht de politieke kleur. Bovenstaande factoren kunnen de voorboden zijn van de gestage overgang van een rabiaat populisme naar een breed opgezette extremistische volksbeweging. Even onsmakelijk, maar veel gevaarlijker door het grotere electorale potentieel.
Naar boven Meer essays


# menno kater - Politiek voor de generatie van na de Koude Oorlog