Essays

De balans-loop, een alternatief voor de loopproblemen bij Parkinson

Home - Columns - Politiek en maatschappij - Filosofie en psychologie - Wetenschap - Cursussen - Computer - Diversen | Printversie

(nautische historie zeiltijd - historie stoomtijd - zeilcursus - motorbootcursus - evolutieleer - evolutie mens - groepsgedrag)


Naar de samenvatting
Naar de zelf-hulp brochure

(Source Wikimedia Commons - Verantwoording/Acknowledgement) Naar een schets van Sir William Richard Gowens, neuroloog, 1886 De rechter figuur toont waar ik heen wil: Met het gestrekt naar voren plaatsen van het zwaaibeen komt het zwaartepunt van het lichaam minder boven de vóórvoet te liggen en heeft de patiënt bovendien de neiging zich op te richten. Wat is lopen eigenlijk? Lopen bestaat in wezen uit een gecontroleerde voorwaartse valbeweging. Wij laten ons bij het lopen over het standbeen heen vallen en vangen de ingezette val op met het voorwaarts zwaaiende been dat op zijn beurt als het nieuwe standbeen de valbeweging onderhoudt. Als alles goed gaat tenminste... Analyse van het probleem. Met het toenemen van de vergrijzing worden wij op straat steeds vaker geconfronteerd met mensen, bij wie motorische - en evenwichtsstoornissen de loopbeweging haar vloeiend karakter heeft ontnomen, en dan wil ik het hier in het bijzonder hebben over Parkinson en daarmee gerelateerde aandoeningen. Wat dan opvalt is een onzekere en aarzelende gang, waarvan het ontbreken van souplesse het verlies van automatisme en de angst om te struikelen verraadt. In een meer gevorderd stadium zien wij een gekromde rug, een lage stand van het hoofd en korte schuifelende pasjes waarbij het voorovergebogen lichaam bijna geheel wordt gedragen door de vóórvoet. Zij lopen zichtbaar kans voorover te vallen, wat met name in combinatie met slecht ontwikkelde beschermingsreflexen en toenemende osteoporose ernstige gevolgen kan hebben. Technisch gezien zetten zij het zwaaibeen te vroeg neer, en dus te weinig naar voren. En het is vanuit die waarneming dat ik tot een andere en rationele benadering van deze doelgroep zou willen komen. Therapie. Deze patiënten laat men terecht oefenen op verbetering van balans en conditie. Wat wij ons echter niet altijd lijken te realiseren is dat de benadering van genoemde problemen niet in het verlengde hoort te liggen van de behandeling van in principe gezonde mensen die na een trauma moeten revalideren. Het accent ligt dan op een goede basissnelheid bij een zo laag mogelijk energieverbruik door versterking van de gecontroleerde valbeweging. Daarvoor wordt geoefend op een rechte lichaamshouding (1), grote stappen (2), een goede enkelafwikkeling en een krachtige afzet (3) die wordt gecompenseerd door verbetering van de armzwaai (4). Vier aandachtspunten? Dat kan de gemiddelde Parkinson-patiënt helemaal niet. Die is mono-tasking. Die houdt dat tien meter vol en valt dan terug op wat hij het belangrijkst vindt, en dat is de afzet. De rest van de adviezen gaat verloren. De belasting van de vóórvoet wordt daarmee nog kritieker. Gevolg van de combinatie van een krach- tige voorwaartse impuls en de Parkinson-gerelateerde terugval op een te vroeg geplaatst zwaaibeen en een gebogen lichaamshouding. De kans dat hij zichzelf inhaalt en niet meer kan stoppen zonder voorover te vallen neemt toe, en de combinatie van een krachtiger afzet en het wegvallen van de compensatieve armzwaai tast de stabiliteit aan. Bovendien moet hij het ver achterwaarts gestrekte been "onder-zich-door" en met wat lift bijtrekken over een traject dat zich onttrekt aan de visuele waarneming. Allemaal factoren die het risico om te struikelen aanzienlijk verhogen. Het accent moet bij deze patiënten dan ook niet op het standbeen liggen, maar op het zwaaibeen. De balans-loop, een alternatieve compensatie-strategie. Als de kern van het probleem wordt gevormd door een kritieke voorwaartse balans, dan ligt het voor de hand de patiënt een looppatroon te laten volgen waarbinnen de afwikkeling van het standbeen vol- komen wordt genegeerd en het focus zoveel mogelijk komt te liggen op het vooruit strekken van het zwaaibeen gevolgd door het zachtjes en ontspannen plaatsen van de voet. Als hij dat gemakkelijker vindt kunt u hem in plaats daarvan ook het bekken onder het bovenlichaam door naar voren laten duwen want dat komt op hetzelfde neer. De ontspanning kan worden getraind door (uitsluitend als oefening) met gestrekte enkel een zweef- moment in te voegen vlak voor het plaatsen van de voet. Let er wel op dat de patiënt de grond wel eerst met de hiel raakt en niet met de vóórvoet. De paslengte neem toe, maar niet door een krachtiger afwikkeling van het standbeen, want dat wikkelt wel af, maar passief. Overigens zou ik de bij Parkinson vaak verminderde armzwaai ongemoeid laten, omdat de armzwaai bij een minder krachtige afwikkeling van het standbeen aan belang inboet en een geforceerde armzwaai het loop-patroon dan eerder destabiliseert dan bevordert. (met dank aan het UMC-N St. Radboud) Kinematische figuren in Parkinson-loop (links) en in balans-loop (rechts) De witte bovenlijnen geven het bekken aan. Klik in afb. voor video en data (waarna Esc = Stop en F5 = Verdergaan) De strekbeweging van het zwaaibeen (of het naar voren duwen van het bekken) blijkt een hele keten van beweging en balans aan te sturen waarbij zich een inherent stabiel bewegings-patroon ontrolt. Een groot voordeel bij een doelgroep die slechts beperkt multi-tasking kan functioneren, zoals bij Parkinson vaak het geval is, en essentieel voor een geslaagde interventie. De voorwaartse strekbeweging vergroot immers de paslengte en doet de patiënt haast als vanzelf het bovenlichaam oprichten vanuit de onderrug, niet zozeer om reden van balans, maar eerder door een soort fixatie van de hoek tussen zwaaibeen en onderrug (zie de figuur boven het artikel). Niettemin is het toch raadzaam de patiënt op dit fenomeen te wijzen omdat het effect krachtiger lijkt als men het zich bewust is. Dit single-issue karakter maakt dit looppatroon bij uitstek geschikt voor als begeleide zelfhulp vanaf het moment dat de klassieke Parkinson-gerelateerde loopproblemen met de voorwaartse balans zich beginnen aan te dienen. De balansloop is namelijk primair bedoeld om nog redelijk mobiele patiënten comfort en veiligheid te bieden en hen zo lang mogelijk mobiel te houden. Wacht dus niet te lang met een interventie, al was het maar om de vicieuze cirkel van angst, onzekerheid en depressie te door- breken met meer zelfvertrouwen en een groter loopvermogen. Het blijkt overigens dat een patiënt het al na korte tijd niet meer nodig heeft zich er tijdens het lopen voortdurend aan te herinneren het been te strekken. Als hij uit het patroon stapt, merkt hij de fout namelijk direct op aan het verlies van zijn loopcomfort, en kan dan volstaan even "de turbo open te zetten" door een paar keer bewust het zwaaibeen te strekken. Hij loopt dan weer onbekommerd door tot de volgende boost. Wat doet deze methode voor de patiënt? In de eerste plaats geeft het accent op de voorzwaai de patiënt veiligheid en vertrouwen. Hij komt nu, door de naar voren geplaatste zwaaivoet, het overeind komen van het bovenlichaam en het haast ontbreken van de afzet, met zijn zwaartepunt meer boven de gehele voet te staan en minder boven de wankele vóórvoet. Zo zal door verbetering van balans, lichaamshouding en zicht de kans om te vallen verminderen. De balans maakt het immers mogelijk te stoppen of uit te wijken, en de rechtere lichaamshouding geeft meer overzicht waardoor hij beter kan anticiperen op de wereld om zich heen zoals een onregelmatig wegdek, obstakels en medeweggebruikers. Bovendien zorgt de doelgerichte strekbeweging ervoor dat hij minder slingerend loopt (vooral in de eerste meters), en ook dat maakt hem weer minder kwetsbaar voor aanvaringen met terrastafeltjes of een rakelings passerende fietser. En doordat er minder horizontale krachten optreden (zacht neergezet zwaaibeen en passief afwikkelend standbeen) loopt hij ook minder kans bij gladheid uit te glijden, wat enigszins doet denken aan de manier waarop een gezonde proefpersoon op glad ijs loopt. Verder krijgt het lopen door de grotere paslengte een hoger rendement, wat zich vertaalt naar meer snelheid en minder gauw moe. En door de rechtere houding is er minder kans op rugklachten. Het principe heeft ook betekenis bij de voor Parkinson zo typische start- en stop-problemen. Een patiënt die komt "vast" te staan kan zich immers uit de verstarring bevrijden door het zwaaibeen geforceerd vooruit te strekken alsof hij ergens overheen stapt, een overdreven variant van de balans- loop. En als het probleem zich beperkt tot een inzakkend looptempo, werkt een paar keer bewust strekken als een turbo. Maar er zijn ook patiënten die bij het lopen zo vóór op hun voorvoet komen te staan dat zij niet meer kunnen stoppen zonder voorover te vallen. Mocht de voorwaartse balansverbetering van het loop- patroon zo'n patiënt niet afdoend preventieve bescherming bieden, dan zal hij er mogelijk toch nog in slagen zich tijdig af te stoppen door met een geforceerd geplaatst zwaaibeen de voorwaartse balans extra te versterken. U zou daartoe zijn spiergeheugen kunnen trainen door het oefenparcours te verstoren met stopopdrachten. Tenslotte vermindert de ontspanning aan het eind van de strekbeweging het optreden van een even- tuele verkramping van de tenen, en zorgt het tegelijkertijd voor een krachtiger spierpomp en dus betere doorbloeding. Daardoor resulteert lopen in zo'n geval niet langer meer in verkrampte tintelende voeten. Lopen wordt dan een stuk comfortabeler dan staan en soms zelfs comfortabeler dan zitten. En dan heb ik het nog niet eens gehad over het psycho-sociale effect van een vloeiender en betrouw- baarder looppatroon. Heuvel opwaarts, met sterke tegenwind of met een zware tas zeulend heeft de balans-loop te weinig power en moet de energie noodgedwongen toch weer van de afzet komen. Dat is nu echter geen probleem omdat de voorwaartse balans onder deze speciale omstandigheden niet kritiek is. Tot zover het concept, maar wat leert ons de praktijk? Ik heb zelf Parkinson, dus heb ik na ontwikkeling van het concept het looppatroon op mijzelf toegepast en heb met verbazing geconstateerd hoe goed het ook in de praktijk blijkt te werken. Het lopen bleek al na krap een week spectaculair verbeterd, en ik ben het placebo-effect inmiddels lang voorbij. Bovendien heeft een gangbeeldanalyse van het UMC te Nijmegen de werking en het rende- ment van de balans-loop aannemelijk gemaakt. Mits tijdig ingezet, verwacht ik dan ook dat deze benadering veel van mijn lotgenoten een hogere kwaliteit van leven en veiligheid kan bieden, en ik hoop dat het er toe bij kan dragen dat wij langer zelfredzaam zullen blijven. Verantwoording/Acknowledgement Schets van een Parkinson-patiënt Source Wikimedia Commons - Info - Creator Sir William Richard Gowers, 1886, Public domain / modified Kinematische figuur Met medewerking van het UMC-N St. Radboud
Naar boven Meer essays


# menno kater - De balans-loop, een alternatief voor de loopproblemen bij Parkinson