Essays

Islam nader bekeken, een praktische gids

Home - Columns - Politiek en maatschappij - Filosofie en psychologie - Wetenschap - Cursussen - Computer - Diversen | Printversie

(nautische historie zeiltijd - historie stoomtijd - zeilcursus - motorbootcursus - evolutieleer - evolutie mens - groepsgedrag)



(Smith Premier No.1 ©Schrijf.be copywriting)


Omdat de huidige discussie over de positie van moslims binnen onze samenleving niet altijd op basis
van kennis van de Islam wordt gevoerd - en merkwaardig genoeg geldt dat ook voor veel moslims -,
lijkt het zinvol enkele veelbesproken onderwerpen op een rijtje te zetten.

Inleiding De Islam is een monotheïstische godsdienst die dateert van de 7e eeuw. In 610 AD zou de aartsengel Gabriël uit naam van Allah (God) de profeet Mohammed hebben opgedragen het geloof van Adam en Abraham op basis van de hem geopenbaarde heilige tekst opnieuw vorm te geven. Het heilige boek de Koran verwijst dan ook vaak naar de Thora (de vijf boeken van Mozes) en de Psalmen van de Joodse Tenach (Oude Testament), en naar het Evangelie van het Nieuwe Testament. Zo staat Musa voor Mozes, Dawud door David, Ibrahim voor Abraham, Joesoef voor Josef, Marjam voor Maria en Isa voor Jezus. Iblis of Shaitan staat overigens voor de duivel, die wordt voorgesteld als de enige engel die niet voor Adam wenste te buigen. Hij is echter niet een machtige tegenpool van Allah, zoals de duivel in het Christendom. Verder kent men wel een begrip als de heilige geest, maar wordt de heilige drie-eenheid categorisch afgewezen. Jezus is immers wel een belangrijk profeet, maar niet - zoals voor Christenen - de zoon van God. De Bijbel en de Koran delen minstens 18 verhalen, zoals dat van de ark van Noach. Soms is er een gelijkenis tussen de verhalen, maar in stijl en inhoud kunnen zij toch ook aanzienlijk verschillen. In feite menen moslims dat Joden en Christenen wel de goede God vereren, maar op de verkeerde manier. Zij beschouwen de joodse Thora als geschiedschrijving, het Evangelie als geïnspireerd door God, en de Koran als het woord van God zelf, teleurgesteld als hij was door de geringe impact van de eerste twee. Alah spreekt in de Koran dan ook vaak in de "Wij-vorm", de eerste persoon meervoud. Moslims beschouwen de Koran als de perfecte synthese van zijn voorgangers. De "rechtvaardigheid" van de Thora en de "liefde" van het Evangelie culmineren volgens hen in het "erbarmen" van de Koran. Beide boeken worden door moslims dan ook tot de belangrijke geschriften gerekend, en Joden en Christenen kunnen als "Mensen van het Boek" ook op meer respect rekenen dan een willekeurig an- dere ongelovige. De directe weergave van het woord God's verklaart ook de neiging de Koran letterlijk te nemen, en niet - zoals christenen met de Bijbel doen - de tekst vrij te interpreteren en als metaforen uit te leggen. Bovendien is de Islam ruim zes eeuwen jonger dan het Christendom. En zes eeuwen geleden bevond het Christendom zich nog in de tijd van de inquisitie. De ontwikkeling van de Islam verloopt in dit multi- mediale tijdperk natuurlijk oneindig veel sneller dan die van het Christendom in haar dagen. Maar niet zo snel als de geglobaliseerde ontwikkeling van de wereldgemeenschap zou doen vermoeden. Er zullen nog vele generaties overheen gaan voor de Islam een vergelijkbaar stadium van liberalisme bereikt. Omdat de openbaringen in het Arabisch plaatsvonden, geldt de Koran alleen in het Arabisch als heilig. Een vertaling wordt als nuttige interpretatie gezien voor niet-Arabische moslims, maar heeft geen ge- zag. Hier heeft niet alleen de moslim in de periferie (Indonesië) een probleem, want ook in het Midden- Oosten spreekt men niet één taal. In Iran spreekt men Perzisch, in Turkije Turks, in delen van Marokko Berbers, en de rest spreekt voornamelijk één van de dialecten van het Standaard-Arabisch die zo van elkaar verschillen dat men elkaar niet blijkt te verstaan. Het Koran-Arabisch wordt door niemand ge- sproken, en het Standaard-Arabisch alleen door de alfabeten, en dat is nog niet de helft van de Arabieren.
Goed en kwaad, en het begrafenis-ritueel Anders dan het Christendom kent de Islam geen erfzonde, maar er wordt wel vanuit gegaan dat de mens tot dwalen geneigd is. In dat laatste geval is er bij leven geen vergeving en verlossing van zon- den mogelijk. Een dode moet volgens voorschrift binnen 24 uur na overlijden ter aarde worden besteld, een zinvol voorschrift in het warme brongebied van de Islam. Alleen als het om een hooggeplaatste moslim gaat waarvan de begrafenis enige voorbereiding vergt, is men niet aan dit voorschrift gebonden. Als dit wettelijk is toegestaan - zoals in Nederland - begraaft men zijn doden zonder kist. Crematie is uitgesloten i.v.m. de wederopstanding op de Dag des Oordeels. Om dezelfde reden wordt het graf nooit geruimd. De ter aarde bestelling vindt plaats in aanwezigheid van alleen mannen. Overdreven rouwbeklag is niet toegestaan. Volgens gelovige moslims wordt de dode direct na het sluiten van het graf door de twee schrikwek- kende engelen gehoord, die vragen: "Wie is jouw Heer?", "Wie is jouw profeet?" en "Wat is jouw religie?" Alleen voor wie de vragen bevredigend beantwoordt, zal de tijd tot de Dag des Oordeels aangenaam zijn. Om de overledene bij te staan reciteert de vertrekkende familie op enige afstand van het graf uit de soera "De Opening". Wie sterft belandt in een "tussenstadium", en als alle mensen gestorven zijn worden zij op de Dag des Oordeels opgewekt en aan een eindoordeel onderworpen. Dat eindoordeel hangt af van de balans tussen de goede en de slechte daden zoals die bij leven zijn opgetekend door een engel ter rechter- zijde, respectievelijk één ter linkerzijde. Martelaren en rechtvaardigen krijgen toegang tot de hemelse tuinen van het Paradijs, terwijl onrechtvaardigen worden veroordeeld tot het hellevuur. De ongelovigen vielen al door de mand bij de voorlopige ondervraging na het sluiten van het graf.
Geschriften ▪De Koran is opgebouwd uit 114 soera's (hoofdstukken), die op hun beurt weer zijn verdeeld in aya's (verzen). Om het boek tijdens de Ramadan geheel te kunnen lezen is het opgedeeld in 30 delen, voor de 30 dagen van de Ramadan. Regelmatige lezing wordt voor de gewone moslim boven studie gesteld, en het kundig reciteren uit de Koran wordt ook als kunstvorm gewaardeerd. De soera's ontlenen hun naam aan het begin van hun tekst, reden waarom de naam van een soera niet altijd iets hoeft te zeggen over de inhoud ervan. De soera "Het Berouw" over geweld jegens niet-moslims, de soera "De Vrouwen" over de rechten en de plichten van de moslima's, en de aya's over Lot waarin homoseksualiteit wordt afgewezen, worden door niet-moslims als controversieel beschouwd. De soera's worden ook wel onderscheiden naar hun chronologische periode, maar in die volgorde staan zij niet in de Koran. Zij zijn op afnemende lengte in de Koran opgenomen. De Koran wordt met respekt behandeld, niet op de vloer (onrein), niet op tafel (dan kan er iets op komen te liggen), maar hoog in een kast gelegd, en niet aangepakt zonder rituele reiniging. Soms wordt aanraking door een ongelovige niet op prijs gesteld. ▪De Hadith (enkelvoud - Hadith, meervoud - Hadith of Ahadith) is een verzameling geschriften met onder meer commentaren op de Koran en overleveringen over het leven van Mohammed. Niet elke Hadith heeft hetzelfde gezag. De Soenna is geen geschrift. De Soenna - "de manier van de profeet" - is gebaseerd op zes verzame- lingen Hadith over het leven van Mohammed, en vormt de inspiratiebron voor de levenswandel van alle moslims, maar het meest expliciet voor de soennieten. Zo is ook de sharia geen geschrift. Men duidt er het Islamitisch recht mee aan, gebaseerd op teksten uit de Koran, de Ahadith en de jurisprudentie (duiding door een Moefti, religieus wetspecialist).
Stromingen De islam kent twee hoofdstromingen, het soennisme en het sjiisme, die elkaar zo naar het leven staan dat een pan-islamitische politiek geen realiteit is. Hooguit is men bereid tot een zeer tijdelijke gelegen- heidscoalitie. De verspreiding over de diverse landen ziet er als volgt uit: ▪Soennitisch - 80% van de moslims: Marokko, Tunesië, Libië, Algerije, Egypte, Soedan, Eritrea, Ethiopië, Somalië, Jordanië, Noord- Libanon, Syrië (sjiitische overheid), Turkije (seculiere overheid), Midden-Irak, Saoedi-Arabië, Jemen, Afghanistan, Pakistan en Indonesië. ▪Sjiitisch - 10-15% van de moslims: Zuid-Libanon, Zuid-Irak, Iran, Bahrein, Azerbeidzjan. Verspreiding over enkele organisaties: ▪Soennitisch: Al jazeera - Een invloedrijke gematigde Arabische tv-zender in eilandstaatje Qatar Al Quaida - Wereldwijd vanuit Pakistan Fatah - Palestijnse gebieden Hamas - Gazastrook Islamitische Staat (vroeger Isis) - Irak en Syrië Moslimbroeders - Egypte Taliban - Afghanistan en Pakistan ▪Sjiitisch: Hezbollah - Libanon De Ba'ath-partij is een seculiere (!) socialistische politieke partij (maar ook met fascistische elemen- ten) met een pan-Arabische gedachtengoed in Irak, Syrië, Libanon en Bahrein. Het soennisme en het sjiisme zijn ontstaan vanuit de strijd om de rechtmatige opvolging van Moham- med, die begon na zijn dood in het jaar 632 AD. Die strijd ging tussen aanhangers van Mohammeds neef en schoonzoon imam Ali (sjiieten), en die van de gekozen kaliefen (soennieten) als rechtmatig opvolger van Mohammed als leider van de gelovigen. Na de eerste vier gekozen kaliefen was het grote schisma binnen de islam een feit en kwam het kalifaat in handen van opeenvolgende soennitische dynastieën. Soenni-theologie en hun geloofsbeleving wijkt op bepaalde punten af van die van de sjiieten: ▪Voor soennitische moslims geldt de Koran weliswaar als hét heilige boek van de Islam, maar in de praktijk leven zij toch vooral met de ethiek en de leefregels uit de Soenna als richtlijn. Mohammed wordt immers gezien als de perfecte mens in de ogen van Allah, en dat maakt zijn levenswandel, aangeduid als de Soenna ("de manier van de profeet", zoals beschreven in een zestal Hadith) voor hen de inspiratiebron voor de inrichting van hun eigen leven. Sjiieten baseren de wetten en plichten voor hun leven meer op beide pijlers tegelijk, en verlaten zich daarbij op de uitleg en de interpretatie van de Imam. En dat laatste is misschien wel de reden waarom zij meestal strenger in de leer zijn dan de soennieten. Men zou het kunnen vergelijken met het verschil tussen de evangelistische stroming binnen het Christendom en de dominee-cultuur. De eersten laten zich leiden door het Evangelie uit het Nieuwe Testament dat het leven van Jezus beschrijft, en de laatsten door beide Testamenten wat ingewik- kelder is en dus meer uitleg behoeft. En ook hier leidt dat tot meer institutioneel en strenger geloof. ▪Voor soenni's is de rol van de imam niet veel meer dan die van de voorganger bij het vrijdagmiddag- gebed in de moskee. Voor de sjiieten is de rol van de imam en zijn geestelijke gezag veel groter. Hij wordt geacht de ge- lovigen krachtig te leiden in hun strijd voor de islam en wordt gezien als spreekbuis van de wil van Allah zowel op religieus als sociaal en politiek vlak. Zij zijn ook anderszins meer geïnstitutionaliseerd. Zo kent alleen het sjiisme het ambt van ayatollah, een hoge titel die een diepe kennis vereist van de Koran, waaronder ook rechtspraak, ethiek en filosofie. Meestal geven zij ook les op religieuze scholen. Hun gezag is groot, vooral dat van een groot-ayatollah. Een ander invloedrijk ambt, ook op het gebied van wereldse zaken, is dat van de Mullah, een religieuze titel voor een geestelijke met een diepgaande deskundigheid op gebied van Koran, Hadith en fiqh (de jurisprudentie van de sharia). ▪Verder geloven de soennieten net als de sjiieten wel dat op de dag des oordeels de Mahdi zal ver- schijnen, maar niet dat hij de kleinzoon is van de profeet Mohammed. Reden van deze contoverse is dat de Koran nergens van een Messias-verwachting spreekt en de betreffende Hadith als onbe- trouwbaar geldt. Het salafisme is een fundamentalistische stroming binnen het soennisme die zich baseert op de letter- lijke tekst van de Koran en de Hadith, en streeft naar de authentieke overtuigingen en praktijken uit de begintijd van de Islam. De stroming is zeer intolerant en levert het theologisch en juridisch fundament voor vijandigheid jegens andersdenkenden, zowel niet-moslims als minder orthodoxe moslims. Hoewel slechts een kleine radicale stroming vóór geweld is (salafistische jihadi), blijken moslim- extremisten bijna altijd uit deze stroming voort te komen. Het aan het salafisme verwante wahabisme herleefde in de 70-er jaren, en is de officiële leer in Saoedi-Arabië, Quatar en Jemen. De Saoedi's financieren het mondiale zendingswerk. Het soefisme is een door de Islam aanvaarde mystieke beweging binnen zowel soennisme als sjiisme, die onderhevig is aan niet-islamitische religieuze en filosofische invloeden. Het berust niet alleen op de Koran en de Hadith, maar in mindere mate ook op het Zoroastrisme (vóór de Islam de Perzische staatsgodsdienst), de Griekse filosofie, het hindoeïsme, het christendom, het boeddhisme en het sjamanisme. Soefi's hebben een sobere, spirituele en meditatieve levensstijl.
Plichten In de praktijk steunt de islam op ceremoniën en plichten, waarvan de "Vijf Zuilen van de Islam" de belangrijkste zijn, en waaraan elke moslim en moslima, indien ook maar enigszins mogelijk, gehouden is: ▪Het enige malen per dag uitspreken van de geloofsbelijdenis: "Er is geen god dan Allah en Mohammed is zijn gezant" (in het Arabisch) ▪Vijfmaal daags verplichte gebeden: -Ruim vóór zonsopgang -Hoogste stand van de zon (tussen de middag) -Tussen 2e gebed en zonsondergang (15.00 - 17.00 uur) -Net na zonsondergang (vroege avond, tussen schemer en donker) -Na volledige zonsondergang (1,5 - 2 uur na het 4e gebed) Het gebed volgt na rituele reiniging, met het gezicht in de richting van Mekka, en uitgesproken in het Arabisch. De oproep tot het gebed wordt afgekondigd vanaf de minaret. De geloofsbelijdenis op vrijdag-middag speelt zich zo mogelijk af in de moskee, waar vrouwen in een afgescheiden ruimte aan de ceremoniën mogen deelnemen. Een menstruerende vrouw dient in de moskee achter de rijen te gaan zitten, anders zou zij de rijen tijdens het gebed verstoren omdat zij niet aan het gebed mag deelnemen zolang zij onrein is. ▪Het geven van rituele aalmoezen (meestal jaarlijks ca. 2,5% van het gespaard kapitaal). ▪Het tijdens de Ramadan-maand zich van zonsopgang tot zonsondergang onthouden van eten en drinken, en het zich onthouden van vloeken, kwaadspreken, roken en geslachtsgemeenschap. Voor zieken, zwangere vrouwen, vrouwen tijdens de menstruatie, soldaten in oorlogstijd, jonge kinderen, reizigers en alle anderen voor wie het vasten een bedreiging vormt voor de gezondheid of vertragend werkt op herstel van een ziekte, wordt een uitzondering gemaakt. Zij worden wel aange- moedigd het vasten later in te halen. ▪Bedevaart naar Mekka (hadj) in Saoedi-Arabië, indien financieel en medisch mogelijk. ▪Een omstreden 6e zuil is de gewelddadige jihad, die alleen wordt gehuldigd door sub-stromingen binnen het zeer orthodoxe Salafisme en het daarmee verwante Wahabisme. Verder dient hij te geloven in de Zuilen van Geloof (waarmee meestal deze 6 bedoeld worden): ▪De eenheid God's ▪De engelen ▪De geopenbaarde boeken ▪De profeten en de boodschappers ▪De Dag des Oordeels ▪De voorbeschikking God's Allah beschikt over voor- en tegenspoed in ieders leven, maar dat betekent niet dat een moslim lijd- zaam mag toezien. Hij moet alles doen wat in zijn vermogen ligt om het kwade af te wenden, en mag daarna pas op God te vertrouwen. In geval van ziekte is een moslim dan ook verplicht zich te laten behandelen en de voorgeschreven medicijnen in te nemen. Om dezelfde reden hoeft een zieke tijdens de Ramadan niet vasten.
Sharia De sharia is een aan de Koran ontleend stelsel van plichten en sancties m.b.t. wereldse en religieuze zaken, zowel die van mensen onderling als die van de mens tot God. In plaats van wetboeken vormen jurisprudentie (fiqh) en juridische traktaten de basis voor rechterlijke beslissingen. Ondanks diverse pogingen daartoe is de sharia nooit gecodificeerd, waardoor de teksten en uitspraken regelmatig, en niet altijd eenduidig, moeten worden geherinterpreteerd. De zowel soennitische als sjiitische landen met een vorm van sharia-wetgeving waren d.d. 2007: ▪Shariawetgeving op nationaal niveau, gecombineerd met gewoonterecht: Afghanistan, Jemen, Jordanië, en de Indonesische autonome provincie Atjeh ▪Idem, zonder gewoonterecht:: Iran en Saoedi-Arabië ▪Shariawetgeving naast wetgeving naar westers model: Brunei, Egypte, Indonesië, Irak, Koeweit, Libanon, Libië, Maladiven, Maleisië, Mauretanië, Nigeria, Oman, Pakistan, Qatar, Soedan, Somalië, Syrië en Tunesië ▪Islamitisch familierecht: Indonesië en Marokko Het strafrecht volgens de sharia heeft een grotendeels privaatrechtelijk karakter. Op moord staat bij- voorbeeld de doodstraf als maximale strafmaat, maar de nabestaanden van het slachtoffer bepalen of deze straf daadwerkelijk wordt opgelegd of dat met zoengeld genoegen wordt genomen. De hoogte van het zoengeld komt dan door onderhandeling tot stand. Bloedwraak (na moord) en eerwraak (bij gekwetste familie-eer) zijn verboden. Direct uit de Koran afgeleide verbodsbepalingen, zoals ontucht, overspel, alcoholgebruik, diefstal en straatroof zijn publiekrechterlijk van aard. Op overspel staat theoretisch honderd stok- of zweepslagen voor beide betrokkenen, maar ook dood door steniging wordt wel toegepast. Vier mannen van onbesproken gedrag moeten getuige zijn ge- weest van de te berechten onzedelijkheid. Op diefstal staat een maximumstraf van amputatie van de rechterhand. Bij recidive gevolgd door amputatie van de linkervoet. Op afvalligheid van de Islam staat overigens in principe de doodstraf voor mannen en levenslange opsluiting voor vrouwen. Merk op dat er ruimte is voor interpretatie omdat het gaat om de "maximale" strafmaat. Bovendien biedt de Koran ruimte voor gratie, omdat er ook staat dat God "vergevensgezind en genadevol" is voor wie berouw toont. Dit laatste wordt door sommigen helaas ook wel geïnterpreteerd als een postume hemelse barmhartigheid na wereldse uitvoering van de voorgeschreven strafmaat. Een fatwa is een juridisch advies dat met betrekking tot een specifieke zaak door een religieuze wet- specialist (moefti) wordt uitgesproken. Het betreft geen vonnis, en is dan ook niet bindend. De Islam kent geen kerkelijke hiërarchie in de zin van dwang. Men kan slechts adviseren, en elke moslim is vrij een interpretatie van een geestelijk voorganger te kiezen. Een fatwa als dat van ayatollah Khomeini tegen Salman Rushdie was dus vrij uitzonderlijk, en ook hier geldt dat het fatwa hem wel vogelvrij verklaarde en zijn dood aanmoedigde, maar moslims niet kan verplichten hem te doden. Een fatwa kan overigens niet worden herroepen, maar kan alleen door een nieuwe fatwa worden geneutraliseerd. Ook Islamitisch bankieren volgt de principes van de sharia waarbij rente (riba) door de Islam als woeker wordt beschouwd en daarom verboden is. Al het aardse behoort immers aan Allah, en is de mens slechts in bruikleen gegeven. Verder verbiedt de sharia het handelen in financiële risico's omdat speculeren (gharar) wordt opgevat als een vorm van het eveneens verboden gokken. Om hieraan tegemoet te komen zijn verschillende alternatieven voor het rentebetalingsverkeer ont- ontwikkeld. Een deel van de volgens deze principes betaalde "rente" moet aan liefdadigheid worden besteed. ▪Hypotheek: Bij een halal-hypotheek wordt geen rente betaald. In plaats daarvan wordt de bank eerst formeel eigenaar van het huis. Een paar dagen later verkoopt de bank het huis door aan de koper, voor het oorspronkelijke bedrag met een winstopslag. Verkoopbedrag en winstopslag worden vervolgens door de koper zonder rente in termijnen terugbetaald. Een variant is dat de koper de bank maandelijks huur en aflossing betaalt. ▪Bankrekening: Een vaste vergoeding voorkomt rente bij positief of negatief saldo. ▪Obligaties: De belegger krijgt geen rente, maar deelt in de winst die met zijn geïnvesteerde geld wordt gemaakt. Het betreffende bedrijf mag niet te maken hebben met gokken, alcohol, varkensvlees, tabak of porno. Banken die halal bankieren hebben het tijdens de krediet-crisis van 2008 goed gedaan. Alle goede bedoelingen ten spijt, komt dit alles moreel toch wat geforceerd over, vooral als je bedenkt dat er ook - moreel zeer aanvechtbare - islamitische hedge funds bestaan.
Mannen en vrouwen In de islam zouden mannen en vrouwen complementair aan elkaar zijn. In westerse, vele islamitische, en voor de duidelijkheid ook in mijn ogen, is de vrouw binnen de Islam echter ondergeschikt aan de man. Volgens bepaalde koran-geleerden moeten de betreffende passages worden gelezen in de geest van de tijd, waarin vrouwen in de openbare ruimte beschermd moesten worden en de hiërarchische ver- houdingen anders lagen. Vrouwen beschikken vrijelijk over eigen geld en bezittingen, en het is hen ook niet verboden betaalde arbeid buitenshuis te verrichten over welk inkomen zij ook weer vrij mogen beschikken. Verder spoort de Koran gelovige mannen én vrouwen aan om onderwijs te volgen. Mannen hebben een onderhoudsplicht tegenover verwante vrouwen en kinderen. Werkende vrouwen hebben geen onderhoudsplicht. Echtgenoot, zoon en schoonzoon behoren hen in dezelfde mate van onderdak, levensonderhoud en kleding te voorzien als zij zichzelf doen. Wanneer een vrouw echter in ernstige mate ongehoorzaam is aan haar echtgenoot mag hij haar, na vermanen en vermijden, een tuchtiging toedienen in de vorm van een licht tikje. Hij mag haar echter geen pijn doen en geen letsel toebrengen. Huwelijken worden door een huwelijksovereenkomst tussen de wettige vertegenwoordigers (meestal de vaders, en anders een broer) van bruid en bruidegom gesloten in het bijzijn van tenminste twee getuigen. Een huwelijk kan alleen tot stand komen met instemming van de vrouw hoewel de beoor- deling van die instemming aan de wettelijke vertegenwoordigers en de getuigen wordt overgelaten. In de traditionele patriarchistische familiecultuur wordt een meisje in de praktijk echter vaak jong onder druk van haar familie uitgehuwelijkt om vervolgens gedwongen in een ondergeschikte positie toe te treden tot de familie van haar man. Een bruidsschat, door de familie van de bruid ingebracht, is voorwaarde voor een geldig huwelijk, en dat verklaart - afgezien van de voordelen voor de families gelieerd te zijn - de gewoonte kinderen uit te huwelijken. Een bruidsschat kan dienen als noodvoorziening in geval van echtscheiding of overlijden van de man. De bruidsschat wordt in eerste instantie door de familie van de vrouw aan de man uit- uitbetaald, die hem daarna moet afdragen aan zijn vrouw. Omdat zij eigen financiële middelen mag bezitten, blijft de bruidsschat haar bezit, tenzij zij vrijwillig besluit hem de bruidsschat geheel of ge- deeltelijk te schenken. Aan een scheiding moet een proces van gesprekken en bemiddeling door derden vooraf gaan. Echtscheiding is voor mannen vrij eenvoudig mogelijk door de echtgenote te verstoten, terwijl het voor vrouwen uitsluitend mogelijk is op erkende echtscheidingsgronden, zoals mishandeling of bekering van de man tot een ander geloof. Ook wanneer een man zijn echtelijke plichten niet nakomt of langdurig afwezig is zonder bekende verblijfplaats, kan dit voor een vrouw een grond tot echtscheiding zijn. Een vrouw kan ook echtscheiding verkrijgen wegens onverenigbaarheid van karakters. Zij moet in dat geval wel de bruidsschat of een deel ervan afstaan. Een man mag met maximaal vier vrouwen gelijktijdig gehuwd zijn, mits hij hen gelijk behandelt en hij hen ook kan onderhouden. De besnijdenis wordt niet in de Koran genoemd, maar besnijdenis van mannen wordt wel door de Hadith (Soenna) voorgeschreven. De Hadith zegt over vrouwen slechts dat besnijdenis hen tot eer strekt. De authenticiteit van deze Hadith wordt bovendien betwist. Besnijdenis bij vrouwen wordt ook door de meeste moslims als een sektarische mutilatie gezien die met name nog in Oost-Afrika wordt gepraktiseerd. Het betreft verwijdering van de clitoris, maar soms ook van andere delen van de genitaliën. De Koran zegt niets over de medische behandeling van vrouwen door een mannelijke arts. De Soenna verhaalt wel hoe vrouwen gewonde mannen verzorgden. Wie ziek is, is echter verplicht zich te laten behandelen en de voorgeschreven medicatie in te nemen, ook als er op dat moment geen vrouwlijke arts beschikbaar is. De Koran bevat teksten die pleiten (niet verplichten) voor het dragen van een hoofddoek, maar kent geen teksten die het bedekken van het gezicht voorschrijven. De overleveringen spreken zich in deze uit over de vrouwen van Mohammed, maar geven geen voorschrift voor vrouwen in het algemeen. Ter verduidelijking van enkele begrippen mbt het verhullen van vrouwen in oplopende graad van ver- dekking: ▪Onder de hidjaab wordt een hoofddoek verstaan. ▪De chador is een Perzisch gewaad dat het hele lichaam bedekt behalve het gezicht, en dat daarmee de vrouwelijke vormen onzichtbaar maakt. ▪Bij de niqaab zijn alléén de ogen nog door een smalle spleet te zien. ▪De boerka of burka uit Afghanistan bedekt het gehele lichaam, en dekt ook gezicht en ogen met gaaswerk af. De kledings-voorschrften gelden alleen tegenover mannen die geen directe familie zijn.
Homoseksualiteit Waar de positie van de vrouw binnen de Islam al niet riant is, mag men die van homoseksuelen wel dramatisch noemen. Hoewel natuurlijk ook bij moslims ongeveer 5% van de mensen homoseksueel is, neemt de Koran er op verschillende plaatsen krachtig afstand van, reden waarom er in veel landen met sharia-wetgeving in principe de doodstraf of levenslange gevangenisstraf op staat. In sommige andere landen, met name in Turkije dat een seculiere overheid heeft, is de situatie gun- stiger. Die nadrukkelijke vermelding maakt homoseksualiteit tot één van de weinige geschillen waar de Koran weinig ruimte tot interpretatie laat, en waar de westerse samenleving en de Islam elkaar wellicht ook niet zullen vinden. Het gaat hier immers om een geaardheid en niet om een vergrijp waarvoor iemand door berouw te tonen gratie zou kunnen (en willen) krijgen.
Voedsel Wat op gebied van voedsel, drank of anderszins is toegestaan, wordt aangeduid met halal. Wat onrein is, en dus niet toegestaan, noemt men haram. Wanneer het in tijden van nood om overleven gaat mag men alles eten, zelfs varkensvlees. Toen er nog geen koelkasten bestonden, waren veel van deze voedselvoorschriften nuttig in een warme streek als die waar de Islam zijn oorsprong had. Alles wat uit zee komt is halal. Niet al het gevogelte is toegestaan. Varkensvlees is verboden. Anders dan bij de koosjer Joodse keuken, zijn kameel en haas toegestaan. Ook vlees van carnivoren en vlees van op natuurlijke wijze gestorven dieren is niet toegestaan. In principe toegestaan vlees is alleen halal als het dier ritueel geslacht is, d.w.z. als het gedood is door hen na een halssnede te laten leegbloeden. Alcoholische dranken en verdovende middelen zijn verboden.
Fundamentalisme en jihad Islamitisch fundamentalisme is de verzamelnaam voor stromingen binnen de Islam, zoals het sala- fisme, die zich compromisloos houden aan de letterlijke tekst van de Koran en de Hadith. Fundamentalistische leiders zijn opvallend vaak van intellectuele herkomst. Zij hebben geen bezwaar tegen technologische, maar wel tegen sociale en theologische hervormingen, en dan met name tegen de emancipatie van vrouwen en homoseksuelen. Zelf leiden zij veelal een sober bestaan. Sommige islamisten (= moslimfundamentalisten) zijn ook politiek actief en streven zelfs in een seculiere samenleving de invoering van de sharia na. Een kleine minderheid daarvan - voornamelijk voortkomend uit het conservatieve, maar in meerderheid geweldloze, salafisme - komt daarbij tot terroristische acties. Islamistische strijdgroepen maken daarbij wel gebruik van de term "heilige" oorlog, hoewel de verbinding met "heilig" niet voorkomt in het idioom van de klassieke sharia. Islamitische zelfmoordterroristen worden met name door sjiieten als martelaar gezien. Zij geloven dat zij een plaats in het paradijs zullen verdienen waar zij 72 maagden zullen vinden en rijkelijk zullen wor- den voorzien van voedsel en dranken. Deze visie wordt door de meerderheid van de moslims echter niet gedeeld, met name m.b.t. die maagden, omdat zij de betreffende passages overdrachtelijk inter- preteren en bovendien een offer met seksuele bijbedoelingen van de hand wijzen. Onder de grote of innerlijke jihad (strijd) verstaat men overigens de innerlijke strijd tegen verleidingen en ego, terwijl men onder de kleine of uiterlijke jihad de defensieve (!) gewapende strijd verstaat tegen wie de islam of de eenheid van de islamitische heerschappij bedreigt. Omdat terrorisme zich baseert op de opvatting dat een offensieve jihad - gericht op expansie van de Islam, of op andersdenkende moslims, of op het vestigen van de sharia - gerechtvaardigd is, wijst de meerderheid van de moslims terrorisme af, en spreekt zelfs van een zonde. Moedjahedien of mujahedin is de meervoudsvorm van moedjahied, dat in het Arabisch "strijder" be- tekent maar door westerlingen vaak wordt vertaald als "heilige strijder". Sinds eind 20-ste eeuw wordt de term moedjahedien in de media vaak gebruikt om diverse gewapende strijders met islamitische ideologieën te omschrijven. Volgens de AIVD (okt 2007) staan in Nederland steeds minder moslims achter geweld, maar tegelijk keren ook steeds meer radicale moslims zich op geweldloze wijze van de samenleving af. Een belangrijke factor hierbij is ook hier het politiek salafisme, een zeer onverdraagzame en anti- democratische, maar in ruime meerderheid geweldloze, stroming binnen de Islam. Deze "neo-radicalen" streven naar geïslamiseerde enclaves waarbinnen de islamitische wetten boven de nederlandse uitstijgen, daarbij gematigde moslims intimiderend. Door het afwijzen van geweld heeft dit neo-radicalisme de potentie uit te groeien tot een massabe- weging.
Groei Op een wereldbevolking van 6,5 miljard zijn 2 miljard mensen Christen (30,7%, waarvan 1,5 miljard Rooms-Katholiek en Oosters-Orthodox), en 1 miljard Moslim (15,4%). De Islam groeit wereldwijd iets sneller dan het Christendom. Niettemin groeit ook het Christendom, behalve in Europa waar juist de secularisatie toeneemt. De Christelijke wereldgroei wordt voornamelijk gevonden bij evangelische bewegingen, de charismatische - en Pinksterbeweging. Nederland had rond 2005 ca. 850.000 moslims - waarvan 0,7% autochtoon - op een bevolking van 16,5 miljoen (ca. 5%). In 2020 zullen er in Nederland ca. 1 miljoen Moslims zijn (ca. 6%), en in 2050 zullen zij ca. 8% van de bevolking vormen. Het is niet mogelijk vergelijkbare getallen voor het Christendom te geven, omdat onze geseculariseerde cultuur christelijk is zonder gelovig te zijn. Het is voor ons dus niet bepalend welke de grootste godsdienst zal zijn, maar of de Islam onze geseculariseerde samenleving ooit zal kunnen gaan domineren. En dat laatste is volgens serieuze demografische studies niet het geval. Er zijn bovendien signalen dat het moskeebezoek onder de tweede generatie al terugloopt en dat het kindertal begint af te nemen. Tekenen van beginnende moslim-secularisatie, en dat is niet zo vreemd als wij ons realiseren dat een eerste generatie migranten zich vaak nog zo ontheemd voelt dat zij zich terugtrekken op de fundamenten van hun identiteit. En in het geval van Arabische migranten zijn dat hun etniciteit en hun geloof, waardoor zij zich veelal terugtrekken in eigen woonwijken en hun geloof fanatieker beleven dan zij in hun moederland ooit deden. Bij Hollandse immigranten in Australië is het in essentie niet anders, zij het dan dat de cultuurschok voor hen veel kleiner is en niet religieus van aard. Overigens toont onderzoek uit 2009 aan dat ook in Marokko slechts 16% van de inwoners regelmatig een moskee bezoekt, 37% zelfs nooit naar het vrijdagmiddaggebed gaat en dat de kennis van de Islam er beperkt is. Toch reageren politiek en publiek tamelijk hysterisch op deze ontwikkeling, en in kerkelijke kring wordt weer Christelijke zending bedreven in eigen land, voornamelijk uit angst door de Islam overvleugeld te raken. Natuurlijk zijn er problemen van religieuze en sociale aard, maar daar moet een beschaafde samen- leving door rustig overleg en met wettelijke handhaving uit kunnen komen. Zeker is dat hoe allergischer wij op moslims reageren, des te meer voeding wij hen geven hun heil te zoeken in een radicale islamitische identiteit, of zich van de samenleving af te wenden.
Islamitische feestdagen ▪Ramadan Negende maand van de Islamitische kalender, de vasten-maand, waarin moslims ondermeer overdag niet mogen eten en drinken. Zie voor bijzonderheden daarover in de paragraaf "Plichten". Het begin van de Ramadan wordt gemarkeerd door de waarneming van de nieuwe maan, en dat is in de praktijk niet eenduidig. In Nederland woonachtige Turken houden zich meestal aan de bere- kende maandoorgang, Marokkanen aan de waargenomen maandoorgang, en dan meestal die in Mekka (Saoedi-Arabië) en soms die in Marokko. Tijdens de Ramadan wordt meestal geprobeerd de gehele Koran te lezen. Daartoe is de Koran ver- deeld in 30 delen voor 30 dagen. ▪Suikerfeest of het Kleine Feest De ramadan eindigt na 29 of 30 dagen, afhankelijk van de maandoorgang, met het tweedaagse Suikerfeest, waarop gefeest wordt, familieleden worden bezocht en uitgebreid wordt gegeten. ▪Offerfeest of het Grote Feest Tiende dag van de Hadj-maand, 70 dagen na het eind van de Ramadan. Het Offerfeest wordt gevierd ter nagedachtenis aan de profeet Ibrahim (Abraham), die bereid was in opdracht van God zijn zoon te offeren. Het feest duurt 3 dagen. Gezien het belang van de Islam in Nederland valt te overwegen één van de christelijke feestdagen (2e Paasdag, 2e Pinksterdag of 2e Kerstdag) in te ruilen voor het Suikerfeest, en een andere te be- stemmen voor een nationale dag van bezinning en tolerantie.
Naar boven Meer essays


# menno kater - Islam nader bekeken, een praktische gids
Advertenties