Essays

Internationale conflictmotieven

Home - Columns - Politiek en maatschappij - Filosofie en psychologie - Wetenschap - Cursussen - Computer - Diversen | Printversie

(nautische historie zeiltijd - historie stoomtijd - zeilcursus - motorbootcursus - evolutieleer - evolutie mens - groepsgedrag)



(Wellington Wanamaker No.2 ©Schrijf.be copywriting)


In vroeger tijden lagen de klassieke motieven om een oorlog in te gaan in handelsbelangen, conflicten
over grondgebied en soevereiniteit, en godsdienstige geschillen.
Zo waren de Engelse Oorlogen in de tweede helft van de 17e eeuw pure handelsoorlogen en was de
80-jarige Oorlog, die in de eerste helft van de 17e eeuw onderdeel werd van een veel groter Europees
conflict, de 30-jarige oorlog, vooral een territoriaal en religieus conflict. Wie overigens dacht dat het
vroeger voornamelijk militairen waren die sneuvelden, wil ik er graag aan herinneren dat de 30-jarige
oorlog een derde van de Europese burgerbevolking het leven kostte, waarmee het dus was wat wij
tegenwoordig een "moderne" oorlog zouden noemen.

De arm-rijk tegenstelling kon je in die dagen geen oorlogsmotief noemen. Europa had immers zo'n
grote maritieme en technologische voorsprong dat de toenmalige "overzeese" gebieden militair geen
bedreiging vormden. Integendeel, de Europese zeemogendheden eisten hun grondgebied op en 
buitten hen commercieel uit zodra zij (in ons jargon) "ontdekt" waren.
Pas toen na de industrialisatie het Marxisme vaste voet begon te krijgen op de werkvloer en in de
samenleving, werd de sociaal-politieke links-rechts tegenstelling de overwegende factor in het politieke
machtsdenken (zie essay Politiek voor de generatie van na de Koude Oorlog), en daarmee ook een
internationaal conflictmotief. Het bracht ons uiteindelijk het labiele evenwicht van de Koude Oorlog,
waarbij de toenmalige grootmachten elkaar tot de tanden bewapend in een ijzeren greep hielden met
het reële risico elkaar en de hele menselijke beschaving onbedoeld in een nucleaire hel te storten.

Toen met de val van de muur in 1989 en vooral met de proclamatie van de onafhankelijke staat Rus-
land in 1991 de communistische dreiging kwam te vervallen en de Navo dientengevolge in een 
existentiële crisis belandde, kwam er ruimte voor oude, al lange tijd sluimerende conflictmotieven.
Reden waarom etnische en nationalistische spanningen, die onder de repressieve druk van het
communisme tot dan toe aan het zicht waren onttrokken, nu Joegoslavië aan stukken begonnen te
scheuren.
Maar ook in het Westen begonnen de links-rechts tegenstellingen te eroderen en deden nieuwe
conflictmotieven hun intrede. Nationalisme, intolerantie, vooroordelen en sociale hardheid, uitgedrukt in
issues als repressie, migratie en milieu, lopen inmiddels dwars door de partijen heen. Oorzaak is
wellicht het populisme in politiek en media dat aanzet tot angst en hysterie bij bevolking en overheden
die ter linker en ter rechterzijde en zowel hoog als laag opgeleid vooral in tijden van economisch zwaar
weer gemakkelijk tot groepsgedrag overgaan (zie essay Groepsgedrag, een erfenis uit ons verleden).
Ook internationaal gaat het al lang niet meer volgens die verouderde meetlat, maar om economische
motieven, politieke overlevingsstrategieën en verdragsverplichtingen.
En in dit machtsvacuüm bereikt de dreiging van het terrorisme, als uiting van statenloos verzet, een 
hoger en internationaal niveau, en lijken radicale staten als Noord-Korea en Iran zich op het pad van
het staatsterrorisme te gaan begeven.

Geleidelijk aan begint zich het patroon voor een scala van toekomstige conflictmotieven af te tekenen.
In meer abstracte zin lijken die immers gerelateerd te zijn aan etnische spanningen, religie, welvaart,
nationalisme, energie, grondstoffen, water, kennis, klimaat en..... angst.
Bij water gaat het daarbij zowel om drinkwater als om water voor de landbouw, bij kennis om de IT-
sector en technologisch hoogwaardige en innovatieve industrie, en bij klimaatveranderingen om
hongersnood en massa-migraties. De VN organisatie IPCC (Intergovernmental Panel on Climate
Change) verwacht aan het eind van de eeuw 56 miljoen klimaatvluchtelingen.

Uiteindelijk zullen er wellicht enkele handeldrijvende en in een continue handelsoorlog verwikkelde
machtsblokken ontstaan,  Zij zullen waarschijnlijk niet in een direct militair conflict geraken, maar zullen
net als tijdens de Koude Oorlog hun conflicten op lokaal niveau in de regio op de grensvlakken van hun
invloedsfeer uitvechten, en dat kan op termijn weer miljoenen doden met zich meebrengen door directe
oorlogshandelingen, of indirect door honger.
Of wij het tij nog kunnen keren zal grotendeels afhangen van onze attitude, want genoemde conflict-
motieven zijn alléén fataal als de motor ervan, de angst en de hysterie, zo dominant blijft.


Naar boven Meer essays


# menno kater - Internationale conflictmotieven