Essays

De grenzen van Europa

Home - Columns - Politiek en maatschappij - Filosofie en psychologie - Wetenschap - Cursussen - Computer - Diversen | Printversie

(nautische historie zeiltijd - historie stoomtijd - zeilcursus - motorbootcursus - evolutieleer - evolutie mens - groepsgedrag)



(Rem Blick ©Schrijf.be copywriting)

 (op basis van het artikel "Rome versus Byzantium" van Peter Michielsen in de NRC van 30-10-99)

De oostgrens van de Europese Unie vormt een bron van onrust, gevoed door politiek en commercieel opportunisme, en geleid door militair-strategische motieven. Er zijn echter ook culturele aspecten die voorgenoemde motieven lijken te overstijgen, en er misschien zelfs wel aan ten grondslag liggen, want de historische grens tussen de voormalige invloedssferen van Rome en Byzantium vormt tot de huidige dag een culturele, en daardoor politieke, waterscheiding. Gaat die grens tot in onze dagen nog een rol spelen bij de uitbreiding van de EU met nieuwe lidstaten?
Cultureel-historische analyse Na het uiteenvallen van het Romeinse Rijk in een westelijk en een oostelijk deel, verplaatste de Ro- meinse keizer Constantijn de Grote in 330 AD zijn residentie naar de Griekse stad Byzantium, en herdoopte die tot Constantinopel. Het West-Romeinse Rijk ging na de plundering van Rome in 410 aan de Germaanse druk ten onder. Het Oost-Romeinse Rijk, dat spoedig bekend zou staan als het Byzantijnse Rijk, zou echter nog eeu- wen stand houden tegen Perzische, Arabische en Turkse invallers, tot de Turken uiteindelijk in 1453 Constantinopel veroverden en de stad haar huidige naam Istanbul gaven. Met het uiteenvallen van het Romeinse Rijk kreeg het Katholicisme twee bestuurscentra, één onder gezag van de Paus in Rome en één onder dat van de Patriarch van Constantinopel. In 1054 kwam het tot een breuk tussen de Rooms-Katholieke en de Oosters-Orthodoxe Kerk, waarna beide zich een paar eeuwen lang elk in een eigen richting hebben ontwikkeld, zowel religieus als poli- tiek en maatschappelijk. In het orthodoxe oosten vond, anders dan in het westen, geen scheiding plaats tussen kerk en staat. De kerk werd er dienaar en instrument van de staat zonder eigen maatschappelijke rol. En dit verschil zou grote gevolgen krijgen. Gevolgen die tot in onze dagen zouden naklinken. __________________________________________________________________________________ In het westen kwamen door de dualistische opstelling van de kerk belangrijke ontwikkelingen tot stand: ▪Renaissance, die de dogmatiek van de Middeleeuwen openbrak, niet alleen in kunst en wetenschap, maar ook in de opvattingen over de inrichting van de samenleving, en over de rol van vorst, adel, geestelijkheid en burgerij. ▪Humanisme met zijn humanitair en (later) seculier gedachtengoed. ▪Reformatie, die de burger kritisch maakte en het verantwoordelijkheidsgevoel aanscherpte. ▪Verlichting, die veranderende opvattingen met zich meebracht over individualisme en machtsdeling, rechten van de mens, democratie, volkssouvereiniteit, en rechten en plichten van overheid en burger. Deze ontwikkelingen zouden op termijn leiden tot: ▪Functionerende parlementaire democratie ▪Functionerend meerpartijenstelsel ▪Decentralisatie ▪Vrije verkiezingen ▪Vrije media ▪Openbaarheid van bestuur ▪Onafhankelijke rechtspraak ▪Vrije markt en open economie ▪Burgerlijke samenleving Aan de landen binnen de Byzantijnse invloedssfeer ging het dualisme - daarmee de renaissance en de verlichting - voorbij, en zij bleven daardoor qua mentaliteit langer in de inertie van de Middeleeuwen hangen. En nu er modernisering verlangd wordt, gaat dat zelfs nú nog moeizaam en traag. Dat uit zich in: ▪Presidenten met absolute macht en haperende meerpartijenstelsels ▪Machtige extremistische partijen die xenofobie, antisemitisme en racisme voorstaan ▪Ontbreken van onafhankelijke media en openbaarheid van bestuur ▪Tekortkomingen op gebied van de rechtspraak ▪Omvangrijke zwart-geld-economie en corruptie, en economische macht in handen van criminelen ▪Breed verzet tegen democratisering en decentralisatie, en een tekort aan tolerantie en maatschap- pelijke verantwoordelijkheid tegenover minderheden ▪Nostalgie naar het totalitaire verleden en in het bijzonder naar het communisme ▪Volledig onbegrip van wat democratie inhoudt De opstanden tegen de Sovjet-overheersing moesten uit de ooit op Rome georiënteerde landen komen, zoals de DDR (1953), Hongarije (1956), Tsjechoslowakije (1968 ) en Polen (1970). Topografisch gezien loopt de virtuele grens van de Byzantijnse invloedssfeer als volgt: ▪Westelijk van grens, van noord naar zuid, liggen: Noorwegen, Finland, Estland, Letland, Litouwen, Polen, Slowakije, Hongarije, het westelijk deel van Roemenië (Transsylvanië) en Kroatië. ▪Oostelijk van de grens, eveneens van noord naar zuid, liggen: Rusland, Wit-Rusland, Oekraïne, het oostelijk deel van Roemenië, Servië, Bosnië-Herzegovina, Montenegro, Albanië en Griekenland. __________________________________________________________________________________
De uitbreiding van de EU Afgezien van de vraag naar de wenselijkheid van uitbreiding van de EU in het algemeen, hadden wij er na de val van de muur mogelijk goed aan gedaan de Byzantijnse grens als leidraad te nemen bij de toelating van nieuwe lidstaten. Niet uit conservatisme of xenofobie, maar vanuit de vrees dat Europa straks niet meer in staat zal zijn tot een effectieve besluitvorming. De zelfs nu al moeilijke besluitvorming is het gevolg van de vereiste unanimiteit, en dus van het veto- recht dat de lidstaten m.b.t. bepaalde intergouvernementele beleidsterreinen bezitten. En een toename van zowel het aantal lidstaten als van de culturele verschillen - zoals het geval is bij uitbreiding voorbij de voormalige Byzantijnse grens - doet de kans op zo'n veto sterk toenemen, daarmee de EU politiek krachteloos makend. Daar komen dan nog de normale politieke overwegingen bij, echter versterkt door de Byzantijnse poli- tieke en culturele kloof. Zoals de ligging van de betreffende landen in het spanningsveld van twee wereldmachten, die hen een emotioneel beladen politieke hefboom verschaft in de relatie tot hun voormalige bezetter. Een hefboom die hen vanuit de veiligheid van het EU-lidmaatschap tot een arrogante en agressieve - en dus zeer risicovolle - politiek zou kunnen verleiden, en die hen een onevenredig grote invloed zou geven op het Europees buitenlands beleid. Bovendien hebben veel van die kandidaat-leden problemen met binnen hun grenzen verblijvende minderheden. Problemen die met het vertrek van de Sovjet-troepen manifest werden, en die ter voor- kóming van binnenlandse onrust tot opportunistisch gebruik van het veto-recht zouden kunnen leiden. Het ontbreken van democratische roots blijkt trouwens ook zonder dat al te leiden tot gebruik van het veto-recht als politiek wisselgeld voor volkomen andere beleidsterreinen. En tenslotte zouden de politieke en financiële tegemoetkomingen aan de nieuwe lidstaten, en het in deze landen soms volslagen onbegrip voor de essentie van democratie en mensenrechten, het draagvlak voor de verdere integratie van de EU onder de bevolking van de "oude" lidstaten wel eens kunnen ondermijnen. Een opportunistische uitbreiding zou daarom op termijn wel eens fataal kunnen zijn voor het voort- bestaan van de Unie als politieke en economische grootmacht. En de wereld heeft niets aan een in- stabiele en machteloze grootmacht op het wereldtoneel.
Discussie Uit het voorgaande blijkt dat een "klein" maar slagvaardig Europa wellicht te verkiezen is boven een militair superieur maar politiek tandeloos monster. Met de historische - maar nog altijd actuele - Byzantijnse grens als leidraad bij de toelating van nieuwe lidstaten, zou men kunnen constateren dat Noorwegen en Zwitserland ontbreken, en dat anderzijds een aantal landen ten onrechte deel uitmaakt van de EU, namelijk Bulgarije en het oostelijk deel van Roemenië, Griekenland en Cyprus. De plaats van Griekenland is in deze context gezien correct, maar als grondleggers van de democratie opmerkelijk. De aanjagende rol van de "creatieve overheids- boekhouding" van Griekenland bij de economische crisis van 2011 bevestigt deze zienswijze echter en maakte duidelijk dat het principe van de Byzantijnse grens geen esoterie is, maar ook praktisch betekenis heeft. Gedane zaken nemen geen keer, maar de toenemende Russische druk op Georgië en de Oekraïne zou niet moeten leiden tot een haastig bedongen lidmaatschap. Deze landen horen onderwerp te zijn van het buitenlandse beleid van de EU, en horen dat ook te blijven. Tenslotte worstelt Europa ook in toenemende mate met de vraag of Turkije wel tot de Europese Unie moet worden toelaten. Maar die discussie gaat over de grens tussen twee volkomen andere kerkelijke en culturele invloedssferen, die van de Christelijke en de Islamitische wereld. Geldt dit alles ook voor de uitbreiding van de Navo? In principe natuurlijk wel, maar het houdt op een punt van discussie te zijn als Europa erin slaagt tot een gecoördineerd buitenland- en defensiebeleid te komen dat de Navo overbodig maakt. En dat kan alleen als wij - behoudens Noorwegen en Zwitserland - afzien van verdere uitbreiding. Want dat Europa niet mag mislukken zal tijdens de kredietcrisis zelfs de meest verstokte Euro-scepticus wel duidelijk zijn geworden. Je moet er niet aan denken dat er op dat moment geen gecoördineerd financieel-economisch beleid was geweest of dat wij de euro niet hadden gehad.
Naar boven Meer essays


# menno kater - De grenzen van Europa