Essays

Democratie als exportproduct

Home - Columns - Politiek en maatschappij - Filosofie en psychologie - Wetenschap - Cursussen - Computer - Diversen | Printversie

(nautische historie zeiltijd - historie stoomtijd - zeilcursus - motorbootcursus - evolutieleer - evolutie mens - groepsgedrag)



(Molle No.3 ©Schrijf.be copywriting)


Oude en nieuwe macht

Nieuwe macht is gevaarlijk. Het bewind van een net aangetreden alleenheerser kenmerkt zich vaak
door uiterlijk machtsvertoon, repressie, grilligheid, opportunisme en willekeur. Een plotseling aan de
macht gekomen heerser moet immers voortdurend en vaak ook steeds excessiever zijn macht tonen,
niet alleen om anderen eraan te herinneren bij wie de macht ligt, maar vooral om zichzelf uit neuro-
tische motieven te overtuigen van de eigen machtsbasis.
Denk in dat verband aan militaire of ideologische dictaturen, maar ook dichter bij huis aan een be-
ambte die uit hoofde van zijn werk macht verwerft over derden zonder een doorlopende intercollegiale
en publieke toetsing. Dan blijken alleen de sterkste schouders de weelde van macht te kunnen dragen
zonder te corrumperen.

Macht, die door geboorte of opvoeding traditioneel bij een bepaalde elite in de samenleving ligt, blijkt
minder gevoelig voor misbruik dan nieuwe macht. Deze machtshebbers zijn gewend aan hun hoge
status en aan het dragen van verantwoordelijkheid, en hoeven zich niet te bewijzen, niet voor anderen
en niet voor zichzelf.
Talloze uitzonderingen op deze regel geven overigens wel stof tot reserve.

Op het eerste gezicht lijkt ook "macht met een visie" de kans op misbruik te beperken omdat een der-
gelijke leider door zijn idealen zou worden beschermd tegen eigen willekeur en doordat zijn macht zou
berusten op loyaliteit i.p.v. angst. Maar de praktijk leert dat macht ook een ideëel bevlogen leider snel
kan corrumperen, met name als de bevolking zijn opvatting niet volledig of niet langer meer deelt.
Uiteindelijk zal ook zijn integriteit sneuvelen onder het fenomeen van de "nieuwe macht".

Ook democratie is - haast per definitie - nieuwe macht, maar met dat onderscheid dat zij van onderaf 
gecontroleerd wordt. De kwaliteit van die controle, en de mate waarin de macht geconcentreerd ligt,
bepalen de waarde van het systeem.
Aandacht voor haar tekortkomingen kan ons behoeden voor soms onbesuisde introductie ervan elders,
en houdt ons alert bij de bewaking van onze eigen - immers niet inherent stabiele -democratie. 

De duistere kanten van democratie Wij zijn in het westen gewoon om hoog op te geven van ons democratisch systeem. Democratie kent echter vele gedaanten. De oudste Griekse versie met stemrecht voor slechts bemid- delde mannelijke burgers zou ons nu niet meer zo bevallen, en ook bij bepaalde moderne varianten van democratie zou ik enige vraagtekens willen zetten. Is het door ons als "norm voor een beschaafde samenleving" neergezette systeem wel zo superieur over andere bestuursvormen of is democratie hooguit de minst slechte regeringsvorm? Laten wij er eens enige aspecten van onder de loep nemen: ▪De presidentiële variant van democratie leidt gemakkelijk tot machtsmisbruik. Bij deze bestuursvorm stuurt de president de ministers aan i.p.v. als primus inter pares de macht met hen te delen. (zie het essay De V.S. een democratie en een rechtsstaat?). ▪Besluitvorming op basis van een meerderheidsstandpunt is een belangrijk aspect, maar niet de essentie van een democratie. De essentie is dat minderheidsstandpunten bij de besluitvorming worden gerespecteerd. Dit kan echter niet bij elke vorm van democratie worden gegarandeerd. De positie van minderheden wordt weliswaar beschermd door nationaal en internationaal verankerde mensenrechten en door inbedding in de Europese Unie, maar dat laat onverlet dat minderheden op subtiel niveau vaak onvoldoende gehoord en gerespecteerd worden. Kiesstelsels met een hoge kiesdrempel of districtenstelsels volgens het principe "the winner takes it all", beschouw ik om deze reden als een verzwakking van het democratisch gedachtengoed. Nederland kent overigens geen kiesdrempel (één zetel zou in 2007 overeen komen met een kies- drempel van 0,67%), en dat maakt minderheidsstandpunten zichtbaar en ook relatief invloedrijk dankzij hefboomfuncties in gelegenheidscoalities. Veel Europese landen hebben een kiesdrempel van 5%. ▪Maar ook een meerderheid kan het slachtoffer worden van misbruik van het staatsrecht. Zo werd in 1977 de PvdA onder den Uyl, met 10 zetels winst - en met 53 zetels de grootste fractie ooit - door een nipte coalitie van 77 zetels van CDA en VVD buiten de regering gehouden. ▪Een regering kan er bij het parlement onder politieke druk controversiële wetgeving doordrukken. Politieke partijen zijn namelijk beducht voor de electorale gevolgen wanneer zij de regering "na het uitspreken van het machtswoord" naar huis zouden sturen, vooral als het op zichzelf staand geen halszaak betreft. Met name effectief als step-by-step methode. ▪Democratie faalt bij besluitvorming waarvoor geen parlementaire meerderheid kan worden gevonden. De situatie ontaardt dan doorgaans in een patstelling, die zich vervolgens vertaalt naar gedoogbeleid, doorschuiven naar een volgende regeerperiode of compromissen waar eigenlijk niemand gelukkig mee is (abortus, euthanasie, drugsbeleid etc.) ▪Het systeem is vaak bot en bureaucratisch, en kenmerkt het zich nogal eens door een stroperige en trage besluitvorming. Voor snel en daadkrachtig handelen moet men niet bij een democratie zijn. ▪Het systeem is gevoelig voor massahysterie onder bevolking en politici, en is daarmee ook gevoelig voor opportunistische en onverantwoorde wet- en regelgeving. Zoals de aantasting van privacy en burgerrechten vanuit een non-proportionele angst voor terrorisme. ▪Doorgeschoten democratisering zoals directe verkiezing van burgemeester, politiechef en gouver- neur, en de kans als ambtenaar per referendum naar huis te worden gestuurd, leidt tot populisme en eindeloos uitstellen van impopulaire besluiten. En bindende referenda op wetgeving leiden tot onverantwoord korte-termijn-beleid. Per referendum afgedwongen eisen voor meer geld naar publieke doelen en tegelijkertijd een blokkade op belasting- verhoging leidt in de V.S. al jaren tot een groeiende schuldenlast bij de overheid. ▪De grondwet kan door een kamermeerderheid van tweederde gewijzigd worden, en dat kan er toe leiden dat de democratie zichzelf buiten werking stelt, zoals in 1933 in Duitsland gebeurde. Een dergelijke overval kan niet worden voorkomen doordat deze zwakte inherent is aan het karakter van het systeem. Wel kan een partij die officieel het opheffen van de democratie tot zijn beginselen rekent, door de rechter ontbonden worden. Anarchisme blijkt overigens opmerkelijk zelfreinigend en zelfregulerend te zijn. Het is echter geen samenlevingsvorm die tot impopulaire - maar wel noodzakelijke - of tot grensoverschrijdende besluit- vorming in staat is. Het lijkt daarom alleen werkzaam in kleine gemeenschappen, overkoepeld door een kleine centrale overheid met gelimiteerd mandaat.
Afgedwongen en spontane democratisering Bovenstaande in aanmerking nemend, en daarmee hopelijk denkend vanuit een meer bescheiden visie op ons eigen systeem, hebben wij recht noch reden een volk zijn cultureel en traditioneel ge- worteld bestuurssysteem te ontnemen. Wij zijn niet gerechtigd een functionerend regeringsstelsel gewapenderhand of met economische dwang te vervangen door ons democratisch model, uitsluitend met als argument dat ons systeem superieur zou zijn. Nog afgezien van het morele aspect, hebben vele guerrilla-oorlogen sinds Vietnam wel aangetoond dat democratie zich ook niet met militaire of economische middelen laat afdwingen, en al helemaal niet vergezeld van onze culturele waarden en handelsbelangen. Pogingen democratie af te dwingen kunnen rekenen op vele jaren van bloedige strijd, wat niet in verhouding staat tot de voordelen van de introductie, die op zijn zachtst gezegd ook nog eens wankel zal zijn als de poging überhaupt al slaagt. Militair ingrijpen is alléén legitiem - en mijns inziens zelfs moreel verplicht - als het erom gaat een bevolkingsgroep te beschermen tegen genocide of om een bufferzone in te stellen tussen twee strijdende partijen waarbij veel burgerslachtoffers vallen of waarbij de bevolking massaal ontheemd raakt. Men kan nu eenmaal geen genocide accepteren door vanaf de zijlijn te blijven toekijken hoe tienduizenden burgers omkomen door binnenlands geweld. Zulk ingrijpen is echter alléén zinvol op initiatief en onder leiding van een breed gedragen vredes- organisatie, zo mogelijk in samenwerking met de locale partijen. En de interventiemacht moet "cultuur- eigen" zijn - dus betrokken uit de regio - maar om belangenverstrengeling te voorkomen ook weer niet uit de onmiddellijke regio. Zou een oude elite door een dergelijke militaire actie echter uit de macht zijn gezet, dan kan men - vanwege genoemd corrumperend effect op een eerste generatie machthebbers - waarschijnlijk niet meer op traditionele machtstructuren terugvallen. Dan rest slechts de inrichting van een democratisch bestuurssysteem, en omdat dit een cultuuromslag in het hiërarchisch denken vereist, zal dat veel tijd nemen en aanvankelijk op scepsis en verzet stuiten. Maar dat is altijd nog beter dan de toestand waar- in het land verkeerde voordat men besloot te interveniëren. En ook beter dan na een korte interventie te vertrekken en het land zonder centraal gezag achter te laten, rijp voor een bloedige burgeroorlog die doorgaans wordt afgesloten met een dictatuur en vele decennia van totalitaire onderdrukking. Een dergelijke inmenging vereist in elk geval zorgvuldige afweging, vooral voor de lange termijn. De bezetters zullen bereid moeten zijn veel verliezen te lijden - terwijl zij er volgens een altijd groeiend deel van de bevolking "niets te zoeken hebben" -, zoals zij ook bereid zullen moeten zijn minstens enkele decennia in het omstreden gebied te blijven! Onze missie naar Afghanistan was op intelligence-drijfzand gebouwd. Het bleek immers geen opbouw- missie te zijn, maar een kansloos militair avontuur zonder een duidelijke exit-strategie tegen een taaie en in sterkte toenemende guerrilla. Maar in Rwanda hebben in 1994 Hutu-milities ongeveer 1 miljoen leden van de Tutsi-minderheid om- gebracht in een tijdsbestek van 100 dagen. Deze genocide speelde zich echter niet af in een olierijk gebied en de aanwezige VN-macht mocht niet ingrijpen. Wij hadden er toen moeten zijn... Een ontwikkeling naar een stabiele democratische politieke structuur is alleen mogelijk in een situatie waarin een volk het zelf wil en er ook aan toe is, kortom wanneer die spontaan verloopt. En dat im- pliceert de aanwezigheid van gemeenschapszin en een sterke rechtsstaat. Er zijn in het verleden verschillende spontane democratiseringsgolven geweest, waarvan de meest recente aan het einde van WO2, in de periode vanaf 1974 (Anjerrevolutie in Portugal) en nadat het aantreden van Jeltsin als president van de Russische Republiek in 1991 een einde maakte aan de Koude Oorlog. Stimulans daartoe was altijd een nieuwe politieke realiteit en de vergelijking met economisch goed functionerende democratieën, en dat verklaart waardoor de laatste democratise- ringsgolf wereldwijd lijkt te verzanden. Zij worden immers geconfronteerd met: ▪De overleving van dictaturen die met de baten uit natuurlijke hulpbronnen binnenlandse onvrede af- kopen en de repressie bekostigen (Midden-Oosten). ▪Te hoog gespannen verwachtingen m.b.t. de ontwikkeling van de welvaart (Oost-Europa), en teleur- stelling over de stroperigheid van nog bestaande instituties (Latijns-Amerika). ▪De aanwezigheid van economisch succesvolle alternatieven voor democratie, zoals het Chinese model en het door olie en gas geholpen Russische model.
Nawoord Hoewel ik democratie als bestuursstelsel prefereer, wil ik de ogen niet sluiten voor haar gebreken. Gebreken, die ons wat meer bescheiden zouden mogen stemmen m.b.t. haar exportwaarde, zeker in afgedwongen vorm. Anderzijds constateer ik in de media een groeiende afkeer van militair ingrijpen bij humanitaire ram- pen, die mijns inziens niet gebaseerd is op deze ethische discussie, maar op een vorm van reflex- denken die ons onze morele verantwoordelijkheid doet vergeten. Is het overigens niet wonderlijk dat een tegennatuurlijk systeem als democratie, dat zo in strijd lijkt met de menselijke aard, spontaan kan ontstaan, vooral in de begintijd toen er nog geen economisch succesvol voorbeeld bestond? En dat oudere gevestigde democratieën zo goed stand houden? De stabiliteit van een democratie laat zich immers vergelijken met die van een "plank op zijn kant": Je moet erbij blijven, want éénmaal uit balans is er geen houden meer aan. En laten wij vooral voorkomen dat wij onze eigen rechtsstraat opblazen, en - aangestuurd door politieke, ambtelijke of commerciële motieven - uit hysterie of desinteresse al te lichtvaardig onze burgerrechten opgeven. Want in de woorden van schilder en dichter Lucebert - "Alles van waarde is weerloos".
Naar boven Meer essays


# menno kater - Democratie als exportproduct