Essays

De vier levensfasen en hun relatie tot seks en voortplanting

Home - Columns - Politiek en maatschappij - Filosofie en psychologie - Wetenschap - Cursussen - Computer - Diversen | Printversie

(nautische historie zeiltijd - historie stoomtijd - zeilcursus - motorbootcursus - evolutieleer - evolutie mens - groepsgedrag)



(Adler 7 ©Schrijf.be copywriting)

Voorwoord
Dit essay probeert vanuit een sociaal, hormonaal en evolutionair gezichtspunt de relationele kenmerken
van een gefaseerde persoonlijkheidsstructuur te beschrijven. Het heeft geen betrekking op relaties
tussen verwanten of goede vrienden.

Waarneming 1
Wie ooit als jong-volwassene met vrouw en kinderen in een woonwijkje is komen wonen kent het beeld.
De kinderen kijken een uurtje de kat uit de boom, maar het ijs is snel gebroken en het clubje gaat
spelen met een vanzelfsprekendheid alsof het al jaren bij elkaar over de vloer komt. 
De jong-volwassenen met kleine kinderen, voor zover je hen nog niet via de kinderen had ontmoet,
zorgen ervoor dat je hen "toevallig" op straat tegen het lijf loopt en voor je het weet ben je opgenomen
in een subcultuur van energieke jonge mensen met wie je als vanzelf vluchtige vriendschapsrelaties
aangaat. Binnen die gemeenschap van jong-volwassen word je echter al snel ingedeeld in een
gecompliceerd netwerk van groepjes dat de straat in machtsblokken blijkt te verdelen. 
De wat oudere buurtgenoten spelen in het competitieve spel van de jong-volwassenen geen rol van
betekenis en worden dan ook vriendelijk, zij het een tikje afstandelijk door hen bejegend. Hun
onderlinge contacten beperken zich meestal tot korte gesprekjes bij het tuinhek terwijl zij met de
sleutels in de hand onverhuld het ietwat verplichte karakter en de terloopsheid ervan benadrukken.
Bejaarden worden correct maar gereserveerd tegemoet getreden en hebben ook onderling weinig
contact meer. Zij leiden dan ook vaak een teruggetrokken bestaan. 

Waarneming 2
Ik liep door een drukke winkelstraat en realiseerde mij dat ik als oudere medemens niet meer dat korte
oogcontact met mij volkomen vreemden had als rond mijn vijftigste, en al helemaal niet meer het iets
langere oogcontact waarbij een lichte glimlach over het gezicht trok zoals rond mijn dertigste. Als ik al
een blik ving, dan was dat omdat men toch ergens naar moet kijken, leeg en zonder een spoortje contact.
Sindsdien heb ik veel om mij heen gekeken, en guess what, ik vond een patroon, althans voor singles:
Jong-volwassenen wisselen een open blik uit waarna er niet zelden één een rode kop krijgt en haastig
wegkijkt, en zij negeren ouderen. Oudere volwassenen maken onderling een kort neutraal oogcontact
maar vinden geen oogcontact met passerende jong-volwassenen. En bejaarden doen helemaal niet
meer mee. Omkijken zie je vrijwel alleen tussen jong-volwassenen (een clubje mannen kijkt veel vaker
om, maar die doen dat collectief en vooral voor elkaar).

Levensfasen
Dergelijke waarnemingen tonen een sociale fasering binnen het mensenleven die ik als volgt zou willen
beschrijven:
   1. het kind
   2. de jong-volwassene
   3. de oudere-volwassene
   4. de bejaarde

De contactuele kenmerken (in feite de voorlopige definitie) binnen en tussen deze fasen zou ik als volgt
willen beschrijven:
  - De contacten tussen mensen in dezelfde fase verloopt gemakkelijker dan die in verschillende fasen.
    (= men is qua fase graag onder elkaar)
  - De contacten tussen mensen binnen eenzelfde jeugdiger fase verloopt weer gemakkelijker dan die
    binnen eenzelfde oudere fase.
    (= jonger maakt sneller onderling contact dan ouder)
  - De jongere fase kan vrij gemakkelijk contact maken met de oudere fasen, maar niet andersom.
    (= contact maken van jonger naar ouder gaat gemakkelijker dan andersom)

Hormonen
Tijdens de fase-overgangen moet er sprake zijn van een waarneembare verwarring, en die vinden wij
dan ook terug in de puberteit (10 - 18 jaar) en in de menopauze (45 - 55 jaar). Niet toevallig natuurlijk,
want zij veroorzaken een chaos in de hormoonhuishouding die tot gedragsveranderingen leidt welke
goed aansluiten bij de fase-indeling zoals wij die uit de waarnemingen al concipieerden. Laten wij deze
hormonaal aangestuurde begrenzing dan ook maar als de definitieve definitie van de eerste drie fasen
beschouwen.
De overgang van de derde naar de vierde fase is echter niet zo eenduidig aan te geven. Die wordt
bepaald door de beperkingen die voortkomen uit de algehele veroudering, maar ook uit chronisch
verlopende ziekteprocessen die iemand door hospitalisering en het verlies van de autonomie voortijdig
in deze eindfase kunnen doen belanden.
Maar als de voorgestelde fase-indeling, althans voor de eerste drie fasen, grotendeels een hormonaal
aangestuurde ontwikkeling is, dan ligt een relatie met de voortplanting voor de hand. Niet die van een
individu, maar van de soort gezien vanuit het bredere perspectief van de evolutie.

Laat ik daarom de vier fasen maar eens herbenoemen:
(ik heb de fasen vanaf hier een kleur gegeven om het essay toegankelijk te houden)

   1. het kind                           →  pre-reproductieve fase
   2. de jong-volwassene       →  reproductieve fase
   3. de oudere-volwassene  →  postreproductieve fase
   4. de bejaarde                    →  degeneratieve fase

Nu zult u zich mogelijk afvragen hoe ik dat dacht te rijmen met de wat ouder wordende man die zonder
menopauze of een soortgelijk mannelijk proces toch op een gegeven moment van de tweede naar de
derde fase doorschuift.
Misschien moeten wij ons echter eerder afvragen of mannen wel volledig naar de derde fase óvergaan.
Veel ouder wordende mannen behouden immers gedragskenmerken die exemplarisch zijn voor de
tweede fase. Zoals die jongensachtige speelsheid en nieuwsgierigheid (soms in een vorm die zelfs 
helemaal uit de eerste fase lijkt te zijn meegenomen...), en zoals het voor de tweede fase zo ken-
merkende competitief gerichte gedrag, zij het wat milder van aard. 
Aan de andere kant zie je bij mannen wel degelijk iets gebeuren dat het equivalent zou kunnen zijn van
de bij vrouwen in de derde fase vaak toenemende autonomie en weerbaarheid, wat wellicht samen-
hangt met de gewijzigde hormoon-huishouding na de menopauze. Oudere mannen hebben immers
door hun dalende testosteronproductie nogal eens de neiging te feminiseren, wat je zou kunnen
beschouwen als de manlijke pendant van de menopauze.
Laten wij het erop houden dat veel mannen wel de fase-indeling doorlopen, maar niet zo exclusief.

En hoe zit het dan met al die leidinggevenden in hun derde fase? Ik denk dat het voor het merendeel
mensen betreft die hun carrière of de basis ervoor hebben gelegd in hun tweede fase. Zij zitten waar zij
zich nu bevinden door anciënniteit en door op routine de ingeslagen weg af te lopen. Verder vind je op
de hoge posities vooral mannen, en daar hebben wij het in het voorgaande al over gehad...

Fase-beleving
▪Voor kinderen (eerste fase) is het leven een never ending story omdat de tijd in hun beleving zeer
 traag verloopt waardoor zij een oeverloze hoeveelheid tijd tot hun beschikking denken hebben. Zij
 hebben een totaal ander focus dan volwassenen waardoor zij slechts een beperkt beeld van de sociale
 omgeving hebben.
▪De jong-volwassenen (tweede fase) leven vanuit een actieve rusttoestand in een steeds terugkerende
 tombola van snelheid, spel, competitie, vriendschap, seks, agressie en creativiteit, kortom sterk
 wisselende en heftige emoties. De seksuele kansen zijn in de tweede fase het "leitmotif" voor het
 leven, vooral omdat evolutionair gezien vrijwel al het handelen erop gericht is de kansen van de eigen
 genen te vergroten. Het leven is in de tweede fase bruisend en ondernemend. En omdat zij een filter
 hebben voor ziekte, ouderdom en dood, ontstaat er een gevoel van onkwetsbaarheid die het leven ook
 een tikje roekeloos en gevaarlijk maakt. Overigens kunnen zij, misschien wel mede door dat filter, op-
 merkelijk hardvochtig denken over de noden en vermogens van de derde en vierde fase (bejaarden).
 De tweede fase mag zich dan weliswaar weinig gelegen laten liggen aan de overige fasen,  zij bezitten
 wel degelijk een hulp- en beschermings-reflex met name voor de kwetsbare eerste en vierde fase.
▪De derde fase piekert er niet over in de situatie te berusten. Zij forceren zich een weg terug naar de
 tweede fase door zichzelf kunstmatig te verjeugdigen. Vrouwen maskeren de tekenen van het ouder
 worden met make-up, jeugdige kleding, het verven van de grijze haren, joggen, voedingssupplemen-
 ten, verjongings-kuren en plastische chirurgie. Mannen beperken zich voornamelijk tot kleding, joggen,
 fitness en energiedrankjes. En last but not least, zij beginnen aan een "tweede leg". Wij concludeerden
 al dat zij zich niet exclusief in de postreproductieve derde fase bevinden...
 Maar de derde fase verliest gaandeweg toch de aansluiting met de tweede fase en na het aanvan-
 kelijke verzet tegen de realiteit van het leven, gaat zij zich verliezen in heimwee en melancholie. Het
 leven is vergeleken met dat van de tweede fase immers maar tam, en zij zouden wat graag deel
 uitmaken van die dynamische wereld, al was het maar aan de zijlijn. Maar ja, zij zijn niet meer in het
 bezit van de sleutel.
▪De meeste bejaarden (vierde fase) berusten in nostalgie en melancholie. Zij zijn opgehouden de
 wereld te volgen en blijven hangen in oude waarden, oude kennis en de muziek van hun jeugd. En
 omdat de jongeren zich weinig met hen bemoeien blijft dat ook zo. 
 Ik vrees toch dat dit biologisch gezien de "afsterf-fase" is (sorry, biologie is nu eenmaal vrij bot).
 De kwaliteit van het leven in de vierde fase is uiterst beperkt en het wordt geheel bepaald door de
 wijze waarop de kaarten in sociale zin tijdens de drie voorgaande fasen geschut zijn.
▪Doordat ouderen van de derde en vierde fase niet altijd zo oud geweest zijn, kunnen zij zich enigszins
 verplaatsen in de wereld van de tweede fase, ook al kunnen zij er niet aan deelnemen. De tweede fase
 kan echter slechts speculeren over wat de oudere fasen bezig houdt en het interesseert hen ook niet
 echt. Achteruit kijken kan nu eenmaal wel, maar vooruit niet, en verwacht dat dan ook niet!
▪Met name de derde fase kan zich de sleutelmomenten in zijn eigen eerste en tweede fase nog helder
 voor de geest halen en kan de emotioneel geladen momenten moeiteloos herbeleven. Dat lijkt aan- 
 trekkelijk, maar het geeft ook voeding aan melancholie en aan een scala aan emoties als vreugde,
 verdriet, heimwee, afgunst, spijt en soms ook schaamte. Kortom, zij staan nogal ambivalent tegenover
 de jongvolwassene die zij in hun tweede fase waren. Oordeel echter niet te hard over je handelen toen
 je je zelf nog in de tweede (of eerste) fase bevond maar probeer te kijken door de bril en het filter van
 die fasen en vanuit de toenmalige tijdgeest. Zoals je dat overigens ook zou moeten doen bij het
 vormen van een oordeel over huidige eerste en tweede fase, want je bent in hoge mate wat hormonen
 en omgevingfactoren van je maken.

Tijdsbeleving
De derde en de vierde fase kunnen het tempo van de tweede fase op den duur eenvoudig niet meer
volgen. Hun biologische klok loopt steeds sneller (in de zin dat de tijd sneller lijkt te gaan) waardoor hun
productiviteit per tijdseenheid afneemt. 
De tweede fase zou het tempo van de eerste fase overigens ook voor geen meter kunnen volgen, maar
zij voelen zich zo superieur over de kinderen dat het hen niet raakt. 
De ouderen zijn zich er ook steeds meer van bewust dat hun tijd beperkt is en dat zij toenemend kwets-
baar beginnen te worden. In hun vroege jeugd kon de tijd eenvoudig niet op (hoe lang duurde de
schoolvakantie niet...) en hoewel de tijd in hun tweede fase de eerste beperkingen begon te geven, 
ondervonden zij er met hun toen nog hoog opgevoerde energie en productiviteit totaal geen hinder van.
Vanaf de derde fase rijgen de dagen zich bij het ouder worden echter steeds meer aaneen. Jaren lijken
maanden, maanden weken, en weken dagen totdat iemand hoogbejaard is en nergens meer toe komt.
Probeer maar eens een afspraak te maken met een bejaarde (vierde fase) voor wie een dag al gevuld
is als hij tussen 9 en half 11 de glazenwasser verwacht. Grote kans dat het moeilijker is dan bij een
captain of industry met een 80-urige werkweek.
Deze biologische klok is mogelijk dezelfde als die welke de fasen aanstuurt, en anders is de invloed
ervan op het leven in de diverse fasen zo groot dat wij er de fasen-definities mee kunnen verbinden.

Evolutie
De tweede fase is evolutionair gezien de levensfase waarin de mens zich voortplant en wellicht in
relatie daarmee zijn sociale vaardigheden verdiept. De andere fasen faciliteren de tweede fase. De
eerste fase als wegbereider, het vehiculum om tot volwassen proporties uit te groeien en om te leren
overleven. En de derde fase (en in mindere mate ook de vierde) voor de nazorg voor de in de tweede
fase uitgezette genen. De mens is niet voor niets de enige diersoort waarvan de vrouw na de meno-
pauze nog een substantiële tijd als derde fase voortleeft.
Die verlengde levensspanne en het typisch menselijke vermogen tot "joint-attention" kwamen binnen
het bereik van de evolutie omdat zij de vroege mens het voordeel van de sociaal-culturele boost gaven
die ons uiteindelijk aan de top van de voedselketen zou brengen. Het was immers in het belang van
hun genen dat die nieuwe derde (en in mindere mate vierde) fase de verzorging van de kinderen op
zich nam, en zich ging bemoeien met de overdracht van de benodigde vaardigheden om zo goed
mogelijk te overleven, en de doorgifte van de kennis en de geschiedenis van de stam op zich nam.
Daardoor kon de krachtige tweede fase zich geheel wijden aan de jacht en aan het verzamelen van
brandhout en eetbare vruchten en knollen, elk met de kennis en de ervaring van allen. De sociaal-
culturele boost-factor was in werking getreden. 
(zie de essays Zingeving → Veroudering en dood' en Van aap tot mens → Joint attention')

Discussie
Oppervlakkig gezien, en helaas ook wel eens door sommige jong-volwassenen beleden, lijkt de tweede
fase de belangrijkste fase, maar dat is net zo'n idiote gedachte als de bewering dat de plant er niet toe
doet omdat het om de bloem gaat. De fasen kunnen niet zonder elkaar, ook al ontgaat dat de tweede
fase nog wel eens.
Gelukkig zijn wij niet alleen maar evolutie, maar niet in de laatste plaats ook cultuur. En het is de cultuur
die de nuchtere biologische analyse herdefinieert naar de menselijke maat en die hem relativeert met
prachtige absurdismen als "Je kunt vanuit een ander perspectief ook zeggen dat de kip de manier van
het ei is om tot een nieuw ei te geraken".


Naar boven Meer essays


# menno kater - De vier levensfasen en hun relatie tot seks en voortplanting