Essays

De ideale bijboot

Home - Columns - Politiek en maatschappij - Filosofie en psychologie - Wetenschap - Cursussen - Computer - Diversen | Printversie

(nautische historie zeiltijd - historie stoomtijd - zeilcursus - motorbootcursus - evolutieleer - evolutie mens - groepsgedrag)



(©Foto SieBroTec GmbH)

De Duitse firma SieBroTec GmbH levert een vouwboot volgens het best denkbare compromis van
eisen die men redelijkerwijs aan de bijboot van een kajuitzeiljacht kan stellen.
De "Bananaboot" is in opgevouwen toestand zo groot als een surfplank, kan gemakkelijk door één per-
soon gedragen worden, is plat genoeg om op de auto of binnen de zeereling te sjorren, en heeft voor
zijn lancering geen trailerhelling nodig. Eénmaal uitgevouwen roeit hij uitstekend, zeilt matig (hooguit
tot windkracht 4) maar wel leuk, en kan desgewenst van een lichte buitenboordmotor worden voorzien.
De soepele constructie blijkt, mits op bepaalde punten gecorrigeerd, een voordeel. De boot ontleent er
zijn sterkte aan en gedraagt zich, mits ontdaan van de zeiluitrusting, bij slepen eerder als een grote
fender dan als een voortdurend risico voor de eigen of andermans lak.

Het uitklappen van de vouwboot
(©Foto SieBroTec GmbH) Vanaf een 24-voeter laat de bananaboot zich opgevouwen aan de binnenzijde van de zeereling sjorren.
(©Foto SieBroTec GmbH) In bovenstaande foto-reeks toont de linker afbeelding de toestand na de eerste ontvouwing. Op de overige afbeeldingen ziet u de romp na de tweede ontvouwing waarbij de romp zijn vorm krijgt door er drie doften in te plaatsen. Zoals de schil van een banaan, die aan de holle zijde in de lengterichting werd opengesneden en waarvan het vruchtvlees werd verwijderd, wordt opengehouden door een paar dwars in de spleet gestoken lucifers. Na het plaatsen van de dollen kan er al na een kwartier geroeid worden. En bij het roeien blijkt de soepele romp opmerkelijk koersvast doordat de waterdruk de bodemdelen tussen middennaad en kimnaden in een soort "trimaran"-vorm omhoog drukt.
(©Foto Kick Kleverlaan, Maandblad Zeilen) Om te kunnen zeilen bent u iets langer bezig, omdat daarvoor een roer en twee zijzwaarden moeten worden geplaatst, en de boot moet worden getuigd.
(©Foto Kick Kleverlaan, Maandblad Zeilen) Verwacht geen sportief zeilgedrag want een bananaboot zal niet planeren. Nee, de meerwaarde zit hem in de uitbreiding van het vaargebied, de bonus van een diepgang van nog geen 20 cm en een zeer gemakkelijk te strijken tuigage. Bovendien biedt het lage standpunt een heel ander perspectief dan u gewend bent, wat u volkomen doet opgaan in de natuur (zie bovenstaande afbeelding).
Specificaties Lengte x breedte x hoogte x diepgang (onbelast/belast) - 3,05 x 1,35 x 0,34 x 0,10/0,18 m. Ingeklapt lengte x breedte x dikte - 3,25 x 0,58 x 0,10 m. Gewicht zonder doften en tuigage - 22 kg. Dikte plastic platen - 4,1 mm. Maximale belasting - 290 kg of 3 personen. Zeiloppervlak - 4,7 m². Maximaal motorvermogen - 1,47 kW (2 PK).
© MK De kimlatten onder het middendoft Het "kauwgom"-effect Ondanks de bewezen kwaliteiten leveren de eerste tochten met de Bananaboot vaak komische onge- makken op. Zo blijkt u bij het instappen vanaf uw schip wel erg makkelijk onvrijwillig te water te geraken. De boot lijkt dan wel van kauwgom. Als u van bovenaf iets buiten de hartlijn op het middendoft stapt, buigt dat vervaarlijk door en schiet dan onverhoeds zijwaarts weg. Het ene boord lubbert daarbij naar buiten en het andere naar binnen, en met name de naar buiten lubberende kant neemt dan een forse hap water in. De boot schiet zijwaarts onder u weg en u belandt tussen schip en boot in het water. Hilarisch, maar niet zonder risico. Toch zie ik de Bananaboot als een aanrader, want ik dank er ook veel prachtige momenten aan, en de problemen zijn met een kleine ingreep eenvoudig op te lossen. © MK Allereerst schroeft u een versterkingsbalkje onder het te dunne middendoft (27x69 mm, 105 cm lang). Vervolgens zet u twee latten tussen het midden van dat versterkingsbalkje en de kimmen van het bootje (27x27 mm, 59 cm lang). Als u deze kimlatten aan de ene kant met een 9 cm lange RVS-bout, ringen en een vleugelmoer aan het versterkingsbalkje vastzet en aan de andere kant iets afgeschuind tegen de kim laat rusten, is er sprake van een uitneembare en flexibele constructie die het bootje een aanzienlijke dwarse stijfheid geeft zonder het karakter ervan geweld aan te doen (zie bovenstaande afbeelding). De kimlatten hebben zich vele vaarseizoenen lang bewezen. U zou kunnen overwegen ook een verticale kiellat aan te brengen want ik heb ooit meegemaakt dat de bodem (met vier volwassenen en ettelijke borrels) plotseling contra omhoog knikte.
Enkele andere verbeteringen -Wijzig de dollen en de roeiriemen zodanig dat de riem-manchet bij het roeien goed in de dol opge- sloten ligt. Vernauw daartoe indien nodig de opening van de dollen met boutjes zodat de riem kan passeren maar de dikkere manchet niet. En draai loodrecht op de bladrichting een pin in de riem-manchet (vb. een RVS parker met een busje) die voorkomt dat de riem in "haal-positie" uit de dol schuift.
© MK De halshoek-bevestiging (en het passtukje en het vergrootte mastgat met de wig, zie verderop). De onderste ring doet dienst als reserve. -Wijzig de bevestiging van de tuigage aan de mast als volgt: Verwijder de ring waarmee de giek aan de mast zit en bevestig in de "halshoek" aan de onderkant van de giek (niet aan de ogen tussen gaffel en giek) een lijntje met een snelsluiting die u vasthaakt aan een stalen ring die u daartoe om de mast schuift (afstand hals tot mast ca. 35 cm). Tuig vervolgens een neerhaler op die u eerst dóór die ring leidt en die u daarna vastzet op een klem die u vlak boven het voordoft met RVS parkers op de mast monteert (nadat u de ring over de mast hebt geschoven). Deze constructie maakt het mogelijk het zeil bij de wending, na losmaken van de neerhouder, naar de lijzijde van de mast te trekken. Monteer tenslotte een klem-oog halverwege de mast, zodat u met een achtknoop in de val voorkomt dat de val buiten uw bereik omhoog schiet. -Maak de boot iets loefgieriger door het mastgat in het vóórdoft enkele cm's naar achteren te verlengen en zet de mast met een houten wig in die positie vast. Blijf met het uitzagen van het gat ca. 3 cm van de doft-rand weg. © MK De gaffelspruit -Verminder het doorbuigen van de gaffel door vóór de knoop waarmee u de val aan de gaffel bevestigt een dunne niet-rekkende spruit aan te brengen naar de nok van de gaffel. Leg daartoe een halve steek in de val op zo'n 10 cm vanaf de gaffel en zet de spruit met een mastworp zo kort mogelijk en direct boven die steek aan de val vast. © MK De sjorringen onder het vóórdoft en de sjorring tussen het vóórdoft en het middendoft -Verminder het onder winddruk dwars scheluw trekken van de boegsectie met goed aangetrokken sjorbanden (2 meter) tussen het mastspoor en de bevestigingspunten van het vóórdoft aan de romp. -Voorkom vóór de wind varend een "kattenrug" door een sjorring tussen klampen onder het vóórdoft en het middendoft. © MK Het passtukje in de uitsnijding bij de boeg -Plaats een zelf te maken passtukje in de uitsnijding bij de boeg om te voorkomen dat de boeg bij vóór-de-windse koers water schept. Snij de vorm uit een stuk soepel plastic, buig het boven de vlam en monteer het passtukje met RVS-boutjes, ringetjes en vleugelmoertjes. -Doe hetzelfde met de uitsnijding bij de hek om te voorkomen dat de hekgolf of het door de motorplank geschepte water er bij het slepen van de bijboot binnenloopt. © MK Motorplank, roerophanging en afsluiting van de uitsnijding van de hek -Wijzig de motorsteun zodat de motor naast het roerblad gevoerd kan worden, en vervang er tegelijk het boven beschreven passtukje mee. Breng daartoe een blok van 15 x 9 x 3 cm aan onder de RVS bevestigingsplaat (de oude motorsteun heeft precies de goede dikte) en maak een nieuwe naar bakboord uitstekende motorplank die in de hartlijn 7 cm hoog is (zet daarop de roerconstructie vast) en aan het uitstekende deel aan bakboord 10 cm (waarin u een groef vreest die de bouten borgt waarmee de motor wordt vastgezet). De boven- kant van de motorplank loopt gelijk met de RVS bevestigingsplaat. Als u nu nieuwe gaten in de achter- doft boort (ca. 3 cm vóór de oude gaten), blijkt de constructie de achterste rompuitsnijding redelijk af te sluiten, terwijl de niet meer zo laag reikende motorplank bij het slepen van de bijboot geen water meer schept. Voorzie de schroef tenslotte van een beschermingsring om te voorkomen dat de schroef het roerblad raakt. -Zorg voor een lange val om het gestreken zeil na losnemen van de "halshoeksluiting" bij het roeien naast u te kunnen leggen zonder de achtknoop uit de val te halen (bij een lage brug neemt u de gehele mast met zeil en al uit het doftgat). -Maak een zeilzak voor mast, giek, gaffel en het permanent op deze rondhouten aangeslagen zeil (zak-lengte ca. 3,35 m en omtrek 50 cm). © MK Tenslotte nog een vaartip Met ruime wind zeilend in een stijve bries gaat er van alles mis. De boot dreigt de boeg onder water te zeilen, vooral als in een vlaag de soepele romp een kattenrug gaat vertonen. Hij lijkt dan te struikelen en neemt over de boeg een haast niet te stuiten stroom water in. Bovendien loopt de boot uit het roer en oefent het daarbij volledig aan kant liggende roerblad een zo groot kenterkoppel uit ten opzichte van de lengte-as dat het naar lij dreigt te kenteren. Tegelijkertijd drukt het roerblad de hek zo krachtig naar loef dat het zwaard de lijzijde van de boot verontrustend naar binnen drukt. Oplossing: 1. Verstijf de boegsectie met een sjorring in de hartlijn tussen het vóórdoft en het middendoft, sluit de uitsnijding in de boeg af met een passtukje (zie boven) en laat het landvast in de boeg-ogen zitten. 2. Vier de schoot tijdens een vlaag verder op dan dwars zodat de giek schuin naar voren wijst. Dit ver- kleint het zeiloppervlak waardoor de boeg zich niet in een golf graaft en doet het loevend koppel afnemen. En in tegenstelling tot hieuwen oefent vieren vooral een compenserend kenterkoppel uit naar loef. Vervang daartoe de schoot voor één die het mogelijk maakt de giek desnoods recht naar voren te laten wijzen. Ondanks de grote vormstabiliteit kan de boot door het lage rompgewicht in vóór-de-winds koers overigens gemakkelijk naar lij of naar loef omslaan door een te dicht getrokken of juist een teveel opgevierd grootzeil. Het lijkt dus verstandig er niet mee te gaan zeilen boven 4 Beaufort, en bij vóór- de-windse koers niet op het vlak maar op het middendoft te gaan zitten waar u sneller uw gewicht naar loef of naar lij kunt brengen. 3. Laat niet het lijzwaard maar het loefzwaard zakken. Met beide zwaarden omhoog loopt u in een vlaag overigens direct uit het roer. Een beet geschrokken? Hoeft niet, want als u deze adviezen opvolgt is het is echt een geweldige bij- boot, zeker voor wie er voornamelijk mee denkt te gaan roeien en het zeilen als een leuke extra ziet tot zo'n 4 Beaufort.
Naar boven Meer essays


# menno kater - De ideale bijboot
Advertenties