Essays

De balans-loop – Samenvatting

Home - Columns - Politiek en maatschappij - Filosofie en psychologie - Wetenschap - Cursussen - Computer - Diversen | Printversie

(nautische historie zeiltijd - historie stoomtijd - zeilcursus - motorbootcursus - evolutieleer - evolutie mens - groepsgedrag)


Naar het hoofdartikel

(met dank aan het UMC-N St. Radboud) Kinematische figuren in Parkinson-loop (links) en in balans-loop (rechts) De witte bovenlijnen geven het bekken aan. Klik in afb. voor video en data (waarna Esc = Stop en F5 = Verdergaan) Een Parkinson-patiënt heeft de keuze uit drie loop-patronen: 1. De klassieke Parkinson-loop Kwetsbare gang en een verminderde armzwaai. Korte pas door te vroeg geplaatst zwaaibeen. ▪Laag rendement, traag, snel moe, onzeker, en kans op struikelen en balans gerelateerde val. Gebogen rug en nek waardoor pijnlijke kramp van de lange rugspieren en weinig overzicht met de kans ergens tegenop te lopen.
2. De door de fysiotherapeut verbeterde Parkinson-loop Krachtiger gang, en ondanks de instructie nog steeds een verminderde armzwaai. Grotere paslengte door krachtig afwikkelen van het standbeen, maar ondanks de instructie nog altijd een te vroeg geplaatst zwaaibeen. ▪Onzekere gang door voorwaartse balans-schuld (gevolg van combinatie van toegenomen voor- waartse impuls en te vroeg geplaatst zwaaibeen), dus grote kans op struikelen en voorover vallen. ▪Slecht sporende zwaaiende gang (door combinatie van krachtige afzet en verminderde armzwaai). ▪Horizontale krachten op het wegdek waardoor meer kans op wegslippen bij gladheid. ▪Toename rendement en snelheid. De patiënt houdt dit loop-patroon niet vol en valt dan terug in de klassieke Parkinson-loop. Dat komt doordat met name Parkinson-patiënten moeite hebben met het multi-tasking karakter van de instructie die bestaat uit een losse verzameling aanwijzingen (grote passen, goed afwikkelen van het standbeen, rechtop lopen, armzwaai).
3. De balans-loop, een alternatieve compensatie-strategie Stabiele gang, een verminderde armzwaai, en een inherent stabiel bewegings-patroon. Eveneens een grotere paslengte, maar nu niet door een krachtiger afwikkeling van het standbeen, maar door het meer voorwaarts en ontspannen plaatsen van het zwaaibeen (of als de patiënt dat makkelijker vindt, door het bekken onder het bovenlichaam door naar voren te brengen). Het stand- been rolt wel af, maar passief. Ook de doorgaans sterk verminderde armzwaai wordt ongemoeid gelaten omdat de armzwaai bij het vrijwel wegvallen van de afzet aan belang inboet en omdat een actieve maar niet steeds volgehouden armzwaai een geforceerd karakter krijgt en daardoor de gang niet ondersteunt maar eerder destabiliseert. ▪Zekere gang en betere voorwaartse balans door belasting van de gehele voet in plaats van alleen van de wankele voorvoet. Daardoor is er minder kans op struikelen en voorover vallen. ▪Goed sporende gang. ▪Nauwelijks horizontale krachten op het wegdek waardoor minder kans bij gladheid uit te glijden. ▪Toename rendement en snelheid, zij het minder dan bij het vorige loop-patroon. Het bovenlichaam komt overeind als gevolg van de voorwaartse strekbeweging met het zwaaibeen (het strekken lijkt een keten van beweging en balans aan te sturen), waardoor minder rugpijn en ook veel minder snel vermoeid. Door de rechtere lichaamshouding ook meer overzicht waardoor minder kans tegen iets op te lopen of te struikelen. Geen verzameling losse instructiepunten maar single issue (naar voren strekken van het zwaaibeen, of het bekken onder het bovenlichaam door naar voren brengen) waarna zich vanzelf een inherent stabiel bewegings-patroon ontrolt. En dat met een automatische uitvoeringscontrole, want je merkt het direct als je uit dit loop-patroon raakt. Het principe heeft ook betekenis bij de voor Parkinson zo typische start- en stop-problemen. Een patiënt die is komen "vast" te staan, kan zich immers uit de verstarring bevrijden door het zwaaibeen geforceerd vooruit te strekken alsof hij ergens overheen stapt, een overdreven variant van de balans- loop. Wie anderzijds zo voorover pleegt te hangen dat hij niet meer kan stoppen, mag van de voor- waartse balansverbetering van het looppatroon enige preventie verwachten. En anders kan hij zich proberen af te stoppen door met een geforceerd geplaatst zwaaibeen de voorwaartse balans extra te versterken, maar dat vereist wellicht een intensieve oefening van het spiergeheugen. Heuvel opwaarts, met sterke tegenwind of met een zware tas zeulend heeft de balans-loop te weinig power en moet de energie noodgedwongen van de afzet komen. Dat is nu geen probleem omdat de voorwaartse balans onder deze speciale omstandigheden niet kritiek is.
Naar boven Meer essays


# menno kater - De balans-loop - Samenvatting
Advertenties