Essays

Bijdrage aan de taal-filosofie, de concept-taal coördinatie

Home - Columns - Politiek en maatschappij - Filosofie en psychologie - Wetenschap - Cursussen - Computer - Diversen | Printversie

(nautische historie zeiltijd - historie stoomtijd - zeilcursus - motorbootcursus - evolutieleer - evolutie mens - groepsgedrag)



(Blickensderfer No.5 ©Schrijf.be copywriting)


Inleiding

Binnen de filosofie worden regelmatig felle polemieken gevoerd over de relatie tussen taal en abstract
concipiëren, waarbij de discussie zich met name richt op aard en definitie van taal.
Ons denken lijkt immers door taal gedragen, en wel in zo sterke mate dat taalgrenzen vaak ook cul-
turele grenzen blijken. Zo duidt het westerse woord existentie op het bestaan van het individu, waar het
Arabisch het dichtst bij komt met een woord dat letterlijk "de adem van God" betekent waarmee het
begrip existentialisme voor een Arabier mogelijk een contradictio in terminis zou kunnen zijn.
De Oostenrijks taalfilosoof Ludwig Wittgenstein (1889 -1951) stelde echter dat taal bestaat uit uitspra-
ken die verwijzen naar configuraties van absoluut enkelvoudige elementen, zodat er over abstracte
begrippen als ethiek niets zinnigs gezegd kan worden.
Maar hoe werkt het op mentaal niveau? Is ons denken gebaseerd op taal gedragen concepten, wat
gezien Wittgenstein's opvatting weinig goeds belooft, of moeten wij daarvoor een verwerkings-niveau
dieper gaan?
En hier bood een specifieke disfunctie inzicht, ongeveer zoals de neurologie veel heeft geleerd van de
gevolgen van hersenbloedingen en operatieve ingrepen in cerebro.
Ik werd kort geleden geconfronteerd met medicinale spraakstoornissen, terug te voeren op problemen
bij de woordvinding, die de kiem droegen voor een nieuwe opvatting van de denkprocessen bij het
formuleren, de omzetting van het concept naar taal. Zo'n defect is een kans...

Elementen Onder elementen versta ik de kleinst denkbare cognitieve eenheden, opgeslagen in het werkgeheugen, die nog beschikken over zelfstandige betekenis, al dan niet voorzien van context-links, triggerpoints naar de feitelijke context-informatie. ▪Een geheugen-element kan bestaan uit een zintuigelijke, een emotionele of een intellectuele ervaring die, hoewel op zichzelf enkelvoudig, langs associatieve weg verbonden is met de context van de oor- spronkelijke ervaring want zonder deze zou het te beperkt zijn. Het is dus een enkelvoudige deel- herinnering, niet het gehele complex, en ook niet de fysiologische configuratie in de hersenen. Een geheugen-element wordt geladen door overschrijving vanuit het permanente geheugen. ▪Een taal-element dat voor zo'n geheugen-element codeert, zou kunnen bestaan uit een taalkundige eenheid in klank of beeld, en ter grootte van een lettergreep tot een zinsdeel. Door het beperkte aantal taal-elementen, in vergelijking met het enorme aantal geheugen-elementen waarover wij beschikken, kan een taal-element een geheugen-element nooit één-op-één dekken. Bovendien beschikt het, an- ders dan een geheugen-element, over een slechts beperkte hoeveelheid context-links. Het volledige pakket context-links zou het taal-element te gecompliceerd maken voor de omzetting naar taal. Taal is immers, en moet dat ook zijn, in verhouding tot denken relatief eenvoudig en gestructureerd. Een taal-element hoort tot de context van het geheugen-element en wordt (aangestuurd door dat geheugen-element) geladen door overschrijving vanuit het permanente geheugen. De taal-elementen hebben dus zo hun beperkingen, wat strookt met Wittgenstein's opvatting dat de filosofie zich door taal onvoldoende laat beschrijven.
Analyse Wij denken niet met ons permanente, door synapsen in onze hersenen vastgelegde, geheugen. Het denkproces manipuleert immers zijn dragers, en het permanente geheugen zou teveel kans lopen beschadigd te raken. Daarom worden geheugen-elementen in het werk-geheugen geladen, elementen die elk coderen voor een stukje permanent geheugen en die ten behoeve van de inprenting na eva- luatie weer naar het permanente geheugen zullen worden teruggeschreven. De meeste mensen denken desgevraagd dat taal meer structuur, snelheid en associatief vermogen in het denkproces brengt. Meer structuur klopt, maar de snelheid daalt dramatisch en het associatief vermogen ìs voor een analytische waarnemer eerder plichtmatig en voorspelbaar. De door de mensen ervaren snelheid en de grillige wendingen komen namelijk maar ten dele uit de spreker voort, en zijn vooral het product van de interactie met gesprekspartners. Denk in dit verband ook aan de soms verbazende kracht en snelheid van ons onderbewustzijn. Of denk aan intuïtie als product van een onbewust denkproces, dat hoewel niet altijd betrouwbaar, dan toch razendsnel en vaak opmerkelijk doeltreffend is. Formuleren (de omzetting naar taal) lijkt structuur en betrouwbaarheid van het denkproces te bevor- deren, maar tast blijkbaar wel de snelheid, de diepte en het associatief vermogen van het denken aan. Als iemand even niet op een woord kan komen, heeft hij soms grote moeite een passend synoniem te vinden, terwijl dezelfde proefpersoon zonder woord-uitval een hele reeks synoniemen weet af te raf- felen. Wanneer wij hem direct daarop een willekeurig ander woord aanbieden zullen de synoniemen voor dat woord ons desgevraagd weer om de oren ratelen. Het effect is dus niet psychogeen. En omdat taal-elementen tot de context van de geheugen-elementen behoren, doet dat vermoeden dat de context van het geheugen-element op dat moment even niet beschikbaar was. Er is dus iets over- schreven, gewist of tijdelijk onbereikbaar geworden... maar dat kan het geheugen-element niet zijn. Het tijdelijk onbereikbaar maken van een geheugen-element is immers niet functioneel omdat het tijdverlies bij het later weer ophalen en het onttrekken aan de associatieve beschikbaarheid niet opwegen tegen de ontlasting van het werkgeheugen. En een geheugen-element kan natuurlijk ook niet gewist of door een "leeg" taal-element overschreven zijn omdat de informatie dan definitief verloren zou gaan bij de inprenting. Uit het brein gehaalde informatie wordt ten behoeve van de inprenting immers na evaluatie naar het brein teruggeschreven, wat impliceert dat een leeg of beschadigd geheugen-element het permanente geheugen zou kunnen beschadigen. Maar wat is er dan wel overschreven zonder dat dit onaanvaardbare gevolgen had voor het geheugen?
Het image En die vraag is aanleiding voor het concept van een nieuw type elementen in het werkgeheugen, die wij tijdens het denken en formuleren kunnen manipuleren zonder de geheugen- of de taal-elementen en via hen het permanente geheugen te beschadigen. Daartoe zou ik een nieuw element willen introduceren dat ik voorlopig zal aanduiden met "image", een mentaal icoon in het werkgeheugen dat tijdens het concipiëren codeert voor een geheugen-element met inbegrip van de context-links. Een op images gebaseerd denkproces zou daarmee de kwaliteit en snelheid bezitten alsof het werd gedragen door de geheugen-elementen zelf. Wij zagen eerder dat snelheid en associatief vermogen van het denken bij het formuleren afnemen, wat voeding geeft aan het idee dat de images nu zouden coderen voor de minder bedeelde taal-elementen. Het suggereert dat de images, afhankelijk van hun taak, telkens door geheugen- of taal-elementen overschreven worden, waardoor zij voor de één of voor de ander coderen, maar niet voor beide tegelijk. Geheugen- en taal-elementen zijn stabiel. Images niet want die staan bloot aan intensieve wissel- werkingen. Toch beschadigen images het permanent geheugen niet omdat zij het bij inprenting niet "direct" overschrijven, maar alleen "indirect" via de geheugen-elementen en na evaluatie daarmee. Wel ziet het voorgestelde model er onnodig gecompliceerd uit. Deze organisatie is echter mogelijk nog een gevolg van de implementering van de evolutionair relatief recente ontwikkeling van ons taalver- mogen in een bestaand oud systeem voor informatieverwerking. Of misschien faciliteert het de snel- heid van de communicatie ten koste van het evolutionair minder belangrijke denk-vermogen, vanuit het gegeven dat taal evolutionair gezien alleen zinvol is als het snel is, en dat ons denkvermogen voor- namelijk grondig moet zijn. Voor snelle reacties hebben wij immers onze reflexen. Het taal-element is mogelijk sneller te laden doordat het minder context-links bevat en doordat het door de aanwezigheid van synoniemen minder kritisch is. De prijs die wij daarvoor betalen is dat de trans- positie naar spraak zich niet per direct laat terugdraaien omdat het taal-element nauwelijks voldoende context-links bezit voor het ophalen van het corresponderende geheugen-element dat als onderdeel van het herstelproces na de spraak naar het image teruggeschreven moet worden. Het kwaliteitsverlies dat optreedt bij transponeren naar taal wordt in het geval van schrijven gedeeltelijk gecompenseerd door tijdwinst die in het schrijven als handeling besloten ligt en die kan dienen voor ophalen, inlezen, bijpraten en evaluatie. Wordt er echter getransponeerd voor spraak, dan wordt de beschikbare tijd krap, en kunnen output en ook het denkproces zelf het stevig voor de kiezen krijgen. Een voorbeeld van het laatste is de al eerder beschreven verwarring waarin wij kunnen geraken wan- neer wij al sprekende niet op een woord kunnen komen. Tijdens de herstelfase zijn wij dan niet alleen (net als zonder woorduitval) de context-links kwijt waarmee een het taal-element nu eenmaal minder bedeeld is, maar bovendien het gehele taal-element zelf. En een leeg overschreven image keert niet gemakkelijk terug naar de oorspronkelijke ladingstoestand omdat het moeite zal hebben het correspon- derende geheugen-element te vinden dat hem ter reparatie als een soort backup moet overschrijven. Of nog erger, als wij in onze paniek een hele reeks verkeerde "synoniemen" formuleren, keren de images terug naar de verkeerde, en dus niet langer zinnig op elkaar af te stemmen, geheugen- elementen die de chaos vergroten door zich als onderdeel van het herstelproces over de images heen te schrijven. Het resultaat is verwarring... Het concept van het image-element is natuurlijk slechts een vereenvoudigd model voor de uiterst gecompliceerde cognitieve processen rond het gebruik van taal, maar het lijkt goed te voldoen als hulpmiddel bij het doorgronden van de concept-taal coördinatie en bij het begrijpen van daarbij optredende problemen.
Naar boven Meer essays


# menno kater - Bijdrage aan de taal-filosofie, de concept-taal coördinatie