Essays

Snelcursus Italiaans, werkt!

PrintversieAndere artikelen van deze auteur



Topografische kaartWijnstreken

InhoudWaarom?AlgemeenVerkeerUitspraak en zinsbouwVervoeging regelmatige werkwoordenKorte gebruikswoordenVeel gebruikte woorden en zinsdelenOmgangstaalBetalenWinkelHotel, campingBar, terrasMaaltijdVervoerTijd en getallenDiversen



Waarom?

Deze snelcursus Italiaans moet gevestigde taalkundigen een gruwel zijn. In plaats van een degelijke
basis te leggen als fundament voor een verantwoorde taalontwikkeling, vertrouw ik op het unieke taal-
gevoel dat de mens eigen is door direct te beginnen met praktische woorden en sleuteluitdrukkingen.
Een kind krijgt immers ook geen vuistdikke grammatica van zijn moeder mee. Het begint met luisteren
naar de muziek van zijn moeders stem en met herhalen van half begrepen woorden, om al proberend
de taalvaardigheid te ontwikkelen die het later als "vanzelfsprekend" zal ervaren.
En dat is nu precies de manier waarop deze snelcursus werkt, want alleen dan maak je gebruik van
het unieke taalgevoel waarmee de evolutie ons heeft toegerust.
Voordeel van deze methode is dat het allemaal veel sneller gaat en het leerproces niet als belastend
wordt ervaren omdat de basale kennis kan worden opgebouwd in een periode die de spanningsboog
van de beginners-flow niet overschrijdt. De ervaring leert dat het inprenten van de stof de meesten van
ons slechts een week aan avonduren kost  (als voorbeeld dienende woorden die niet worden opge-
voerd in clusters kan je negeren), en dat je dan voldoende bent toegerust om je vanaf je eerste stap-
pen op Italiaanse bodem staande te houden om daarna in de praktijk te leren er echt Italiaans van
te maken. En dat laatste blijkt ontstellend snel te gaan, veel sneller dan met klassieke leermethoden
die door hun systematiek remmend werken op ons aangeboren taalgevoel. Luister vooral naar de
muziek van de taal en durf die te imiteren. Stem ook al tijdens het leren af op een Italiaanse praat-
radiozender en oefen de woorden en zinnetjes hardop.

Na een paar algemene opmerkingen over het land en de gewoonten zullen wij beginnen met een
minimale grammatica en een selectie van de meest voorkomende woorden en uitdrukkingen, nood-
gedwongen verstoken van sociale vaardigheden en van een ontstellende houterigheid (in de trant van
"mag ik vragen, waar bakkerij?"). Je hebt echter niets te vrezen, want Italianen zijn doorgaans al zo
opgetogen dat je het alleen al probeert, dat zij je de verkrachting van hun taal graag vergeven. En
sociale controle van kritisch meeluisterende en besmuikt om je lachende  landgenoten heb je al hele-
maal niet te vrezen. Die zijn veel te blij met je hulp.
Je verblijf in Italië, samen met een klein zakwoordenboekje en een flinke portie lef, doet de rest. Voor-
waarde is wel dat je niets uit de weg gaat en dat je je overal uitsluitend van je steenkool-Italiaans be-
dient.
Trouwens, je zult wel moeten, want hun Engels zal doorgaans niet beter blijken dan jouw Italiaans...



Algemeen

Italië is een uitgesproken macho-land. Probeer dus zelfverzekerd op te treden en stevig te spreken
(vooral aan het begin van de zin). Wie zich in een winkel passief opstelt komt niet aan de beurt.
De siësta duurt van 13.00 tot 15.30 uur. Winkels zijn tijdens de siësta dicht, ook supermarkten, kerken
en musea. Bars en restaurants blijven open, dus ga net als de Italianen tijdens de siësta warm eten
(eenvoudig, zie hfdst. "Maaltijd").
Winkelsluitingstijd 19.30 (verschilt per streek).
Fooi in bar of restaurant als bij ons (5-10%).



Verkeer

Zo vriendelijk als Italianen zijn in de dagelijkse omgang, zo onbeschoft kunnen zij zijn op de weg. Ita-
liaanse mannen chaufferen vaak uitgesproken bravourig en ongeduldig. Er wordt niet geweven of
ruimte gegeven, nee, ruimte zul je echt zelf moeten forceren. En als je even aan de kant staat om je
te oriënteren maak je een goede kans dat zij toeterend en met opgeheven handen achter je blijven
staan, ook al rij je nog zo diep en met je knipperlichten aan de berm in. Of men raast intimiderend
toeterend vlak langs je buitenspiegel.
Niets van aantrekken en gewoon het spel meespelen door zelf ook wat swingender te gaan rijden.
Dus op een B-weg bij nadering van een kruising waar je even rustig de borden wilt lezen, gewoon de
berm in of desnoods zelfs op de verdrijfstrepen gaan staan. En niet schromen een U-turn te maken of
een eindje achteruit te rijden om een bord beter te kunnen zien. Neem daarbij geen risico's maar neem
het allemaal ook wat minder serieus dan je gewend bent. En maak je vooral nergens kwaad over, maar
zie het als een spel, zij het een serieus spel. Dat doen zij namelijk ook.
Er is overigens nauwelijks snelheidscontrole.
_________________________

Afritten en splitsingen op de snelweg:

  Borden boven de weg:
                     A   B               A   B

                     ▼   └►             ◄┘   └►

  Tekens op het wegdek:
                     ▲   ┌►             ◄┐   ┌►
                     │   │               │   │

                     A   B               A   B

                                             Afrit:                              Splitsing:
                               Je kunt voor rechtdoor      Je moet voorsorteren.
                                op de rechter rijbaan
                                blijven. Voor rechtsaf
                                   komt een afslag.
                                (anders dan bij ons)

Er zijn veel kruisingen waarbij je links afslaand twee stromen verkeer kruist, gescheiden door een
verkeerseilandje. De eerste (rechtdoorgaande) stroom moet dan vaak voorrang geven (haaientanden
of een stopstreep op het wegdek). De tweede stroom echter (die rechts van het eilandje rijdt en
rechtsaf slaat) heeft dan geheel onverwacht weer wel voorrang (geen stopstreep).

                                E
                             │  │     │
                     ────────┘  │   ▲ └──────────
                                │   └──────────── C
                                │   ▲   ▄▄▄▄▄▄▄▄▄ eiland
                                │   │  │◄──────── B
          middenlijn - - - - -  │   │   - - - - - middenlijn
                    A ────────│─│───┘
              eiland ▄▄▄▄▄▄▄▄▄  │
                    D ─────────►└─►
                     ────────────────────────────

                            "|" = stopstreep/haaientanden
                            A en B rijden op een wegdeel afgesloten met een stopstreep.
                            A slaat linksaf, moet E voorrang verlenen, heeft voorrang
                            op B, en moet daarna C voorrang geven (dit is echt heel
                            onverwacht, en zal je regelmatig doen schrikken).
                            Voor E geldt iets soortgelijks: Hij heeft voorrang op A,
                            maar moet zelf D voorrang verlenen.
_________________________

De bewegwijzering is buitengewoon slecht. Vaak wordt een plaatsnaam een kruising verder niet her-
haald, of vervangen door een kleinere plaats.
In algemeen is het verstandig niet beslist een bepaalde mooie route te willen rijden. Die zijn er wel-
iswaar in overvloed, maar je vindt ze niet. Volsta ermee van stad naar stad te rijden en de route voor
lief te nemen. Waarschijnlijk is die ook prachtig.
Een moeilijk te vinden plek bezoeken gaat dan ook vaak het beste door naar een nabijgelegen en
goed traceerbare plaats te rijden, en van daaruit binnendoor te gaan zoeken.

Schrijf de straatnaam op waar de auto staat of de naam van het parkeerterrein, en bepaal met het
kompas of aan de hand van de zon de richting van de parkeerplaats tov de binnenstad. In een stad je
weg zoeken aan de hand van een kompas gaat vaak beter dan voortdurend met je neus in een kaart of
in een toeristische gids. Je ziet bovendien meer.
Vraag als je het centrum zoekt naar het "centro storico" of naar een bekende kerk.

De kans om een (middel)grote stad uit te rijden en daarbij ongewild op een snelweg terecht te komen
is groot. En een Italiaanse snelweg kan je niet verlaten en weer oprijden om terug te keren. Ook in de
stad zelf is de fout vaak al niet meer te corrigeren doordat veel wegen éénrichtingsverkeer hebben.
Men kan daarom beter bewust een snelweg in ongeveer de juiste richting oprijden (dat lukt meestal
nog wel), die bij de eerste afslag verlaten, en dan binnendoor verder je weg zoeken. Veel geduld is
onontbeerlijk, en ruim plannen ook (vooral als je een nog hotel moet zoeken).
Bij het verlaten van een klein dorp ontbreekt de bewegwijzering vaak volledig en bewijst een kompas
of oriëntatie op de zon goede diensten.

Een dagtocht naar een grote stad als Florence of Venetië geeft gauw problemen. Goede kans dat je
uiteindelijk terecht komt op een parkeerplaats aan de rand van de stad, buiten loopafstand van het
centrum en dat die parkeerplaats aan het eind van de dag onvindbaar blijkt.
Bovendien ben je soms verplicht de autosleutels bij een rondlopende beambte achter te laten voor
"kleine improvisaties". Blijkt daar heel gewoon, hoewel je verzekering vermoedelijk niet gaat uitkeren.
Een betere strategie is te parkeren in een nabij liggend stadje met een goede treinverbinding met de
te bezoeken stad. Geen tijdrovend zoeken, geen stress, en je staat eenmaal uit de trein meteen in het
centrum. Wel tevoren even kijken of de laatste trein terug ook daadwerkelijk in je gehucht zal gaan
stoppen!
Een parkeergarage werkt overigens net als bij ons (kaart trekken, doorrijden, en vóór verlaten eerst
aan het loket betalen).
_________________________

Paswegen en tunnels:
Een tunnel geeft men vaak aan met een blauw bord met E-nummer over de volle breedte van de weg.
Men wil je immers graag voor de tunnel laten betalen. Wie echter de vaak schitterende pas wil nemen
moet op een relatief klein wit bord letten met de tekst "Col" of "Pass". De pas splitst zich naar rechts af,
reden waarom het verstandig is tijdig rechts voor te sorteren.
_________________________

Tolwegen:
Bij voorkeur betalen met een creditcard.

alt stazione!  ->  Nadering loketten tolweg (ook blauwe pijlen over de volle breedte van het wegdek).
telecarte        ->  Een speciaal systeem terminals voor de tolweg, dus daar niet gaan staan.
biglietto         ->  Die moet je hebben (en dan zo mogelijk één met een bord met creditcard-vignetten).

Direct betalen met geld of creditcard, of biljet trekken en doorrijden.
In het laatste geval betalen bij verlaten van de snelweg (eerst biljet invoeren, en daarna betalen met
geld (je krijgt wisselgeld) of met de creditcard (die in zelfde spleet gaat als het biljet).
_________________________

carta (geografica / topografica)  [djeo-]  di citta  [tsjittà], di villagio, di borgo, di territorio
   (= kaart van stad, dorp, groot dorp of voorstad, gebied)
Opm: neem voor een kaart om in de omgeving te rijden een schaal van 1:150.000



Uitspraak en zinsbouw

De klemtoon ligt op de onderstreepte klinker.

Meeste klinkers (vooral op einde van woord zijn stom (à, è, ì), behalve bij "en" (é), "of" (ó) etc.
  vb. [benò], [parlò], [parlà], [vendè]

Alle klinkers uitspreken, zij het vaak met een "j" ervoor
  vb. grazie [graazi-jè], vorrei [woreejè], piacere [pjatsjèrè]

Klemtoon meestal op voorlaatste klinker
  vb. [pizzeria]

ce en ci (of cc)          ->  "tsj" (ciao, cento)
ca, co en cu (of cc)   ->  speek uit als "k" (cappuccino, succo)
ch                              ->  "k" (chè)
qu                              ->  kw (questo)
ge of gi (of gg)          ->  dzj (villagio, gelatti)
ga, go en gu (of gg)  ->  als Griekse gamma (grazie)
gn                              ->  "nj"
z of zz                        ->  "dz" (geen "dzj") (negozio)
_________________________

Zinsbouw

  Tijd of plaatsbepaling (zoals: wanneer, vandaag, waar, hier)
     |
  Onderwerp
     |
  Hulpwerkwoord
     |
  Werkwoord
     |
  Lijdend voorwerp
     |
  Bijwoordelijke bepaling/bijwoord/plaats of tijd
    (zoals: in, naar, met/kapot/hier, vandaag)

Vb. Vandaag de man gaat rijden zijn oude fiets gerepareerde naar huis
Eenvoudige en veelgebruikte bijv.nw. komt vóór het zelfst.nw., de andere er achter.
Een vragende zin is als stellende zin, maar dan op vragende toon uitgesproken.
_________________________

Begin om tijd te winnen, en om de toehoorder aan je stem en uitspraak te laten wennen, met zoiets als
"posso domandare" (mag ik vragen?):
Dus: posso domandare dove il centro storico (mag ik vragen waar het historisch centrum?).
Houterig, maar zij verstaan het. Je zult overigens al doende merken dat je vanzelf meer verbuigingen
en vullende tussenwoordjes, en ook een betere woordvolgorde gaat gebruiken.
Luister vooral ook goed naar de "muziek" van de taal. Aanvankelijk verstaat men je niet omdat het
Italiaans nog een Hollandse melodie heeft. Het gaat stukken beter als je er die speciale zangerige
melodie in weet te leggen. Dus geen CD in de autoradio, maar stem af op een Italiaanse zender.
_________________________

Meest gebruikte sleutelwoorden (zie verder)
  posso - kan ik, mag ik
  dove - waar
  questo - deze
  quanto - hoeveel
_________________________

Zelfstandig naamwoord
 -o is mannelijk, wordt in meervoud -i  (castello  ->  castelli)
 -a is vrouwelijk, wordt in meervoud -e  (piazza  ->  piazze)
 -e in enkelvoud kan mannelijk of vrouwelijk zijn, wordt in meervoud -i  (una torre  ->  due torri)
Bijv.nw. volgt in vervoeging het zelfst.nw. (buona notte)



Vervoeging regelmatige werkwoorden

 -are  ->  parlarè     -  praten                       -ere  ->  vendérè     -  verkopen
               parlò        -  ik praat                                   vendò        -  ik verkoop
               parlì         -  jij praat                                    vendì         -  jij verkoopt
               parlà        -  hij/zij praat                              vendè        -  hij/zij verkoopt
               parliámò  -  wij praten                                vendiámò  -  wij verkopen
               parlátè     -  jullie praten                             vendétè     -  jullie verkopen
               parlánò    -  zij praten                                 vendónò    -  zij verkopen
               parlà        -  u praat                                    vendè        -  u verkoopt
               parlátò     -  gepraat                                   vendútò     -  verkocht

Vervoeging "hebben" en "zijn":

               avere       -  hebben, krijgen                      essere       -  zijn
               ho [ò]       -  ik heb                                     sono          -  ik ben
               hai [àjì]    -  jij hebt                                     sei [sèjì]     -  jij bent
               ha [à]       -  hij/zij heeft                              è                -  hij/zij is
               abbiamo  -  wij hebben                              siamo        -  wij zijn
               avete       -  jullie hebben                           siete          -  jullie zijn
               hanno      -  zij hebben                               sono         -  zij zijn
               ha [à]       -  u heeft                                    è                -  u bent
               avuto       -  gehad                                     stata          -  geweest

 Opm: è = er is, er zijn, hij is, het is, u bent
           é = en
           è chi = is er, is hier, is daar?
           hà = er heeft, er hebben, hij heeft, het heeft, u heeft
           "h" van ho en ha niet uitspreken
           sò = ik weet

 De persoonlijke voornaamswoorden "ik", "wij" en "u" worden in het Italiaans weggelaten.Zij liggen
 besloten in de vervoeging van het werkwoord. Men gebruikt wel lidwoorden en bezittelijke voor-
 naamwoorden.
 De "jij"-vorm wordt alléén tegen een kind of tegen een heel goede vriend gebruikt.
 Bijzondere werkwoordvorm: parcheggio a pagiamento"  -  betaalde parkeerplaats.



Korte gebruikswoorden

il / la  [ìl / là]  -  de / het
un / una  [oen / oena]  -  een

é  -  en
ó  -  of
á  -  naar, aan, tot
in  -  in, naar
su  -  op
con  -  met
senza  -  zonder
di  -  van
   del  -  di il
   della  -  di la
da  -  om te, vanaf, sinds, naar iemand
per  -  voor iemand, gedurende, langs, opdat, volgens, als
come  -  hoe, als, zoals
dove  -  waar
quando  -  wanneer
quanto  -  hoeveel
ma  -  maar
gia  [dzjà]  -  reeds  (denk aan het Franse dejà)
perchè  [perkè]  -  omdat
perché  -  waarom

chi  [kí]  -  wie
che  [kè]  -  wat, welke

ci  [tsjí]  -  er, hier, daar, erheen, hierheen, daarheen
qui  [kwí]  -  hier
la  -  daar
questo  (qui)  -  dit  (hier)
   questa cosa  -  dit ding
quello  (la)  -  dat  (daar)
   quello cosa  -  dat ding

qualcosa  -  iets
qualcuno  -  iemand
cosa  -  ding
   che cosè?  -  wat is dit?
   come chiama questa cosa?  -  hoe noemt u dit?

davanti / dietro  -  voor / achter
(á)  sinistra / destra / dritto / indietro - (naar)  links / rechts / rechtdoor / terug
alto / basso  -  boven of hoog / onder of laag

avanti!  -  vooruit!
presto  -  haastig!, vroeg, gauw
pronto  -  klaar
_________________________

iò  [iejò]  -  ik
     á mè / per mè  -  naar / door mij
tu  -  jij   (alléén bij kind of heel goede vriend)
     á tè / per tè  -  naar / door jou
lui / lei  -  hij / zij
     á lui / per lui  -  naar / door hem
     á lei / per lei  -  naar / door haar
noi  [noojì]  -  wij
     á noi / per noi  -  naar / door ons
voi  [voojì]  -  jullie, u meervoud
     á voi / per voi  -  naar / door jullie, u
lei  [lèjì]  -  u enkelvoud
     á lei / per lei  -  naar / door u
_________________________

miò  -  mijn
tuò  -  jouw  (alléén bij kind of heel goede vriend)
suò  -  zijn, haar
nostrò  -  onze
vostrò  -  jullie
suò  -  uw
_________________________

mi - mij, aan mij, voor mij
   mi scusi  -  neem mij niet kwalijk
   mi chiamo  -  ik heet
   mi sono perso  -  ik ben verdwaald
   mi potrebbe alutare  -  kunt u mij helpen
_________________________

buono / bene  -  goed  (bn / bijw)
tutto bene, molto bene  -  heel goed  (dus molto werkt versterkend)
cosi cosi  -  matig
moderato  -  matig, billijk
malo  -  slecht
grande  -  groot
piccolo  -  klein
(troppo)  molto  -  (te)  veel
(troppo)  poco  -  (te)  weinig
   un poco piu  -  een beetje meer
   un poco zucchero  -  een beetje suiker
   un poco caro  -  een beetje duur
piu  -  meer
meno  -  minder
basta cosi  -  dat is genoeg  (letterlijk: genoeg zo)



Veel gebruikte woorden en zinsdelen

avere  -  hebben, krijgen
vedere  -  zien
domandare  -  vragen
telefonare  -  bellen
prenotare  -  reserveren
ordinare  -  bestellen
comprare  -  kopen
affitare  -  huren
cominciare  -  beginnen
arivare  -  aankomen
partire  -  vertrekken
mangiare  -  eten
bevere  -  drinken

Onregelmatige werkwoorden:
   potere  -  mogen, kunnen
   volere  -  willen
   dovere  -  moeten

   posso / possiamo  -  kan, mag ik / wij...? (voorkeur boven vorrei)
   vorrei  [woreejì]  -  ik wil graag
   devo / deviamo...? - moet ik / moeten wij...?
_________________________

negozio  [negodjio]  -  kleine winkel
magazzino  -  grote winkel
grande magazzino  -  warenhuis
supermercato  -  supermarkt
alimentari  -  kruidenier
panetteria  -  broodbakker
pasticciere  -  banketbakker
negozio di frutta é verdura  -  groentenwinkel
macelleria  [matsjeleria]  -  slagerij
gelateria  -  ijssalon
un ristorante  -  restaurant  (ook voor alléén een kopje koffie)
trattoria  -  restaurant  (alléén om te eten)
tabacchi(o)  -  sigarenhandel, ook voor postzegels (francobolli)

san of santo / santa - heilige (man / vrouw)
chiésa  [kiésa] (di)  -  kerk
convento (di)  -  klooster
duomo  [doe-omo]  -  grote kerk (dom)
castello  -  kasteel
una torre  -  toren
palzzo  -  groot gebouw, paleis
piazza  -  plein
museo  -  museum
internet point  -  internetcafé
via / vicolo / strada / autostrada / sentiero  -  straat / steeg / weg / snelweg / voetpad

gabinetto  -  toilet
gabinetto è chiuso, posso chiave?  -  toilet is gesloten, mag ik sleutel?

spiaggia  [spiadzja]  -  strand
bosco  -  bos
un monte  -  berg
un colle  -  heuvel

banca  -  geldbank
hotel economico  -  goedkoop hotel
ufficio turistico  -  V.V.V.
banco informationi  -  informatiebali

servizio / distributore di benzina  -  benzinestation
garage  -  garage
garage con meccanico  -  garage met monteur

posto di polizia  -  politiebureau
carabiniere  -  politieagent
ho [ò] lasciato  -  hier laten staan
perso  -  kwijt, verloren  (is geen voltooid deelwoord)
rubato  -  gestolen
trovato  -  gevonden
innocente  -  onschuldig
posso telefonare consolato olandese  -  ik wil het nederlands consulaat bellen
olandese / ollanda  -  Hollander of hollands / Nederland
è problema?  -  is er een probleem?
mi scusi; non veduto perchè mi sono perso  -   neem mij niet kwalijk; niet gezien omdat ik verdwaald
                                                                            ben (bij aanhouding voor een verkeersovertreding)
mi potrebbe alutare?  -  kunt u mij helpen?
soccorso  -  hulp

malato / allergico  -  ziek / allergisch
medicine per (la ...  / malattia del ...)  -  medicijnen voor ... (naam ziekte)
medico  -  arts
farmacia  -  apotheek / drogist
ambulanza  -  ambulance



Omgangstaal

si / no / non / niente  -  ja / nee / niet / niets
ciao  [tsjaò]  -  hallo
(buon)giorno  [boeon dzjorno]  -  tot 13.00 uur
(buona) sera  -  goedenmiddag, goedenavond
(buona) notte  -  goedenacht, welterusten
come sta?  -  hoe maakt u het?
   antwoord: benè / benissimò, é lei  -  goed / uitstekend, en met u
   antwoord: si, benè
va benè? / comme và? - hoe gaat het? / gaat het goed?  (beide zijn familiair)
piacera  [pjàtsjèrà]  -  aangenaam kennis te maken
   antwoord: piacera  -  insgelijks
estato un piacere  -  aangenaam kennis gemaakt te hebben
estato beno / benissimo  -  het was goed / uitstekend
estato bello / bellissimo  -  het was mooi of leuk / fantastisch
(arrive)derci  -  tot ziens (liever giorno als je hem nooit meer zult zien)
á domani  -  tot morgen
buon appetito  -  smakelijk eten
saluto  -  proost
_________________________

signore / signora / signorina  (alléén bij jong meisje)
cameriere /-a  -  ober / serveerster!
per favore  -  alstublieft  (bij eigen verzoek)
prego  -  graag gedaan  (als antwoord op "dank u")
              alstublieft in betekenis "ga uw gang"
              zegt u het maar (gezegd door bv een ober of serveerster)
              ipv "per favore"
ecco  -  alstublieft  (bij aangeven)
(molto) grazie  [gràzi-jè]  -  dank u  (zeer)
scusi / mi scusi  -  pardon / neem mij niet kwalijk
permesso  -  toestemming, mag ik er even langs?
mi chiamo  -  ik heet
_________________________

posso domandare  (qualcosa, un questione)?  -  mag ik (iets, een vraag) vragen?
non parlo italiano  -  ik spreek geen italiaans
parla inglese?  -  spreekt u Engels?
è ci  [tsji]  qualcuno  [kwal]  che  [kè]  parla inglese?  -  is er iemand die engels spreekt?
vorrei parlare qualcuno che parla inglese  -  ik wil graag spreken met...
in anglese?  -  zou het in het Engels mogen?
(non) capito  -  ik begrijp u / het (niet) / begrepen?
me  [mè]  lo  [lò]  scriva per favore?  -  kunt u het voor mij opschrijven?
dove sono / siamo?  -  waar ben ik? / waar zijn we?
che strada / direzione / senso a...?  -  welke straat / richting / richting naar...?
questa strada a  -  is dit de weg naar
che distanza?  -  welke afstand?
centro  [tsj]  storico / commerciale  -  historisch / winkelcentrum
  Opm: Het centrum wordt op de verkeersborden aangegeven met een punt waaromheen drie cirkels,
            zwart op witte achtergrond.
            Het centro storico staat vaak op een bruin pijlbordje.
zona monumentale  -  gebied met de monumenten



Betalen

vorrei / posso pagare  -  ik wil graag/mag ik betalen  (laatste heeft voorkeur)
il conto, per favore  -  mag ik de rekening
a carta di credito / carta bancomat  -  met creditkaart / betaalpas
a contanti  -  contant
quietenza  -  kwitantie
bancomat  -  betaalautomaat
esequi / affirmare  -  accoord / bevestigen  (bij geldautomaat)
un biglietto (cumulativo) per  -  een (combinatie)kaartje naar / voor
posso ritorno il resto di moneta?  -  mag ik het wisselgeld terug?
(diece) ritorno  -  10 Euro terug  (bij geven van fooi),
   of nieuw bedrag inclusief fooi op de bon noteren en laten zien,
   of iets meer geven, en: è bene cosi  -  is goed zo
                                         è OK
uno momento  -  één ogenblik  (bij zoeken van fooigeld)



Winkel

vende...?  -  verkoopt u...?
ha...?  -  heeft u...?
quanto costa / quante?  -  hoeveel kost dat / hoeveel is het?
                                           (laatste heeft voorkeur)
caro  -  duur
moderato  -  billijk, matig
economico  -  goedkoop

(quatro / mezzo)  litro  -  (kwart / halve)  liter
etto / due etti  /  uno é mezzo etti  -  één / twee / anderhalve ons (100 gram)
chilo  -  kilogram
una parte / un quatro di pizza  -  een stukje / kwart pizza

pane bianco / integrale  -  wit / volkoren brood
latta  (intero / scremato)  -  melk  (vol / halfvol)
formaggio  (giovane / stagionato / vacchio)  -  kaas  (jong / belegen / oud)
prosciuto  (cotto)  -  ham  (gekookt)

gusto  -  smaak
dulce  -  zoet
salato  -  hartig
sale  -  zout
amaro  -  bitter
agro  -  zuur
aglio  [aljò]  -  knoflook



Hotel, camping

posso una camera per due persone per una note (noti)?  -  mag ik een kamer voor twee personen voor
                                                                                                één nacht (nachten)?
bambino/bambina  -  kind
dieci anni  -  10 jaar oud
bungalow
casa  -  huis
quando colazione  -  wanneer ontbijt
posso mangare stasera  -  kan ik vanavond eten

tenda / carovana / camper  -  tent / caravan / camper
sito per  -  plek voor
doccia  -  douche
acqua dolce / salsa  -  zoet / zout water
piscina  -  zwembad



Bar, terras

bar con terrazza  -  kroeg met terras
ombra  -  schaduw
sole  -  zon
è libero questo tavolo / posto?  -  is deze tafel / plaats vrij?
accomodati  -  neemt u plaats  (zegt personeel als je iets bestelt aan de bar)
portare  -  brengen  (in verschillende verbuigingen in zelfde situatie)
non so ancora  -  ik weet het nog niet  (bij bestuderen van een menu)
pronto  -  klaar  (als je de vorige zin hebt gebruikt)
prima tu / lui / lei  -  eerst jij / hij / zij of u   (jij alléén bij kind of zeer goede vriend)
primo / prima  -  eerste / eerst  (bn / bijw)
un bicchiere di  [bikière]  -  glas...  (denk aan het nederlandse "beker")
una tassa di  -  kopje...
una caraffa di  -  karaf...
una bottiglia di  [bottilja]  -  fles...
un acqua minerale
con gas / frizzante / naturale  -  met prik / mousserend / zonder prik
un vino rosso / rosato / bianco mezzo secco  -  wijn rood / rosé / wit half droog
una birra  (analcoholica, non-alcoholoca)  -  bier  (alcohol-vrij)
una bibita  -  frisdrank
un succo di frutta  -  vruchtensap
un coca cola
un tè  -  thee
un cavè of espresso / cappuccino
   "due cavè / cavè é cappuccino, uno é uno"
   "ancora due" / "ancora uno é uno"
(piu / duplo / molto)  zucchero  (normale)  -  (meer / dubbel / veel)  (gewone) suiker
   ancora zucchero  -  nog wat suiker  (bij bestellen)
dolci  -  gebak
(non)  panna montata  -  (geen)  slagroom
tosto con formagio  -  kaastosti
pane / panino / filone di pane - brood / broodje / stokbrood
caldo  -  warm
freddo  -  koud
salviett a  -  servet
è tutto  -  dat is alles  (na bestellen in restaurant of in winkel)



Maaltijd

 1. Antipasta  -  voorgerecht: crostini en bruschette (geroosterd broodje met beleg), prosciuto (ham),
                         en insalata
 2. Primo  (piattro)  -  middengerecht: soep, lasagna, spagetti  (kleine porsies)
 3. Secondo  (piattro)  -  hoofdgerecht
 4. Dolci  -  nagerecht: gebak, ijs  (vraag naar "carta di dolci")

 Bevanda  -  drank: wijn, mineraalwater
 Contorno of verdura  -  groente: fagioli (bonen), spinacci (spinazie),
                                       patat (aardappelen), insalate
                                       Opm: moet apart besteld; zit niet bij het hoofdgerecht
 Opm: Bovenstaande is een volledig diner, en is veel te veel voor ons, zeker als je evenals de Italianen
           tijdens de siësta warm eet (is aan te raden omdat toch alles dicht is).
           Bestel daarom eventueel alléén een primo of een secondo, vaak met een antpasta of een dolci
           (nagerecht), en een espresso of cappuccino. Als de één een antipasta en een secondo heeft, en
           de ander een primo en een secondo, vraag dan of zij de antipasta en de primo tegelijk serveren.
           In Italië wordt de spagetti zonder lepel geserveerd, dus vragen:  cuchiaio [koekjajo] - lepel
           Een restaurant serveert, anders dan een bar, geen glas wijn, maar alléén een karaf van
           minimaal een kwart liter. Die is echter niet duur.
           Mineraalwater gaat in een vrij grote fles, maar ook dat is niet duur, en is bovendien lekker in
           combinatie met de wijn. Italië is voor ons beslist een voordelig land.
           Wil je een grote pizza als hoofdgerecht, dan moet je naar een pizzeria
           (een pizzeria heeft als kenmerk dat op de buitenhangende kaart staan geen primi, secondi etc.
           staan, terwijl op die van een gewoon restaurant juist weer geen pizza’s staan).
           Je zou er ook mee kunnen volstaan met een kwartpunt pizza uit de hand te eten. Die worden in
           kleine pizzeria's met een enigszins open gevel naar de straat toe verkocht.
           Als je 's middags warm hebt gegeten, kun je 's avonds met brood volstaan.
           Als je 's morgens geen vers brood kunt krijgen kun je crackers en kaas in huis hebben want het
           Italiaanse brood is een tikje zoutarm en is ook niet een nacht over te houden.
           Opm: De groente wordt pas geserveerd als je de hoofdmaaltijd bijna op hebt.
                     Zo komt ook de koffie pas na het toetje.
                     Maaltijd, dulci en koffie worden dan ook alle apart besteld.

 ristorante  -  restaurant  (ook voor alléén een kopje koffie)
 bar  -  kroeg met espresso en cappuccino
           soms op raam of gevel: dolci of primi piatti



Vervoer

bicicletta  -  fiets
automobile  [a-oto]  -  auto
autobus  [a-otobuus]  -  bus
tram  -  tram
treno  -  trein
barca  -  boot

soccorso stradale  -  wegenwacht
benzina senza piombo, numero d'ottano 95 (nove cinque)  (ook wel "SP")  -  Euro 95 loodvrij
pleno  -  vol
olio [oljo]  -  olie
panne  -  pech, bv. met de auto
rotto  -  kapot, defect
riparare  -  repareren
(posso)  parcheggiare  [parkedzjare]  (qui)?  -  (mag ik hier)  parkeren?
dove posso parcheggiare?  -  waar mag ik parkeren?
per quanto tempo / quanto costa  -  hoe lang / wat kost het
completo / libero  -  vol / vrij  (bij parkeerplaats)

stazione  -  station  (trein, metro)
fermata  -  halte  (tram, bus)
ultimo treno  -  laatste trein
prossimo treno  -  volgende trein
primo treno  -  eerste trein



Tijd en getallen

che ora  -  hoe laat
arivo  -  aankomst
partenza  -  vertrek

tempo  -  tijd, duur
a stesso tempo  -  tegelijkertijd
ora  -  nu, uur
ora ó piu tardi  -  nu of later
prima  -  vroeger
che ora?  -  hoe laat?
che giorno?  -  welke dag?

le due meno un quarto  (dus niet quattro)  -  13.45
le due                                                          -  14.00
le due e un quatro                                      -  14.15
le due e mezza                                          -  14.30

domani  -  morgen
oggi  [òdzji]  -  vandaag
ieri  [jerí]  -  gisteren
(questa) mattina  -  (van)ochtend
(questo) pomeriggo  -  (van)middag
stasera  -  vanavond  (komt van questa sera)
stanotte  -  vanacht

lunedi / martedi / mercoledi / giovedi / venerdi / sabato / domenica  -  maandag t/m zondag

zero / uno / due / tre  [trè] / quattro / cinque / sei / sette / otto / nove / dieci  [diétsjí]  -  0 t/m 10
undieci / duodici / tredici / quattordici / quindici / sedici / diciassette / diciotto / dicinnove - 11 t/m 19
(fout, maar wellicht begrepen  -  dieci(é)uno  t/m  dieci(é)nove)
venti / ventiuno of ventuno / ventdue / ventré etc.  -  20, 21 etc.
trenta / quaranta / cinquanta  [tsjin] / sessanta / settanta /ottanta / novanta  -  30 t/m 90
cento  [tjento] / mille  -  100 / 1000



Diversen

aperto  -  open
chiuso  -  dicht
   tutto giorno / tutti giorni / sempre?  -  de hele dag / alle dagen / altijd?
entrata, ingresso  -  ingang
   non entrare  -  geen toegang
uscita  -  uitgang

permesso  (fotografare senza flash?)  -  toegestaan  (fotograferen zonder flitslicht)
vietato  [vi-étato]  -  verboden  (fotografare é filmare)

nuovo  -  nieuw

peccato  -  jammer
aluto!  -  help!
al ladro!  -  houd de dief!
attentione!  -  pas op, let op!
tranquillo!  -  rustig!
intendo bene  -  goed bedoeld


Naar boven
Meer essays



mennokater - Snelcursus Italiaans, werkt!