Essays

Snelcursus Italiaans, werkt!

Home - Columns - Politiek en maatschappij - Filosofie en psychologie - Wetenschap - Cursussen - Computer - Diversen | Printversie

(nautische historie zeiltijd - historie stoomtijd - zeilcursus - motorbootcursus - evolutieleer - evolutie mens - groepsgedrag)



(Source Wikimedia Commons - Verantwoording/Acknowledgement)

Klik in de afbeelding voor een hogere resolutie (1759 x 2167 px),
of klik hier voor een wijnstreken-kaart,
of klik hier voor een heldere hoge resolutie satelietfoto (25-03-2003, 4800 x 6000 px),
of klik hier voor een interactieve wegen- of satelietkaart van Google Maps  (april 2009).

InhoudWaarom?AlgemeenVerkeerUitspraak en zinsbouwVervoeging werkwoordenKorte gebruikswoordenVeel gebruikte woorden en zinsdelenOmgangstaalBetalenWinkelHotel, campingBar, terrasMaaltijdVervoerTijd en getallenDiversen



Waarom? Deze snelcursus Italiaans moet gevestigde taalkundigen een gruwel zijn. In plaats van een degelijke basis te leggen als fundament voor een verantwoorde taalontwikkeling, vertrouw ik op het unieke taal- gevoel dat de mens eigen is door direct te beginnen met praktische woorden en sleuteluitdrukkingen. Een kind krijgt immers ook geen vuistdikke grammatica van zijn moeder mee. Het begint met luisteren naar de muziek van zijn moeders stem en met herhalen van half begrepen woorden, om al proberend de taalvaardigheid te ontwikkelen die het later als "vanzelfsprekend" zal ervaren. En dat is nu precies de manier waarop deze snelcursus werkt, want alleen dan maak je gebruik van het unieke taalgevoel waarmee de evolutie ons heeft toegerust. Voordeel van deze methode is dat het allemaal veel sneller gaat en het leerproces niet als belastend wordt ervaren omdat de basale kennis kan worden opgebouwd in een periode die de spanningsboog van de beginners-flow niet overschrijdt. De ervaring leert dat het inprenten van de stof de meesten van ons slechts een week aan avonduren kost (als voorbeeld dienende woorden die niet worden opge- voerd in clusters kan je negeren), en dat je dan voldoende bent toegerust om je vanaf je eerste stap- pen op Italiaanse bodem staande te houden om daarna in de praktijk te leren er echt Italiaans van te maken. En dat laatste blijkt ontstellend snel te gaan, veel sneller dan met klassieke leermethoden die door hun systematiek remmend werken op ons aangeboren taalgevoel. Luister vooral naar de muziek van de taal en durf die te imiteren. Stem ook al tijdens het leren af op een Italiaanse praat- radiozender en oefen de woorden en zinnetjes hardop. Na een paar algemene opmerkingen over het land en de gewoonten zullen wij beginnen met een minimale grammatica en een selectie van de meest voorkomende woorden en uitdrukkingen, nood- gedwongen verstoken van sociale vaardigheden en van een ontstellende houterigheid (in de trant van "mag ik vragen, waar bakkerij?"). Je hebt echter niets te vrezen, want Italianen zijn doorgaans al zo opgetogen dat je het alleen al probeert, dat zij je de verkrachting van hun taal graag vergeven. En sociale controle van kritisch meeluisterende en besmuikt om je lachende landgenoten heb je al hele- maal niet te vrezen. Die zijn veel te blij met je hulp. Je verblijf in Italië, samen met een klein zakwoordenboekje en een flinke portie lef, doet de rest. Voor- waarde is wel dat je niets uit de weg gaat en dat je je overal uitsluitend van je steenkool-Italiaans be- dient. Trouwens, je zult wel moeten, want hun Engels zal doorgaans niet beter blijken dan jouw Italiaans...
Algemeen Italië is een uitgesproken macho-land. Probeer dus zelfverzekerd op te treden en stevig te spreken (vooral aan het begin van de zin). Wie zich in een winkel passief opstelt komt niet aan de beurt. De siësta duurt van 13.00 tot 15.30 uur. Winkels zijn tijdens de siësta dicht, ook supermarkten, kerken en musea. Bars en restaurants blijven open, dus ga net als de Italianen tijdens de siësta warm eten (eenvoudig, zie hfdst. "Maaltijd"). Winkelsluitingstijd 19.30 (verschilt per streek). Fooi in bar of restaurant als bij ons (5-10%).
Verkeer Zo vriendelijk als Italianen zijn in de dagelijkse omgang, zo onbeschoft kunnen zij zijn op de weg. Ita- liaanse mannen chaufferen vaak uitgesproken bravourig en ongeduldig. Er wordt niet geweven of ruimte gegeven, nee, ruimte zul je echt zelf moeten forceren. En als je even aan de kant staat om je te oriënteren maak je een goede kans dat zij toeterend en met opgeheven handen achter je blijven staan, ook al rij je nog zo diep en met je knipperlichten aan de berm in. Of men raast intimiderend toeterend vlak langs je buitenspiegel. Niets van aantrekken en gewoon het spel meespelen door zelf ook wat swingender te gaan rijden. Dus op een B-weg bij nadering van een kruising waar je even rustig de borden wilt lezen, gewoon de berm in of desnoods zelfs op de verdrijfstrepen gaan staan. En niet schromen een U-turn te maken of een eindje achteruit te rijden om een bord beter te kunnen zien. Neem daarbij geen risico's maar neem het allemaal ook wat minder serieus dan je gewend bent. En maak je vooral nergens kwaad over, maar zie het als een spel, zij het een serieus spel. Dat doen zij namelijk ook. Er is overigens nauwelijks snelheidscontrole. _________________________ Afritten en splitsingen op de snelweg:
Borden boven de weg: A B A B ▼ └► ◄┘ └► Tekens op het wegdek: ▲ ┌► ◄┐ ┌► │ │ │ │ A B A B Afrit: Splitsing: Je kunt voor rechtdoor Je moet voorsorteren. op de rechter rijbaan blijven. Voor rechtsaf komt een afslag. (anders dan bij ons) Er zijn veel kruisingen waarbij je links afslaand twee stromen verkeer kruist, gescheiden door een verkeerseilandje. De eerste (rechtdoorgaande) stroom moet dan vaak voorrang geven (haaientanden of een stopstreep op het wegdek). De tweede stroom echter (die rechts van het eilandje rijdt en rechtsaf slaat) heeft dan geheel onverwacht weer wel voorrang (geen stopstreep). E │ │ │ ────────┘ │ ▲ └────────── │ └──────────── C │ ▲ ▄▄▄▄▄▄▄▄▄ eiland │ │ │◄──────── B middenlijn - - - - - │ │ - - - - - middenlijn A ────────│─│───┘ eiland ▄▄▄▄▄▄▄▄▄ │ D ─────────►└─► ──────────────────────────── "|" = stopstreep/haaientanden A en B rijden op een wegdeel afgesloten met een stopstreep. A slaat linksaf, moet E voorrang verlenen, heeft voorrang op B, en moet daarna C voorrang geven (dit is echt heel onverwacht, en zal je regelmatig doen schrikken). Voor E geldt iets soortgelijks: Hij heeft voorrang op A, maar moet zelf D voorrang verlenen. _________________________ De bewegwijzering is buitengewoon slecht. Vaak wordt een plaatsnaam een kruising verder niet her- haald, of vervangen door een kleinere plaats. In algemeen is het verstandig niet beslist een bepaalde mooie route te willen rijden. Die zijn er wel- iswaar in overvloed, maar je vindt ze niet. Volsta ermee van stad naar stad te rijden en de route voor lief te nemen. Waarschijnlijk is die ook prachtig. Een moeilijk te vinden plek bezoeken gaat dan ook vaak het beste door naar een nabijgelegen en goed traceerbare plaats te rijden, en van daaruit binnendoor te gaan zoeken. Schrijf de straatnaam op waar de auto staat of de naam van het parkeerterrein, en bepaal met het kompas of aan de hand van de zon de richting van de parkeerplaats tov de binnenstad. In een stad je weg zoeken aan de hand van een kompas gaat vaak beter dan voortdurend met je neus in een kaart of in een toeristische gids. Je ziet bovendien meer. Vraag als je het centrum zoekt naar het "centro storico" of naar een bekende kerk. De kans om een (middel)grote stad uit te rijden en daarbij ongewild op een snelweg terecht te komen is groot. En een Italiaanse snelweg kan je niet verlaten en weer oprijden om terug te keren. Ook in de stad zelf is de fout vaak al niet meer te corrigeren doordat veel wegen éénrichtingsverkeer hebben. Men kan daarom beter bewust een snelweg in ongeveer de juiste richting oprijden (dat lukt meestal nog wel), die bij de eerste afslag verlaten, en dan binnendoor verder je weg zoeken. Veel geduld is onontbeerlijk, en ruim plannen ook (vooral als je een nog hotel moet zoeken). Bij het verlaten van een klein dorp ontbreekt de bewegwijzering vaak volledig en bewijst een kompas of oriëntatie op de zon goede diensten. Een dagtocht naar een grote stad als Florence of Venetië geeft gauw problemen. Goede kans dat je uiteindelijk terecht komt op een parkeerplaats aan de rand van de stad, buiten loopafstand van het centrum en dat die parkeerplaats aan het eind van de dag onvindbaar blijkt. Bovendien ben je soms verplicht de autosleutels bij een rondlopende beambte achter te laten voor "kleine improvisaties". Blijkt daar heel gewoon, hoewel je verzekering vermoedelijk niet gaat uitkeren. Een betere strategie is te parkeren in een nabij liggend stadje met een goede treinverbinding met de te bezoeken stad. Geen tijdrovend zoeken, geen stress, en je staat eenmaal uit de trein meteen in het centrum. Wel tevoren even kijken of de laatste trein terug ook daadwerkelijk in je gehucht zal gaan stoppen! Een parkeergarage werkt overigens net als bij ons (kaart trekken, doorrijden, en vóór verlaten eerst aan het loket betalen). _________________________ Paswegen en tunnels: Een tunnel geeft men vaak aan met een blauw bord met E-nummer over de volle breedte van de weg. Men wil je immers graag voor de tunnel laten betalen. Wie echter de vaak schitterende pas wil nemen moet op een relatief klein wit bord letten met de tekst "Col" of "Pass". De pas splitst zich naar rechts af, reden waarom het verstandig is tijdig rechts voor te sorteren. _________________________ Tolwegen: Bij voorkeur betalen met een creditcard. alt stazione! -> Nadering loketten tolweg (ook blauwe pijlen over de volle breedte van het wegdek). telecarte -> Een speciaal systeem terminals voor de tolweg, dus daar niet gaan staan. biglietto -> Die moet je hebben (en dan zo mogelijk één met een bord met creditcard-vignetten). Direct betalen met geld of creditcard, of biljet trekken en doorrijden. In het laatste geval betalen bij verlaten van de snelweg (eerst biljet invoeren, en daarna betalen met geld (je krijgt wisselgeld) of met de creditcard (die in zelfde spleet gaat als het biljet). _________________________ carta (geografica / topografica) [djeo-] di citta [tsjittà], di villagio, di borgo, di territorio (= kaart van stad, dorp, groot dorp of voorstad, gebied) Opm: neem voor een kaart om in de omgeving te rijden een schaal van 1:150.000
Uitspraak en zinsbouw De klemtoon ligt in deze cursus op de onderstreepte klinker, en de fonetische uitspraak staat tussen rechte haken [ ]. De meeste klinkers zijn stom (à, è etc.), vooral aan het eind van een woord, en worden uitgesproken als in de nederlandse woorden kan, dek, blik, bocht en vrucht. vb. [barcà], [dulcè], [benò] (= boot, zoet, goed) Een klinker met klemtoon wordt echter vaak helder uitgesproken (á, é etc.). vb. [dománì] (= morgen) Alle klinkers uitspreken, zij het vaak met een "j" ervoor vb. grazie [graazi-jè], vorrei [woreejè], piacere [pjatsjèrè] (= dank u, ik wil graag, plezier) Klemtoon meestal op voorlaatste klinker vb. [pizzeria] ce en ci (of cc) -> "tsj" (ciao, cento) (= hallo, honderd) ca, co en cu (of cc) -> speek uit als "k" (cappuccino, succo) (= cappuccino, sap) ch -> "k" (chè) (= wat) qu -> kw (questo) (= deze) ge of gi (of gg) -> dzj (villagio, gelatti) (= dorp, ijs) ga, go en gu (of gg) -> als Griekse gamma (grazie) (= bedankt) gn -> "nj" z of zz -> "dz" (geen "dzj") (negozio) (= winkeltje) _________________________ Zinsbouw Tijd of plaatsbepaling (zoals: wanneer, vandaag, waar, hier) | Onderwerp | Hulpwerkwoord | Werkwoord | Lijdend voorwerp | Bijwoordelijke bepaling of bijwoord of plaats/tijd Vb. Vandaag de man gaat rijden zijn oude fiets driewielige gerepareerd naar huis Eenvoudige en veelgebruikte bijv.nw. komt vóór het zelfst.nw., de andere er achter. Een vragende zin is als stellende zin, maar dan op vragende toon uitgesproken. _________________________ Begin om tijd te winnen, en om de toehoorder aan je stem en uitspraak te laten wennen, met zoiets als "posso domandare" (= mag ik vragen?): Dus: posso domandare dove il centro storico (= mag ik vragen waar het historisch centrum?). Houterig, maar zij verstaan het. Je zult overigens al doende merken dat je vanzelf meer verbuigingen en vullende tussenwoordjes, en ook een betere woordvolgorde gaat gebruiken. Luister vooral ook goed naar de "muziek" van de taal. Aanvankelijk verstaat men je niet omdat het Italiaans nog een Hollandse melodie heeft. Het gaat stukken beter als je er die speciale zangerige melodie in weet te leggen. Dus geen CD in de autoradio, maar stem af op een Italiaanse zender. _________________________ Meest gebruikte sleutelwoorden (zie verder) posso - kan ik, mag ik dove - waar questo - deze quanto - hoeveel _________________________ Zelfstandig naamwoord -o is mannelijk, wordt in meervoud -i (castello -> castelli) (= kasteel) -a is vrouwelijk, wordt in meervoud -e (piazza -> piazze) (= plein) -e in enkelvoud kan mannelijk of vrouwelijk zijn, wordt in meervoud -i (una torre -> due torri) (= toren) Bijv.nw. volgt in vervoeging het zelfst.nw. (buona notte) (= goedenacht)
Vervoeging werkwoorden Regelmatige werkwoorden: -are -ere -ire parlarè - praten vendérè - verkopen capirè - begrijpen parlò - ik praat vendò - ik verkoop capiscò - ik begrijp parlì - jij praat vendì - jij verkoopt capiscì - jij begrijpt parlà - hij/zij praat vendè - hij/zij verkoopt capiscè - hij/zij begrijpt parliámò - wij praten vendiámò - wij verkopen capiámò - wij begrijpen parlátè - jullie praten vendétè - jullie verkopen capítè - jullie begrijpen parlánò - zij praten vendónò - zij verkopen capiscónò - zij begrijpen parlà - u praat vendè - u verkoopt capiscè - u begrijpt parlátò - gepraat vendútò - verkocht capítò - begrepen Opm: Let op de klemtoon bij de 3e persoon meervoud Vervoeging "hebben" en "zijn": avere - hebben, krijgen essere - zijn ho [ò] - ik heb sono - ik ben hai [àjì] - jij hebt sei [sèjì] - jij bent ha [à] - hij/zij heeft è - hij/zij is abbiamo - wij hebben siamo - wij zijn avete - jullie hebben siete - jullie zijn hanno - zij hebben sono - zij zijn ha [à] - u heeft è - u bent avuto - gehad stata - geweest Opm: è = er is, er zijn, hij is, het is, u bent é = en è chi = is er, is hier, is daar? hà = er heeft, er hebben, hij heeft, het heeft, u heeft "h" van ho en ha niet uitspreken sò = ik weet De persoonlijke voornaamswoorden "ik", "wij" en "u" worden in het Italiaans weggelaten.Zij liggen besloten in de vervoeging van het werkwoord. Men gebruikt wel lidwoorden en bezittelijke voor- naamwoorden. De "jij"-vorm wordt alléén tegen een kind of tegen een heel goede vriend gebruikt. Bijzondere werkwoordvorm: parcheggio a pagiamento" (= betaalde parkeerplaats).
Korte gebruikswoorden il / la [ìl / là] - de / het un / una [oen / oena] - een é - en ó - of á - naar, aan, tot in - in, naar su - op con - met senza - zonder di - van del - di il della - di la da - om te, vanaf, sinds, naar iemand per - voor iemand, gedurende, langs, opdat, volgens, als come - hoe, als, zoals dove - waar quando - wanneer quanto - hoeveel ma - maar gia [dzjà] - reeds (denk aan het Franse dejà) perchè [perkè] - omdat perché - waarom chi [kí] - wie che [kè] - wat, welke ci [tsjí] - er, hier, daar, erheen, hierheen, daarheen qui [kwí] - hier la - daar questo (qui) - dit (hier) questa cosa - dit ding quello (la) - dat (daar) quello cosa - dat ding qualcosa - iets qualcuno - iemand cosa - ding che cosè? - wat is dit? come chiama questa cosa? - hoe noemt u dit? davanti / dietro - voor / achter (á) sinistra / destra / dritto / indietro - (naar) links / rechts / rechtdoor / terug alto / basso - boven of hoog / onder of laag avanti! - vooruit! presto - haastig!, vroeg, gauw pronto - klaar _________________________ iò [iejò] - ik á mè / per mè - naar / door mij tu - jij (alléén bij kind of heel goede vriend) á tè / per tè - naar / door jou lui / lei - hij / zij á lui / per lui - naar / door hem á lei / per lei - naar / door haar noi [noojì] - wij á noi / per noi - naar / door ons voi [voojì] - jullie, u meervoud á voi / per voi - naar / door jullie, u lei [lèjì] - u enkelvoud á lei / per lei - naar / door u _________________________ miò - mijn tuò - jouw (alléén bij kind of heel goede vriend) suò - zijn, haar nostrò - onze vostrò - jullie suò - uw _________________________ mi - mij, aan mij, voor mij mi scusi - neem mij niet kwalijk mi chiamo - ik heet mi sono perso - ik ben verdwaald mi potrebbe alutare - kunt u mij helpen _________________________ buono / bene - goed (bn / bijw) tutto bene, molto bene - heel goed (dus molto werkt versterkend) cosi cosi - matig moderato - matig, billijk malo - slecht grande - groot piccolo - klein (troppo) molto - (te) veel (troppo) poco - (te) weinig un poco piu - een beetje meer un poco zucchero - een beetje suiker un poco caro - een beetje duur piu - meer meno - minder basta cosi - dat is genoeg (letterlijk: genoeg zo)
Veel gebruikte woorden en zinsdelen avere - hebben, krijgen vedere - zien domandare - vragen telefonare - bellen prenotare - reserveren ordinare - bestellen comprare - kopen affitare - huren cominciare - beginnen arivare - aankomen partire - vertrekken mangiare - eten bevere - drinken Onregelmatige werkwoorden: potere - mogen, kunnen volere - willen dovere - moeten posso / possiamo - kan, mag ik / wij...? (voorkeur boven vorrei) vorrei [woreejì] - ik wil graag devo / deviamo...? - moet ik / moeten wij...? _________________________ negozio [negodjio] - kleine winkel magazzino - grote winkel grande magazzino - warenhuis supermercato - supermarkt alimentari - kruidenier panetteria - broodbakker pasticciere - banketbakker negozio di frutta é verdura - groentenwinkel macelleria [matsjeleria] - slagerij gelateria - ijssalon un ristorante - restaurant (ook voor alléén een kopje koffie) trattoria - restaurant (alléén om te eten) tabacchi(o) - sigarenhandel, ook voor postzegels (francobolli) san of santo / santa - heilige (man / vrouw) chiésa [kiésa] (di) - kerk convento (di) - klooster duomo [doe-omo] - grote kerk (dom) castello - kasteel una torre - toren palzzo - groot gebouw, paleis piazza - plein museo - museum internet point - internetcafé via / vicolo / strada / autostrada / sentiero - straat / steeg / weg / snelweg / voetpad gabinetto - toilet gabinetto è chiuso, posso chiave? - toilet is gesloten, mag ik sleutel? spiaggia [spiadzja] - strand bosco - bos un monte - berg un colle - heuvel banca - geldbank hotel economico - goedkoop hotel ufficio turistico - V.V.V. banco informationi - informatiebali servizio / distributore di benzina - benzinestation garage - garage garage con meccanico - garage met monteur posto di polizia - politiebureau carabiniere - politieagent ho [ò] lasciato - hier laten staan perso - kwijt, verloren (is geen voltooid deelwoord) rubato - gestolen trovato - gevonden innocente - onschuldig posso telefonare consolato olandese - ik wil het nederlands consulaat bellen olandese / ollanda - Hollander of hollands / Nederland è problema? - is er een probleem? mi scusi; non veduto perchè mi sono perso - neem mij niet kwalijk; niet gezien omdat ik verdwaald ben (bij aanhouding voor een verkeersovertreding) mi potrebbe alutare? - kunt u mij helpen? soccorso - hulp malato / allergico - ziek / allergisch medicine per (la ... / malattia del ...) - medicijnen voor ... (naam ziekte) medico - arts farmacia - apotheek / drogist ambulanza - ambulance
Omgangstaal si / no / non / niente - ja / nee / niet / niets ciao [tsjaò] - hallo (buon)giorno [boeon dzjorno] - tot 13.00 uur (buona) sera - goedenmiddag, goedenavond (buona) notte - goedenacht, welterusten come sta? - hoe maakt u het? antwoord: benè / benissimò, é lei - goed / uitstekend, en met u antwoord: si, benè va benè? / comme và? - hoe gaat het? / gaat het goed? (beide zijn familiair) piacera [pjàtsjèrà] - aangenaam kennis te maken antwoord: piacera - insgelijks estato un piacere - aangenaam kennis gemaakt te hebben estato beno / benissimo - het was goed / uitstekend estato bello / bellissimo - het was mooi of leuk / fantastisch (arrive)derci - tot ziens (liever giorno als je hem nooit meer zult zien) á domani - tot morgen buon appetito - smakelijk eten saluto - proost _________________________ signore / signora / signorina (alléén bij jong meisje) cameriere /-a - ober / serveerster! per favore - alstublieft (bij eigen verzoek) prego - graag gedaan (als antwoord op "dank u") alstublieft in betekenis "ga uw gang" zegt u het maar (gezegd door bv een ober of serveerster) ipv "per favore" ecco - alstublieft (bij aangeven) (molto) grazie [gràzi-jè] - dank u (zeer) scusi / mi scusi - pardon / neem mij niet kwalijk permesso - toestemming, mag ik er even langs? mi chiamo - ik heet _________________________ posso domandare (qualcosa, un questione)? - mag ik (iets, een vraag) vragen? non parlo italiano - ik spreek geen italiaans parla inglese? - spreekt u Engels? è ci [tsji] qualcuno [kwal] che [kè] parla inglese? - is er iemand die engels spreekt? vorrei parlare qualcuno che parla inglese - ik wil graag spreken met... in anglese? - zou het in het Engels mogen? (non) capito - ik begrijp u / het (niet) / begrepen? me [mè] lo [lò] scriva per favore? - kunt u het voor mij opschrijven? dove sono / siamo? - waar ben ik? / waar zijn we? che strada / direzione / senso a...? - welke straat / richting / richting naar...? questa strada a - is dit de weg naar che distanza? - welke afstand? centro [tsj] storico / commerciale - historisch / winkelcentrum Opm: Het centrum wordt op de verkeersborden aangegeven met een punt waaromheen drie cirkels, zwart op witte achtergrond. Het centro storico staat vaak op een bruin pijlbordje. zona monumentale - gebied met de monumenten
Betalen vorrei / posso pagare - ik wil graag/mag ik betalen (laatste heeft voorkeur) il conto, per favore - mag ik de rekening a carta di credito / carta bancomat - met creditkaart / betaalpas a contanti - contant quietenza - kwitantie bancomat - betaalautomaat esequi / affirmare - accoord / bevestigen (bij geldautomaat) un biglietto (cumulativo) per - een (combinatie)kaartje naar / voor posso ritorno il resto di moneta? - mag ik het wisselgeld terug? (diece) ritorno - 10 Euro terug (bij geven van fooi), of nieuw bedrag inclusief fooi op de bon noteren en laten zien, of iets meer geven, en: è bene cosi - is goed zo è OK uno momento - één ogenblik (bij zoeken van fooigeld)
Winkel vende...? - verkoopt u...? ha...? - heeft u...? quanto costa / quante? - hoeveel kost dat / hoeveel is het? (laatste heeft voorkeur) caro - duur moderato - billijk, matig economico - goedkoop (quatro / mezzo) litro - (kwart / halve) liter etto / due etti / uno é mezzo etti - één / twee / anderhalve ons (100 gram) chilo - kilogram una parte / un quatro di pizza - een stukje / kwart pizza pane bianco / integrale - wit / volkoren brood latta (intero / scremato) - melk (vol / halfvol) formaggio (giovane / stagionato / vacchio) - kaas (jong / belegen / oud) prosciuto (cotto) - ham (gekookt) gusto - smaak dulce - zoet salato - hartig sale - zout amaro - bitter agro - zuur aglio [aljò] - knoflook
Hotel, camping posso una camera per due persone per una note (noti)? - mag ik een kamer voor twee personen voor één nacht (nachten)? bambino/bambina - kind dieci anni - 10 jaar oud bungalow casa - huis quando colazione - wanneer ontbijt posso mangare stasera - kan ik vanavond eten tenda / carovana / camper - tent / caravan / camper sito per - plek voor doccia - douche acqua dolce / salsa - zoet / zout water piscina - zwembad
Bar, terras bar con terrazza - kroeg met terras ombra - schaduw sole - zon è libero questo tavolo / posto? - is deze tafel / plaats vrij? accomodati - neemt u plaats (zegt personeel als je iets bestelt aan de bar) senta! - aandacht personeel vragen (sentire = horen) portare - brengen (in verschillende verbuigingen in zelfde situatie) non so ancora - ik weet het nog niet (bij bestuderen van een menu) pronto - klaar (als je de vorige zin hebt gebruikt) prima tu / lui / lei - eerst jij / hij / zij of u (jij alléén bij kind of zeer goede vriend) primo / prima - eerste / eerst (bn / bijw) un bicchiere di [bikière] - glas... (denk aan het nederlandse "beker") una tassa di - kopje... una caraffa di - karaf... una bottiglia di [bottilja] - fles... un acqua minerale con gas / frizzante / naturale - met prik / mousserend / zonder prik un vino rosso / rosato / bianco mezzo secco - wijn rood / rosé / wit half droog una birra (analcoholica, non-alcoholoca) - bier (alcohol-vrij) una bibita - frisdrank un succo di frutta - vruchtensap un coca cola un tè - thee un cavè of espresso / cappuccino "due cavè / cavè é cappuccino, uno é uno" "ancora due" / "ancora uno é uno" (piu / duplo / molto) zucchero (normale) - (meer / dubbel / veel) (gewone) suiker ancora zucchero - nog wat suiker (bij bestellen) dolci - gebak (non) panna montata - (geen) slagroom tosto con formagio - kaastosti pane / panino / filone di pane - brood / broodje / stokbrood caldo - warm freddo - koud salviett a - servet è tutto - dat is alles (na bestellen in restaurant of in winkel)
Maaltijd 1. Antipasta - voorgerecht: crostini en bruschette (geroosterd broodje met beleg), prosciuto (ham), en insalata 2. Primo (piattro) - middengerecht: soep, lasagna, spagetti (kleine porsies) 3. Secondo (piattro) - hoofdgerecht 4. Dolci - nagerecht: gebak, ijs (vraag naar "carta di dolci") Bevanda - drank: wijn, mineraalwater Contorno of verdura - groente: fagioli (bonen), spinacci (spinazie), patat (aardappelen), insalate Opm: moet apart besteld; zit niet bij het hoofdgerecht Opm: Bovenstaande is een volledig diner, en is veel te veel voor ons, zeker als je evenals de Italianen tijdens de siësta warm eet (is aan te raden omdat toch alles dicht is). Bestel daarom eventueel alléén een primo of een secondo, vaak met een antpasta of een dolci (nagerecht), en een espresso of cappuccino. Als de één een antipasta en een secondo heeft, en de ander een primo en een secondo, vraag dan of zij de antipasta en de primo tegelijk serveren. In Italië wordt de spagetti zonder lepel geserveerd, dus vragen: cuchiaio [koekjajo] - lepel Een restaurant serveert, anders dan een bar, geen glas wijn, maar alléén een karaf van minimaal een kwart liter. Die is echter niet duur. Mineraalwater gaat in een vrij grote fles, maar ook dat is niet duur, en is bovendien lekker in combinatie met de wijn. Italië is voor ons beslist een voordelig land. Wil je een grote pizza als hoofdgerecht, dan moet je naar een pizzeria (een pizzeria heeft als kenmerk dat op de buitenhangende kaart staan geen primi, secondi etc. staan, terwijl op die van een gewoon restaurant juist weer geen pizza’s staan). Je zou er ook mee kunnen volstaan met een kwartpunt pizza uit de hand te eten. Die worden in kleine pizzeria's met een enigszins open gevel naar de straat toe verkocht. Als je 's middags warm hebt gegeten, kun je 's avonds met brood volstaan. Als je 's morgens geen vers brood kunt krijgen kun je crackers en kaas in huis hebben want het Italiaanse brood is een tikje zoutarm en is ook niet een nacht over te houden. Opm: De groente wordt pas geserveerd als je de hoofdmaaltijd bijna op hebt. Zo komt ook de koffie pas na het toetje. Maaltijd, dulci en koffie worden dan ook alle apart besteld. ristorante - restaurant (ook voor alléén een kopje koffie) bar - kroeg met espresso en cappuccino soms op raam of gevel: dolci of primi piatti
Vervoer bicicletta - fiets automobile [a-oto] - auto autobus [a-otobuus] - bus tram - tram treno - trein barca - boot soccorso stradale - wegenwacht benzina senza piombo, numero d'ottano 95 (nove cinque) (ook wel "SP") - Euro 95 loodvrij pleno - vol olio [oljo] - olie panne - pech, bv. met de auto rotto - kapot, defect riparare - repareren (posso) parcheggiare [parkedzjare] (qui)? - (mag ik hier) parkeren? dove posso parcheggiare? - waar mag ik parkeren? per quanto tempo / quanto costa - hoe lang / wat kost het completo / libero - vol / vrij (bij parkeerplaats) stazione - station (trein, metro) fermata - halte (tram, bus) ultimo treno - laatste trein prossimo treno - volgende trein primo treno - eerste trein
Tijd en getallen che ora - hoe laat arivo - aankomst partenza - vertrek tempo - tijd, duur a stesso tempo - tegelijkertijd ora - nu, uur ora ó piu tardi - nu of later prima - vroeger che ora? - hoe laat? che giorno? - welke dag? le due meno un quarto (dus niet quattro) - 13.45 le due - 14.00 le due e un quatro - 14.15 le due e mezza - 14.30 domani - morgen oggi [òdzji] - vandaag ieri [jerí] - gisteren (questa) mattina - (van)ochtend (questo) pomeriggo - (van)middag stasera - vanavond (komt van questa sera) stanotte - vanacht lunedi / martedi / mercoledi / giovedi / venerdi / sabato / domenica - maandag t/m zondag zero / uno / due / tre [trè] / quattro / cinque / sei / sette / otto / nove / dieci [diétsjí] - 0 t/m 10 undieci / duodici / tredici / quattordici / quindici / sedici / diciassette / diciotto / dicinnove - 11 t/m 19 (fout, maar wellicht begrepen - dieci(é)uno t/m dieci(é)nove) venti / ventiuno of ventuno / ventdue / ventré etc. - 20, 21 etc. trenta / quaranta / cinquanta [tsjin] / sessanta / settanta /ottanta / novanta - 30 t/m 90 cento [tjento] / mille - 100 / 1000
Diversen aperto - open chiuso - dicht tutto giorno / tutti giorni / sempre? - de hele dag / alle dagen / altijd? entrata, ingresso - ingang non entrare - geen toegang uscita - uitgang permesso (fotografare senza flash?) - toegestaan (fotograferen zonder flitslicht) vietato [vi-étato] - verboden (fotografare é filmare) nuovo - nieuw peccato - jammer aluto! - help! al ladro! - houd de dief! attentione! - pas op, let op! tranquillo! - rustig! intendo bene - goed bedoeld Verantwoording van het beeldmateriaal:
▪Topografische lege kaart van Italië Source Wikimedia Commons - Info - Autor Eric Gaba, 2009, CC-BY-SA ▪Wijnstreken-kaart Source Wikimedia Commons - Info - Autor mac9, 2006, CC-BY-SA ▪Satelietfoto van Italië Source Wikimedia Commons - Info - Photo Jacques Descloitres, MODIS Rapid Response Team, NASA/GSFC, 21-03-2003, Public domain
Naar boven Meer essays


# menno kater - Snelcursus Italiaans, werkt!