Printversie
Andere artikelen van deze auteur
Diogenes, 412 - 323 AC
(Romeins beeld)
Zijn cynisme en scepsis wapens en tegelijk een scherm om je achter terug te trekken, of kunnen zij ook
werktuigen zijn om je te behoeden betrokken te raken bij ongewenste groepsprocessen?
Laat ik eerst proberen de van oudsher aan deze begrippen klevende spraakverwarring weg te nemen:
De klassieke filosofische stroming van Cynici, opgericht door een leerling van Socrates, streefde naar
een sober leven, ontdaan van gewoonten, gebruiken en instellingen. Dat kon leiden tot een schaamte-
loos natuurlijke levenswijze met afwijzing van elke vorm van bezit en reputatie (Diogenes), vanuit het
idee dat alleen kennis wijsheid brengt (Socrates).
De iets latere stroming van Sceptici ging juist uit van de opvatting dat kennis onzeker is en dat alle
waarheid betwijfeld kan worden, waarmee het ertoe neigde oordelen op te schorten of er zelfs geheel
van een oordeel af te zien.
In het moderne woordgebruik zijn de betekenissen enigszins verschoven. Waar cynisme nu uitgaat van
wantrouwen m.b.t. bedoelingen, competentie en nut van mensen en instituties, gaat scepsis uit van een
remmende en verlammende twijfel aan alles wat "waar of oorspronkelijk" wordt bevonden.
Waar de oude filosofische stromingen botsten op het begrip "kennis", liggen de betekenissen nu meer
in elkaars verlengde, zij het dat cynisme een veel bijtender karakter heeft en meer risico's met zich
meebrengt dan scepsis waarvan de gevolgen zich voornamelijk beperken tot opportunisme en stag-
natie.
Met name voor beginnend intellect is cynisme een uiterst krachtig wapen omdat het de indruk wekt dat
het op kennis en inzicht berust. Dat intimideert de omgeving dusdanig dat die zich wel wacht de toe-
geworpen handschoen op te nemen. En daarmee is het ook risico-vol omdat je altijd onverwacht tegen
iemand op kan lopen die de uit bluf gevormde ballon na onverstoorbare observatie subtiel blijkt door te
prikken.
Voor veel jonge intellectuelen, vooral mannen, is dat risico wellicht juist een uitdaging en de ultieme
oefening om de geest te scherpen voor het debat. In ieder geval schermt het hen af van een in die fase
van ontwikkeling nog verontrustend besef van de eigen beperkingen.
Toch is er dan in principe weinig aan de hand, zolang het tenminste om een voorbijgaande fase in de
intellectuele ontwikkeling gaat.
Anders wordt het wanneer cynisme zichzelf genereert en een attitude wordt. Het ontaardt dan in een
agressieve en destructieve levenshouding.
Als deze mensen hun cynisme niet alleen bij hun oordeelvorming betrekken maar ook op hun directe
leefomgeving richten, hebben zij vaak een hoge positie in de sociale pikorde. Niet omdat zij zo geliefd
zijn, maar meer omdat men hun botheid vreest.
Een dergelijke levensvisie kan aan de basis staan van een identiteits-crisis en/of een depressie, die op
termijn kunnen overgaan in gevoelens van wrok, paranoïde gedrag en een haast obsessieve fascinatie
voor complottheorieën. De geest gaat over van kritisch - naar routinematig cynisme, en verliest daarbij
haar relativerend vermogen.
Het intellectuele type trekt zich dan terug in elitair isolement, alléén of als een groep gelijkgestemden.
En dat laatste is ironisch omdat zij daarmee opgaan in een eigen subcultuur die zich in niets onder-
scheidt van het soort groepsprocessen waartegen zij gewoon zijn te fulmineren, met eigen ongeschre-
ven regels en een weinig transparant stelsel van culturele- en politieke correctheid.
De volkse niet-elitaire variant (bv. de Wilders-aanhang) neigt vaak ondubbelzinnig naar groepsgedrag
en kan daarbij grote delen van de samenleving infecteren.
Probleem is dat een zeker cynisme "street-wise" maakt, en het daarmee een conditio sine qua non is
om in een harde en gehaaide samenleving als de onze te overleven.
En last but not least is het wellicht voorwaarde om groepsgedrag te herkennen en te vermijden, waar-
mee het een belangrijk werktuig is voor positief-kritisch ingestelde individualisten (zie het essay Het
godsdienst-gen en groepsgedrag).
Het onderscheid tussen functioneel cynisme en het eerder beschreven destructieve type ligt besloten in
het motief en in de koppeling aan relativeringsvermogen, zelfinzicht en een positieve verbondenheid
met de samenleving.
En omdat dit een subtiel evenwicht is, moeten wij alert zijn niet in een negatieve spiraal te geraken,
anders is cynisme werktuig noch wapen, maar slechts een val.
Naar boven
Meer essays
mennokater - Cynisme en scepsis, werktuig of wapen?