Essays

Additieve programmering, de strategie voor psychotherapie

PrintversieAndere artikelen van deze auteur




Inleiding

Wij hebben in feite geen idee hoe de wereld om ons heen er nu écht uitziet. Wij nemen er slechts
fragmenten van waar, en ons brein confabuleert zich er vervolgens met flair doorheen in een poging
er een overtuigende, maar in werkelijkheid opportunistische en gemakkelijk te manipuleren indruk
van continuïteit en beheersing aan te geven.

Wie zich afvraagt waar dit nu "helemaal over gaat" zou ik willen vragen eerst kennis te nemen van
twee eerdere essays waarin ik stel dat onze perceptie van beeld en tijd fragmentarisch is en pas
achteraf wordt gecompleteerd tot een vullend beeld en een continue tijd-beleving (zie het eerste
kwart van het essay De informatie-disorder).
En waarin ik concludeer dat ons brein als diepgeprogrammeerde biologische reflexmachine ons
handelen achteraf voorziet van de illusie dat wij er de regie over voeren (zie het essay
Vrije wil versus naijlend bewustzijn).
Maar wie met deze toelichting genoegen neemt kan natuurlijk ook gewoon doorlezen...

Laatstgenoemd essay lijkt wat deterministisch, maar laat ook zien waar ruimte ligt om in te grijpen,
namelijk in de sequentie van kleine aan evaluatie blootgestelde deelbesluiten waaruit een complexe
handeling is opgebouwd. En in de bewuste evaluatie achteraf die meeprogrammeert aan een volgende
soortgelijke besluit-situatie. Het essay sluit dan ook af met (citaat):
"Dit impliceert dat iemand ter verantwoording roepen, straffen of dreigen, en anderzijds onderwijzen,
belonen, bevestigen of in psychotherapie nemen, kortom additieve programmering, zinvol is omdat
het een bijdrage levert aan de levenslange conditionering"

Maar een dergelijke afsluiting schreeuwt gewoon om een "follow up". Bij deze dan.


Additieve programmering

Voor de invulling van de perceptie-gaten en voor de keuzen bij deelbesluiten putten wij uit het
reservoir van ervaringen bij vergelijkbare situaties in het verleden. De keuze die ons brein uit deze
geheugenbank maakt, wordt bepaald door evaluatie van die ervaringen (aantal keren succesvol) en
door de weging ervan (prioriteit).
Het besluit welke geheugen-elementen worden gebruikt, vindt dus plaats op basis van een onder-
bewust uitgevoerde risico-analyse die deel uitmaakt van een levenslang proces van cognitieve
programmering.

De interpretatie van een gestreept object in de savanne is gebaseerd op eerdere confrontaties met
een dergelijk patroon. Ging het in het verleden 10 keer om hoog gras en 1 keer om een zebra, dan is
de kans groot dat het patroon wordt gezien als gras. Een leeuw zal echter beter kijken omdat een
zebra een prooidier is, en dus in de risicoanalyse (in dit geval de baten-analyse) een hogere weging
heeft.
Was het in het verleden echter 10 maal sprake van gras en 1 maal van een tijger, dan wordt zo'n
streeppatroon gezien als een tijger. De kans op een tijger is weliswaar klein, maar het risico is groot
(= kans x gevolg), en dus krijgt de tijger een absolute weging, een associatieve verbondenheid met
angst.
Proportionele angst is functioneel, omdat het de waarnemer alert houdt, maar als een bepaalde inter-
pretatie een te zware weging krijgt, zoals bijvoorbeeld bij arachnofobie het geval is, dan is het pro-
ces ontspoord en is er sprake van pathologie.

Aan de basis van neurosen ligt vaak angst, veroorzaakt door negatieve ervaringen of een tekort aan
bevestiging.
Die negatieve factoren komen in genoemde risico-analyse hoog te liggen. Deels omdat zij na hun
ontstaan een leven lang zelfgenererend bevestigd werden, deels omdat negatieve ervaringen altijd
een hogere risico-weging krijgen dan positieve. En daarmee beïnvloeden zij de invulling van beeld-
en tijd-gaten, als ook de associatieve sturing van deelbesluiten, in negatieve zin.
Zo zal arachnofobie door griezelige jeugdervaringen elk stervormig patroontje tot het beeld van een
spin completeren omdat de ermee verbonden angstgevoelens de weging ervan hebben opgedreven.
Bij een met anderen gedeeld trauma kan invulling ook plaatsvinden vanuit gebeurtenissen die in
werkelijkheid niet de patiënt zelf, maar een lotgenoot zijn overkomen. Dat zou kunnen verklaren
waarom de psychologische problemen van kampslachtoffers vaak pas na vele jaren een acuut ka-
rakter krijgen. Het geheugen heeft dan wat meer tijd nodig gehad om zichzelf te "beduvelen". Veel-
zeggend is daarbij dat dit fenomeen zich op lange termijn ook bij hun hulpverleners kan voordoen.


Toepassing

Additieve programmering als remedie tegen psychopathologische processen maakt in wezen ge-
bruik van technieken die ingrijpen in het reservoir van ervaringen waarover wij beschikken om de
gaten van onze perceptie in beeld, tijd en ervaring mee op te vullen. Additieve programmering
vermindert de invloed van de pathogene ervaringen door het trauma te verdunnen, of door de
weging ervan te verlagen.

▪Verdunning van het trauma
  Vb.: Toevoegen van random positieve ervaringen
          (aandacht geven, belonen, stimuleren en prijzen)

▪Verlaging van de weging
  Vb.: Verzadiging (herbeleving van een traumatische gebeurtenis)
          Relativering (de hond was niet zo groot als ik hem heb beleefd)
          Inzicht (mijn rotbroertje is net als ik een slachtoffer van de opvoeding)
          Zingeving (ik kan niet veel meer, maar heb nu wel meer tijd voor mijn leefomgeving)
          Interpretatie (dat ontslag biedt nieuwe kansen voor mijn vastgelopen leven)
          Verbinden aan een positieve associatie (vuur kan ook gezelligheid en warmte geven)
          Metafoor (om een doormaakt trauma toegankelijk te maken)
          Informeren (correctie op desinformatie van relationele of maatschappelijke aard)
          etc...

Voor wie dit vertrouwd klinkt, inderdaad, psychotherapie is de op additieve programmering gebas-
eerde methodiek die onze onbewuste risico-analyse en daarmee ons oordeel, gedrag en welbe-
vinden manipuleert. Het is de culturele uitwerkingsvorm van de biologisch georiënteerde additieve
programmering, ofwel de tactiek binnen de strategie.
De meerwaarde van additieve programmering is dat inzicht in de grondslag ervan beter duidelijk
maakt waarom langdurige trauma's jaren van therapie vergen en waarom je nooit echt helemaal
van een psychisch trauma geneest. Verder tilt het ons uit boven de soms heftig oplaaiende psycho-
therapeutische stammenstrijd door ons te tonen waarom soms diametraal op elkaar staande opvat-
tingen toch meestal wel min of meer blijken te werken. En het maakt duidelijk dat het succes van
therapie niet zozeer afhangt van de gekozen vorm, maar vooral van de vraag in hoeverre de patiënt
wordt voorbereid op zelfzorg.

Maar als psychopathologie gevoelig is voor additieve programmering, dan is risicovol groepsgedrag
dat wellicht ook. En dat geeft grond aan de verantwoordelijkheid van kritisch toegeruste individua-
listen voor het duiden en neutraliseren van groepsprocessen in een destabiliserende samenleving.


Naar boven
Meer essays



mennokater - Additieve programmering, de strategie voor psychotherapie